Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
A: Ik moest eigenlijk ook mijn onderbroek uitdoen, maar dat wilde ik niet. Als moslimman mag je nooit je onderbroek uitdoen. Ik zei dat ook en toen mocht ik deze aanhouden. Ze hebben toen gefilmd. Toen moest ik mij snel aankleden. Toen moesten we naar andere plek lopen, richting het water. Daar moest ik me weer helemaal uitkleden. Tijdens het lopen naar deze plek, zeiden de mannen onderling tegen elkaar dat als ik niet zou doen wat hun zeiden, dat ze mij in het water zouden gooien.
Vanaf 00:31: [verdachte] pakt aangever bij zijn jas en staat dicht op hem. [medeverdachte] komt weer in beeld met een telefoon in haar hand.
A: Dat is een jongen die mij ongeveer 3 jaar geleden heeft verkracht en heeft bedreigd met foto's van mij. Hij zei dat als ik niet naar hem zou komen, hij die foto’s zou doorsturen. Ik kon dat niet meer volhouden. Ik was gewoon heel erg boos.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
tot€ 3.000,00 noemt. De raadsman heeft tevens aansluiting gezocht bij een aantal vergelijkbare zaken uit de Smartengeldgids.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
€ 860,00materiële schade (post a en een deel van post b) en
wettelijke rentevanaf 31 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de benadeelde partij wat betreft het overige deel van post b van de materiële schade, niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.