ECLI:NL:RBLIM:2026:69

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
11739601 \ CV EXPL 25-2522
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Quaedackers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 6:96 BWArtikel 25.2 algemene voorwaardenRichtlijn 1993/13Artikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Stichting Weller Wonen verhuurt sinds maart 2023 een woning aan de gedaagde partij. De huurder heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, die op het moment van dagvaarding meer dan drie maanden bedroeg. Weller Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand, incassokosten, gebruiksvergoeding en proceskosten.

De huurder erkent een deel van de achterstand, maar betwist de hoogte van de vordering en de gevorderde ontbinding en ontruiming. Tijdens de mondelinge behandeling is een regeling getroffen over de ontruiming, maar Weller wenst een vonnis als stok achter de deur.

De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijkheid en oordeelt dat het incassokostenbeding niet oneerlijk is. De huurachterstand wordt vastgesteld op € 2.698,10 inclusief servicekosten. Gezien de ernst van de achterstand en eerdere betalingsproblemen wordt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening.

Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten van € 501,99, wettelijke rente vanaf 27 mei 2025, en een gebruiksvergoeding van € 885,60 per maand vanaf 1 juni 2025 tot ontruiming. De proceskosten van € 1.254,45 worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, maar de ontruiming wordt niet tenuitvoer gelegd indien de huurder zich aan de regeling houdt.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, incassokosten, gebruiksvergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11739601 \ CV EXPL 25-2522
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen ,
eisende partij,
hierna te noemen: Weller,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder P.M.F. Otten,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: mr. L.E.I.K. Jaminon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 5
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 10
- de nagekomen producties 11 en 12 van [gedaagde partij]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- een door Weller ingediend overzicht van de actuele betalingsachterstand
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Weller verhuurt met ingang van 27 maart 2023 aan [gedaagde partij] een woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt laatstelijk € 909,49 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[gedaagde partij] heeft een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.
2.3.
Bij brief van 6 mei 2025 heeft Weller [gedaagde partij] aangemaand om binnen veertien dagen na bezorging van de brief het openstaande bedrag van € 2.898,66 aan achterstallige huur te voldoen, bij gebreke waarvan [gedaagde partij] € 414,87 exclusief btw aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld.
2.4.
[gedaagde partij] heeft niet betaald, waarna hij is gedagvaard.

3.Het geschil

3.1.
Weller vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, betaling van € 2.898,66 aan huurachterstand, € 501,99 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw), € 885,60 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand na 1 juni 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Weller legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] in zijn verplichtingen als huurder tekort is geschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Weller de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde partij] erkent de betalingsachterstand tot een bedrag van op de dag van de mondelinge behandeling van € 1.748,66. Het in het door Weller overgelegde overzicht is ten onrechte een bedrag van € 949,44 meegenomen ter zake van servicekosten als ware het huurachterstand. Daarnaast is [gedaagde partij] het niet eens met de gevorderde ontbinding, ontruiming, de incassokosten en is van mening dat Weller in de proceskosten veroordeeld dient te worden.

4.De beoordeling

4.1.
Op de mondelinge behandeling zijn partijen op het punt van de executie van het vonnis ten aanzien van de ontruiming tot een regeling gekomen. Die regeling is in een proces-verbaal vervat, dat al aan partijen is verstrekt. Weller wenst een vonnis als zgn. stok achter de deur.
Ambtshalve toetsing
4.2.
Verhuurder is een professionele verhuurder en huurder is een consument. Voordat de kantonrechter aan de inhoudelijke beoordeling toekomt moet de kantonrechter op grond van de Europese richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn 1993/13) ambtshalve toetsen of sprake is van bedingen in de huurovereenkomst en/of de op die overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor huurders als consument. In dat verband heeft de kantonrechter artikel 25.2 van de algemene voorwaarden (over kort gezegd kosten in geval van niet nakoming van de huurovereenkomst) getoetst. Dit artikel geldt echter enkel in geval het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit)
nietvan toepassing is. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het beding niet oneerlijk is.
Huurachterstand
4.3.
Vast staat dat de achterstand tot en met mei 2025 € 2.898,66 bedroeg. [gedaagde partij] heeft de huurachterstand niet betwist. [gedaagde partij] heeft na dagvaarding nog betalingen verricht, waardoor er ten tijde van de mondelinge behandeling € 1.748,66 aan huur en € 949,44 aan servicekosten, € 2.698,10 in totaal, open staat. [gedaagde partij] zal tot betaling van dit bedrag worden veroordeeld.
Ontbinding en ontruiming
4.4.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand (iets meer dan) drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden, mede gelet op eerdere achterstanden in de betaling van de huur. Dat [gedaagde partij] ter vermindering van de huurachterstand al eerdere betalingen heeft verricht, doet daar niet aan af.
4.5.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de gevorderde ontruiming zullen op grond van het voorgaande worden toegewezen. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn in afwijking van het gevorderde stellen op veertien dagen na betekening van het vonnis.
4.6.
De wettelijke rente over zowel de huurachterstand als de incassokosten zal worden toegewezen met ingang van de dag van dagvaarding, zijnde 27 mei 2025.
4.7.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Weller heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Betaling huur/gebruiksvergoeding
4.8.
Weller maakt ook aanspraak op veroordeling van [gedaagde partij] tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 885,60, te rekenen vanaf 1 juni 2025 tot het moment dat [gedaagde partij] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde partij] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW Pro worden toegewezen.
4.9.
Weller vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De brief van 6 mei 2025 voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Weller heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Weller een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 501,99 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.10.
[gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1254,45

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde, de woonruimte met aanhorigheden, te [plaats] aan de [adres] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, en ontruimd te houden, en de sleutels af te geven aan Weller,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Weller te betalen (het restant van) de in totaal verschuldigde hoofdsom van € 2.698,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
27 mei 2025, tot de dag van betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente over € 200,56 vanaf
27 mei 2025 tot de dag van betaling,
5.5.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Weller te betalen € 885,60 per maand vanaf 1 juni 2025 tot en met de dag van ontruiming,
5.6.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Weller te betalen een bedrag van € 501,99 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2025 tot de dag van betaling,
5.7.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.254,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
verstaat dat Weller dit vonnis op het punt van de ontruiming niet zal tenuitvoerleggen indien [gedaagde partij] zich aan de op 21 november 2025 getroffen regeling houdt,
5.10.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.