ECLI:NL:RBLIM:2026:6899

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
C/03/326439 / HA ZA 24-35
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:233 sub b BWArt. 6:237 sub f BWArt. 7:755 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid dakdekkersbedrijf voor niet-conforme verankering dakpannen en schadevergoeding

In deze civiele zaak vordert de opdrachtgever schadevergoeding van het dakdekkersbedrijf wegens gebrekkige uitvoering van dakwerkzaamheden, met name het niet verankeren van dakpannen conform NEN 6707. De rechtbank laat een deskundigenrapport uitbrengen dat bevestigt dat de dakpannen niet volgens de norm zijn aangebracht en dat de mastgoot afwijkt van de opdrachtbevestiging.

De rechtbank oordeelt dat het dakdekkersbedrijf tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en aansprakelijk is voor de herstelkosten, die worden vastgesteld op € 30.141,- inclusief btw. De gevorderde extra kostenposten worden afgewezen omdat deze niet voldoende zijn onderbouwd of niet in de opdracht waren opgenomen. Ook wordt het beroep op aansprakelijkheidsbeperking wegens onredelijk bezwarend verklaard.

In reconventie vordert het dakdekkersbedrijf betaling van een meerwerkfactuur, maar de rechtbank wijst deze af omdat niet is aangetoond dat de opdrachtgever meerwerk heeft opgedragen of tijdig is geïnformeerd over prijsverhoging. De proceskosten en wettelijke rente worden toegewezen aan de opdrachtgever. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Dakdekkersbedrijf wordt veroordeeld tot betaling van € 30.141,- schadevergoeding en overige kosten wegens niet-conforme verankering dakpannen; meerwerkvordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/326439 / HA ZA 24-35
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van:
[opdrachtgever],
te [plaats 1] , gem. Eijsden-Margraten,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
advocaat: mr. T.J.K. van Santen,
tegen:
[dakdekkersbedrijf] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [dakdekkersbedrijf] ,
advocaat: mr. E. Sars.

1.De procedure

1.1.
Het (verdere) verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 2 juli 2025,
- het op 11 december 2025 ontvangen deskundigenrapport van de door de rechtbank benoemde deskundige ( [deskundige 1] , Sr. adviseur van Dakindex BV),
- de conclusie na deskundigenbericht, tevens akte wijziging van eis, van [opdrachtgever] ,
- de conclusie na deskundigenrapport, tevens verzoek ex artikel 87 lid 1 Rv Pro, van [dakdekkersbedrijf] ,
- de akte na eiswijziging van [dakdekkersbedrijf] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

In conventie
2.1.
In voornoemde conclusie na deskundigenbericht heeft [opdrachtgever] zijn eis gewijzigd. [opdrachtgever] vordert thans bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [dakdekkersbedrijf] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [opdrachtgever] te betalen:
- het bedrag (aan schadevergoeding) van € 52.257,83, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2022, althans 13 maart 2023, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de algehele voldoening;
- de expertisekosten van € 7.092,11;
- de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.297,58.
2. [dakdekkersbedrijf] te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling.
2.2.
Volgens randnummer 59 van zijn conclusie na deskundigenbericht is het door [opdrachtgever] gevorderde bedrag van € 52.257,83 aan schadevergoeding opgebouwd uit de volgende (schade)posten (allemaal inclusief btw):
de posten die in het rapport van de deskundige staan (na correctie rekenfout van de deskundige): € 30.519,13;
de kosten van het verhogen van de loodslabben van de berging na het verhelpen van andere gebreken (productie 25 en rapport [deskundige 3] , productie 40, pagina 6 voor de totale kosten): € 3.629,70;
de kosten van het verplaatsen van de loodslabben van de schoorstenen (productie 53): € 12.500,-;
e kosten van het aanbrengen van gaas onder de kantpannen tegen ongedierte (geschat op): € 1.000,-;
de gemiste inkomsten vanwege het niet kunnen plaatsen van de zonnepanelen ( rapport [deskundige 3] , productie 40, pagina 6): € 1.239,-;
aankoop van een nieuw rolgordijn ( rapport [deskundige 3] , productie 40, pagina 6): € 168,-;
beschadiging vensterbank ( rapport [deskundige 3] , productie 40, pagina 6): € 50,-;
kosten vervangen goten (productie 52): € 1.652,-;
kosten lekkages dakkapel (rapport [deskundige 2] , productie 11, geschat op): € 1.500,-.
2.3.
[dakdekkersbedrijf] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
2.4.
Op de stellingen van partijen zal de rechtbank hierna, voor zover nodig, ingaan.

3.De verdere beoordeling

3.1.
In het deskundigenrapport heeft de deskundige antwoord gegeven op de volgende vragen:
Heeft [dakdekkersbedrijf] de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden – zoals opgenomen in de door beide partijen akkoord bevonden opdrachtbevestiging van
2 augustus 2021 (productie 2 bij dagvaarding) – uitgevoerd?
Heeft [dakdekkersbedrijf] daarnaast nog andere werkzaamheden ten behoeve van [opdrachtgever] uitgevoerd?
Voldoen de werkzaamheden onder 1 en (zo mogelijk) 2 aan de eisen van goed en deugdelijk werk en in het bijzonder aan NEN 6707 (in verband met de verankering van de dakpannen)? Zo nee, kunt u specificeren wat de redelijke kosten zijn om deze werkzaamheden alsnog te laten uitvoeren of te laten herstellen?
Is het voor de beantwoording van de bovenstaande vragen van belang/relevant dat ná de door [dakdekkersbedrijf] uitgevoerde werkzaamheden meerdere partijen op het dak van [opdrachtgever] zijn geweest (om daar werkzaamheden uit te voeren, zie rechtsoverweging 4.4. van het tussenvonnis van 11 december 2024)? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de beantwoording van de vragen?
Zijn er verder nog relevante zaken die u in het kader van het onderzoek wilt rapporteren en de rechtbank/partijen nog op wenst te attenderen?
Het antwoord van de deskundige op deze vragen zal de rechtbank – daar waar nodig – betrekken bij de beoordeling van de voorliggende vorderingen.
In conventie
3.2.
Zoals de rechtbank al in het vonnis van 11 december 2024 overwoog, dient eerst duidelijkheid te komen over de vraag of de werkzaamheden door [dakdekkersbedrijf] deugdelijk en conform overeenkomst zijn uitgevoerd en is het vertrekpunt voor de beantwoording van deze vraag de door beide partijen akkoord bevonden opdrachtbevestiging van 2 augustus 2021 en de werkzaamheden die daarin zijn opgesomd. In de opdrachtbevestiging staat onder meer het volgende:
Betreft:Renovatie pannendak woonhuis
/ garage + berging
Voorbereiding pannendak:
[…]
 Het verwijderen en afvoeren van de bestaande zinken goten aan de voorzijde en achterzijde van het woonhuis en berging
+ garage
De bestaande gootbeugels blijven gehandhaafd.
 Het verwijderen van de bestaande nokpannen.
 Het verwijderen van de panlatten
 De bestaande kepers ,gordingen en het dakbeschot blijft gehandhaafd.
 Het bestaand dakbeschot bestaat uit een pur plaat met een verstevigingsrib als tengellat. (inkijk bij dakraam achter van het pannendak)
[…]
Opbouw pannendak :
 De bestaande dakplaten blijven gehandhaafd.
 Het leveren en aanbrengen van een waterkerende damp open folie over de bestaande dakplaten.
 Het leveren en aanbrengen van een 22 mm tengellat over de nieuwe dak folie.
[…]
 Het gehele dakvlak wordt verankerd volgens de NEN 6707
[…]
 Het aanbrengen van een reep metselmortel onder de nieuwe kantpannen
Werkzaamheden zink werk met NED ZINK no14 dikte 0,8 mm:
 Het leveren en aanbrengen van een nieuwe zinken mastgoot , zink no 14 met KOMO KEUR garantie zink 0,8 mm dik. (voorzijde woonhuis.) Type m37 achterzijde woonhuis,garage en berging
[…]
 De bestaande hemelwaterafvoeren blijven gehandhaafd.
[…]
 Het afkloppen van het bestaand lood op de nieuwe dakpannen.
[…]
3.3.
De deskundige heeft vragen 1 en 3 als volgt beantwoord. Volgens de deskundige zijn de werkzaamheden zoals opgenomen in de opdrachtbevestiging van 2 augustus 2021 gedeeltelijk uitgevoerd. Met betrekking tot de leveringen komt dit overeen met hetgeen uit de opdrachtbevestiging volgt. Uitzonderingen hierop vormen (1) de plaatsing van een nieuwe mastgoot, type M40 (in plaats van de geoffreerde handelsmaat M37) alsmede nieuwe beugels en (2) het feit dat de dakpannen (deels) niet zijn aangebracht volgens de eisen en regels als gesteld in de NEN 6707 (verankering).
3.4.
Met betrekking tot het eerste afwijkende punt heeft de deskundige aangegeven dat in de opdrachtbevestiging staat dat de bestaande gootbeugels zouden worden gehandhaafd en er een nieuwe mastgoot in handelsmaat M37 zou worden geleverd. In de praktijk heeft [dakdekkersbedrijf] echter mastgoten in maat M40, inclusief bijbehorende beugels, geleverd, geplaatst en in rekening gebracht. [dakdekkersbedrijf] heeft gesteld dat deze afwijking is ingegeven door het noodzakelijk uitlijnen van de bovenliggende golf van de dakpannen op 20 mm onder de kraalrand van de mastgoot. De beugels zijn volgens de deskundige vervolgens niet strak tegen de gevel gemonteerd, waardoor de bestaande boeiplanken niet langer de kopse zijde van de isolatie afdekken. Ook in de bestaande situatie was echter geen sprake van een volledige bouwkundige afdekking, nu gebleken is dat, met het verplaatsen van de positie van de mastgoot, zicht is ontstaan op de kopse zijden van de geïsoleerde dakbeplating. Dit houdt in dat in de oorspronkelijke situatie de mastgoot aan de achterzijde dienst heeft gedaan als afdichting. Nu de nieuwe goot uitgericht geplaatst is, op de wijze waarop de regelgeving dit voorschrijft, is deze vrije ruimte zichtbaar geworden. Herstel van de aangetroffen situatie dient volgens de deskundige te worden gecorrigeerd door toepassing van een bredere muurafdekkingsplank. Deze werkzaamheden zijn meegenomen in de specificatie van de kosten voor herstel/verbetering.
3.5.
Ten aanzien van het tweede afwijkende punt heeft de deskundige aangegeven dat op basis van de waarnemingen en bevindingen, aangevuld met de toelichting in reactie op een schriftelijk verzoek vanuit de deskundige aan beide partijen tot verstrekking van een windbelastingsberekening en de beweegredenen om de kantpannen primair te bevestigen met behulp van een met vezels versterkte mortel, is vastgesteld dat de dakpannen niet zijn aangebracht volgens de eisen en regels als gesteld in de NEN 6707 en dat daarmee niet wordt voldaan aan de kwalificatie ‘deugdelijk werk’. Het is vanaf 1 april 2012 wettelijk verplicht om dakpannen goed te verankeren. De manier waarop dakpannen verankerd moeten worden, is afhankelijk van de windbelasting die op het dak kan komen. Een windlastberekening is daarom volgens de deskundige de basis om deze benodigde verankering te bepalen. Dakpannen dienen te worden verankerd met panhaken van het door de fabrikant van de dakpannen voorgeschreven systeemcorrecte type, waarbij de hoeveelheid ankers en plaatsing/positionering afhankelijk is van de windbelasting in projectspecifieke situaties en het type dakpan. Kant- en nokpannen mogen niet uitsluitend met voegspecie en polymeeradditie worden verankerd. Zonder de windlastberekening, die [dakdekkersbedrijf] niet heeft gemaakt, kan er geen correcte toepassing van NEN 6707 worden aangetoond/getoetst en gegarandeerd, omdat deze norm juist de vereisten voor de verankering vastlegt op basis van die berekening. [dakdekkersbedrijf] wist dat de dakpannen niet zijn verankerd en dat dit niet conform de geldende regelgeving is. Op basis van waarnemingen en bevindingen is door de deskundige geconcludeerd dat panhaken, dan wel andersoortige goedgekeurde en systeemcorrecte bevestigingsmaterialen, ontbreken op structurele posities in het dakbedekkingssysteem. De nok/nokzone is daarentegen wel mechanisch bevestigd.
3.6.
Met betrekking tot de subvraag of de deskundige kan specificeren wat de redelijke kosten zijn om de werkzaamheden alsnog op deugdelijke wijze en conform de richtlijn NEN 6707 te laten uitvoeren of te laten herstellen, heeft de deskundige een opsomming gemaakt met de titel ‘Indicatieve specificatie kosten herstel verhaking dakpannen, boeibekleding onder de mastgoot en overige werkzaamheden’:
Verwijdering en herplaatsing PV-panelen incl. steiger
€ 7.500,-
Aanpassen bevestiging kantpannen
€ 2.750,-
Optassen dakpannen en tijdelijke opslag hiervan op dakbokken
€ 2.295,-
Dambordsgewijze verankering dakpannen incl. bouwsteiger en incl. herleggen dakpannen
€ 6.640,-
Post beschadigde/breuk dakpannen (20%) *Bron [offerte]
€ 600,-
Levering systeemcorrecte rvs-panhaken
€ 125,-
Levering en plaatsing boeiplank onder de mastgoten
€ 1.725,-
Inkorten dakpannen t.h.v. de dakvoet met vlakke dakdeel
€ 450,-
Afschotcorrectie vlakke dak c.q. verdiepen HWA-zijuitloop, correcte afstroomvoorziening vanaf dakkapel, afkitten stuiknaden en verbeterde loodaansluiting tussen dakkapel en zonnecollector
€ 1.550,-
Totaal € 23.635,00
Stelpost onvoorzien € 1.275,00
BTW 21%
€ 3.708,60
Totaal € 24.910,00 incl. BTW
NB. Het is aan de rechter de kostenposten aan partijen toe te kennen.
3.7.
[opdrachtgever] heeft gesteld dat er een rekenfout in bovenstaande berekening van de schade zit. Het totaal van de schade bedraagt € 23.635,- en de post onvoorzien is € 1.275,-, hetgeen dus samen een bedrag oplevert van € 24.910,-, maar dat is exclusief btw. Inclusief btw is dat volgens [opdrachtgever] een bedrag van € 30.141,-. De rechtbank volgt [opdrachtgever] hierin, omdat deze berekening naar haar oordeel juist is, en zal daarom ook uitgaan van een totaalpost van
€ 30.141,- inclusief btw, ook omdat de rekensom van de deskundige – zoals hierboven is weergegeven – onnavolgbaar is.
3.8.
Daarnaast heeft [opdrachtgever] gesteld dat de deskundige bij de post ‘levering en plaatsing boeiplank onder de mastgoten’ ten onrechte is uitgegaan van 14 meter (á € 125,-), maar dat het werkelijke aantal meters 16,5 bedraagt, waardoor deze post hoger uitvalt. De rechtbank zal [opdrachtgever] hierin niet volgen, omdat niet vaststaat dat de deskundige in dit verband van een verkeerde afmeting is uitgegaan.
3.9.
Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op de bevindingen van de deskundige genoegzaam aangetoond dat [dakdekkersbedrijf] de verankering van de dakpannen, met uitzondering van de nok(zone), niet heeft uitgevoerd conform NEN 6707. Weliswaar heeft [dakdekkersbedrijf] aangevoerd dat partijen hebben besproken dat, conform de uitdrukkelijke wens van [opdrachtgever] , mortel zou worden aangebracht, maar volgens de opdrachtbevestiging zou dit slechts bij de kantpannen gebeuren. Dat dit over het gehele dakvlak zou worden gedaan, heeft [dakdekkersbedrijf] – tegenover de betwisting door [opdrachtgever] – niet aangetoond. Volgens de opdrachtbevestiging zou immers het gehele dakvlak worden verankerd conform NEN 6707. Dit betekent dat [dakdekkersbedrijf] op dit punt niet heeft voldaan aan een juiste uitvoering van de opdrachtbevestiging. Die tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst maakt dat [dakdekkersbedrijf] aansprakelijk is voor de dienaangaande door [opdrachtgever] geleden schade.
3.10.
Ten aanzien van de mastgoot heeft de deskundige zoals gezegd geconstateerd dat [dakdekkersbedrijf] niet de geoffreerde maat M37 heeft aangebracht, maar een mastgoot met maat M40. Ook heeft [dakdekkersbedrijf] de oude gootbeugels vervangen door nieuwe. De rechtbank stelt vast dat in de opdrachtbevestiging staat dat de bestaande gootbeugels blijven gehandhaafd. [dakdekkersbedrijf] heeft aangevoerd dat mastgoot M40 de wens van [opdrachtgever] was en dat dit ook tussen partijen is besproken, omdat “bij de uitmonding van het hemelwater van de afvoer van de dakkapel over de goot zou slaan. De boeiplanken aan de achterzijde van de goot maakte geen onderdeel van de offerte uit, [opdrachtgever] zou deze zelf aanbrengen”, aldus [dakdekkersbedrijf] . Dat [opdrachtgever] een andere maat goot wilde hebben dan in de opdrachtbevestiging staat, is echter niet komen vast te staan. Gelet hierop is [dakdekkersbedrijf] ook ten aanzien hiervan afgeweken van de opdrachtbevestiging. Dat daar een goede reden voor was, heeft [dakdekkersbedrijf] niet aangetoond. Ook die tekortkoming betekent dat [dakdekkersbedrijf] aansprakelijk is voor door [opdrachtgever] geleden schade, omdat het voor rekening van [dakdekkersbedrijf] dient te komen dat de situatie zo veel mogelijk gelijk wordt getrokken met de situatie zoals die voorheen was. De deskundige heeft dit ter zake de goten uitgelegd (zie hiervoor onder 3.4), in die zin dat een (bredere) boeiplank moet worden bevestigd; dienaangaande heeft [dakdekkersbedrijf] niet gesteld dat die uitleg niet juist is.
3.11.
De rechtbank zal dan ook voor wat betreft de schade van [opdrachtgever] de opsomming van de deskundige inzake de herstelkosten – zoals hiervoor opgenomen onder 3.6 – volgen. De rechtbank begrijpt immers daaruit dat hierin de herstelkosten zijn opgenomen die te maken hebben met het alsnog (volledig) verankeren van het dak conform NEN 6707 en het aanbrengen van boeibekleding (dan wel, zo begrijpt de rechtbank, boeiplank of muurafdekkingsplank genoemd) onder de mastgoten. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat de deskundige niet lukraak bedragen heeft gekoppeld aan de – in zijn ogen – noodzakelijke werkzaamheden en dat die bedragen volgens zijn deskundig oordeel tot stand zijn gekomen. Dat dit niet (heel) inzichtelijk is voor partijen, mag dan wel zo zijn, maar dat betekent niet dat de complete kostenopstelling van de deskundige terzijde moet worden geschoven, zoals [dakdekkersbedrijf] heeft aangevoerd. [opdrachtgever] heeft weliswaar gesteld dat in de opsomming van de deskundige een kostenpost voor het vervangen van de goten voor de geoffreerde goten ontbreekt, maar dat is – met de gegeven uitleg van de deskundige zoals hiervoor onder 3.4 is opgenomen – ook logisch. De oplossing die de deskundige heeft bedacht betreft de bevestiging van een bredere muurafdekkingsplank (boeiplank) in plaats van (volledige) vervanging van de goten. Aan die oplossing dient gevolg te worden gegeven. Tegenover de betwisting door [dakdekkersbedrijf] dat er een noodzaak bestaat dat de goten volledig dienen te worden vervangen, heeft [opdrachtgever] zijn stelling immers niet afdoende onderbouwd.
3.12.
[dakdekkersbedrijf] heeft aangevoerd dat, als er al sprake zou zijn van directe schade, zij slechts beperkt aansprakelijk is tot maximaal het bedrag van de door de assuradeur van [dakdekkersbedrijf] te verstrekken uitkering, dan wel tot maximaal het overeengekomen factuurbedrag van € 15.000,-, althans dat gedeelte van de overeenkomst waarop de aansprakelijkheid betrekking heeft. In dit kader heeft [dakdekkersbedrijf] verwezen naar artikel 14.1 van haar algemene voorwaarden. Hiertegenover heeft [opdrachtgever] gesteld dat de algemene voorwaarden nimmer zijn overhandigd noch heeft [dakdekkersbedrijf] op een andere manier aan de informatieplicht van artikel 6:233 sub b BW Pro voldaan. Bovendien is de exoneratie, waar [dakdekkersbedrijf] een beroep op doet, onredelijke bezwarend (artikel 6:237 sub f BW Pro), aldus [opdrachtgever] .
De rechtbank is van oordeel dat artikel 14.1 van de algemene voorwaarden, gelet op de bewoordingen daarvan, een beding is dat ingevolge artikel 6:237 sub f BW Pro wordt vermoed onredelijk bezwarend en derhalve vernietigbaar te zijn. [dakdekkersbedrijf] heeft dat weliswaar in algemene termen bestreden maar geen specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd waardoor dat vermoeden wordt weerlegd. Aan [dakdekkersbedrijf] komt dan ook geen beroep toe op de aansprakelijkheidsbeperking in artikel 14.1 van de algemene voorwaarden.
3.13.
Samengevat volgt uit het voorgaande dat de voor rekening van [dakdekkersbedrijf] komende herstelkosten kunnen worden becijferd op het hiervoor onder 3.7 genoemd bedrag van € 30.141,-, zodat de eerste post onder a – zie hiervoor onder 2.2 – grotendeels toewijsbaar is. De gevorderde wettelijke rente zal de rechtbank toewijzen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis, omdat deze betalingsverplichting voor [dakdekkersbedrijf] in dit vonnis wordt bepaald en [dakdekkersbedrijf] – bij niet betaling daarvan – eerst dan in verzuim is.
3.14.
Voor de oordelen die hiervoor zijn gegeven, is niet relevant dat meerdere (andere) partijen op het dak van [opdrachtgever] zijn geweest ná de door [dakdekkersbedrijf] uitgevoerde werkzaamheden. Vraag 4 heeft de deskundige gelijkluidend beantwoord en daar sluit de rechtbank zich bij aan. Niet valt immers in te zien waarom het werk van andere partijen kan afdoen aan de constateringen van de deskundige dat de verankering van de dakpannen niet conform NEN 6707 heeft plaatsgevonden en [dakdekkersbedrijf] andere mastgoten heeft gemonteerd dan geoffreerd.
3.15.
De overige door [opdrachtgever] opgevoerde schadeposten – zie hiervoor onder 2.2 genummerd b tot en met g en i – acht de rechtbank niet toewijsbaar, om meerdere redenen. De deskundige heeft geen reden gezien om andere (extra) kostenposten (voor andere werkzaamheden dan gerelateerd aan de hiervoor geconstateerde tekortkomingen van [dakdekkersbedrijf] ) bij zijn opsomming van de herstelkosten op te voeren. [dakdekkersbedrijf] heeft betwist dat de noodzaak van de door [opdrachtgever] gestelde extra kosten het gevolg zijn van haar werkzaamheden, waarna [opdrachtgever] dit niet heeft aangetoond. [opdrachtgever] heeft deze werkzaamheden laten uitvoeren door derden. Hij heeft daarbij in feite een voorschot genomen op het door de rechtbank bevolen deskundigenbericht en heeft reeds gebreken laten herstellen en werkzaamheden laten uitvoeren, nog voordat een onafhankelijk deskundige zijn licht hierover had (kunnen) laten schijnen. Dit maakt dat de noodzakelijkheid van deze gemaakte kosten, achteraf bezien, moeilijk kan worden vastgesteld. Bovendien heeft [opdrachtgever] werkzaamheden laten uitvoeren ten aanzien van onderwerpen die uitdrukkelijk niet in de opdrachtbevestiging (met [dakdekkersbedrijf] ) waren overeengekomen, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot de loodslabben. In de opdrachtbevestiging staat dat [dakdekkersbedrijf] deze loodslabben slechts zou afkloppen (en niet zou vervangen). Zo is ook het verwijt van [opdrachtgever] , inhoudende dat het dak hoger is komen te liggen en [dakdekkersbedrijf] daar de (financiële) gevolgen van dient te dragen, onterecht gemaakt. In de opdrachtbevestiging staat dat het bestaande dakbeschot, tevens bevattende een pur plaat met een verstevigingsrib als tengellat, zal worden gehandhaafd en dat [dakdekkersbedrijf] (daarbovenop) een tengellat van 22 mm zal aanbrengen. Het was voor [opdrachtgever] dus voorzienbaar dat het dak hoger zou komen te liggen dan voorheen. De deskundige heeft in dit kader aangegeven dat de toegepaste tengelmaat door de fabrikant is voorgeschreven. De gekozen constructie was dus in overeenstemming met de technische vereisten en de bestaande dakopbouw.
3.16.
Gelet op het feit dat [opdrachtgever] in overwegende mate in het gelijk wordt gesteld, dient [dakdekkersbedrijf] ook door [opdrachtgever] gemaakte expertisekosten (inschakeling van deskundigen) te vergoeden. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro komen immers als vermogensschade in aanmerking de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. [opdrachtgever] heeft in eerste instantie meerdere deskundigen ingeschakeld ( [deskundige 2] , [deskundige 4] en [deskundige 3] ), maar heeft daarna ook nog aanvullende expertisekosten gemaakt. Het is de keuze van [opdrachtgever] geweest om meerdere onderzoeken te laten uitvoeren. Voor de vaststelling van schade en aansprakelijkheid was dat niet (in die mate) nodig geweest. Daarmee zijn de gevorderde (thans nog meer verhoogde) expertisekosten niet redelijk meer in verhouding tot het schadebedrag dat wordt toegewezen. De rechtbank zal daarom in dit kader een bedrag toewijzen dat haar redelijk voorkomt, zijnde € 3.500,-.
3.17.
[opdrachtgever] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [opdrachtgever] heeft – gelet op het verweer van [dakdekkersbedrijf] daartegen – niet toegelicht waarom dit bedrag automatisch zou moeten worden verhoogd doordat hij (later in de procedure) een hoger bedrag aan schadevergoeding heeft gevorderd, zonder dat daartegenover daadwerkelijk gemaakte (aanvullende) buitengerechtelijke incassokosten staan. Daarom zal het bedrag van € 1.053,27, dat [opdrachtgever] bij dagvaarding vorderde, worden toegewezen.
3.18.
Gelet op al het voorgaande is [dakdekkersbedrijf] grotendeels in het ongelijk gesteld en zal hij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [opdrachtgever] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,00
- griffierecht
1.325,00
- salaris advocaat
3.870,00
(3 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.521,00
3.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
3.20.
In reconventie heeft [dakdekkersbedrijf] betaling van een meerwerkfactuur gevorderd van € 5.287,85. De deskundige heeft vraag 2 bevestigend beantwoord, namelijk dat [dakdekkersbedrijf] – naast de werkzaamheden in de opdrachtbevestiging – ook nog werkzaamheden heeft uitgevoerd zoals benoemd in de ingediende meerwerk/weekstaten, gedateerd onder de noemer opdrachtbevestiging van 2 augustus 2021 en in rekening gebracht via [factuurnummer] van [dakdekkersbedrijf] van 10 december 2022. Hierbij heeft de deskundige benoemd dat gedurende de uitvoering van de werkzaamheden door [dakdekkersbedrijf] aanvullende werkzaamheden zijn uitgevoerd, nodig om tot een correcte afwerking te geraken.
3.21.
In geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk kan de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen (zie artikel 7:755 BW Pro). De rechtbank is niet gebleken dat aan dit criterium is voldaan om te kunnen spreken van meerwerk dat voor vergoeding in aanmerking komt. Onbetwist heeft [opdrachtgever] gesteld dat hij meermaals om de meerwerkfactuur, behorend bij de meerwerklijst van 30 juni 2022, heeft gevraagd, maar dat hij pas – nadat [dakdekkersbedrijf] juridische bijstand had ingeschakeld – op 1 maart 2023 een op 10 december 2022 gedateerde meerwerkfactuur heeft ontvangen. Aan de door [dakdekkersbedrijf] opgestelde meerwerkfactuur is kennelijk niet voorafgegaan dat [opdrachtgever] zijn wensen heeft geuit over toevoegingen of veranderingen in het werk en is evenmin gebleken dat [dakdekkersbedrijf] [opdrachtgever] tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen aannemen dat partijen hier van tevoren overleg over hebben gevoerd. [opdrachtgever] heeft [dakdekkersbedrijf] (dus) geen meerwerk opgedragen. De reconventionele vordering dient daarom te worden afgewezen.
3.22.
[dakdekkersbedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [opdrachtgever] worden begroot op:
- salaris advocaat
1.108,00
(2 punten × € 554,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.297,00
3.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank:
in conventie
4.1.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] om aan [opdrachtgever] te betalen een bedrag van € 30.141,-, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] om aan [opdrachtgever] te betalen een bedrag van € 3.500,- aan expertisekosten,
4.3.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] om aan [opdrachtgever] te betalen een bedrag van € 1.053,27 aan buitengerechtelijke kosten,
4.4.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] in de proceskosten van € 5.521,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [dakdekkersbedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
4.8.
wijst de vordering van [dakdekkersbedrijf] af,
4.9.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] in de proceskosten van € 1.297,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [dakdekkersbedrijf] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.10.
veroordeelt [dakdekkersbedrijf] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.11.
verklaart de beslissingen onder 4.9 en 4.10 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
15 juli 2026.