ECLI:NL:RBLIM:2026:6973

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
03.093415.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen opzettelijke explosie bij restaurant in Roermond en bezit gasdrukpistool

De rechtbank Limburg heeft op 14 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een explosie bij een restaurant in Roermond op 21 februari 2025 en het bezit van een gasdrukpistool op 25 maart 2025.

Uit het bewijs, waaronder verklaringen van medeverdachten, forensisch onderzoek, camerabeelden en chatberichten, blijkt dat verdachte de regisseur was van de explosie. Hij leverde het vuurwerk, gaf instructies en regelde vervoer en betaling van medeverdachten. De explosie veroorzaakte aanzienlijke materiële schade en gemeen gevaar voor goederen, maar onvoldoende bewijs voor levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel, waarvoor verdachte deels werd vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot 600 dagen gevangenisstraf, waarvan 302 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en legde bijzondere voorwaarden op. Tevens werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor materiële en immateriële schade aan het restaurant en het slachtoffer, met toewijzing van respectievelijk €1.000 en €2.000 schadevergoeding plus wettelijke rente. De rechtbank wees het adolescentenstrafrecht af en paste het volwassenenstrafrecht toe, rekening houdend met de jonge leeftijd van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 600 dagen gevangenisstraf, waarvan 302 voorwaardelijk, en hoofdelijk aansprakelijk voor schadevergoeding aan benadeelden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.093415.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te Tilburg op [geboortedatum] 2006,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. K.R. Verkaart, advocaat, kantoorhoudende te Breda.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[slachtoffer] en Restaurant [naam restaurant] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de terechtzitting gehoord mr. L.P.H. Hameleers. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten:
  • [medeverdachte 1] , met het parketnummer 03.056429.25;
  • [medeverdachte 2] , met het parketnummer 03.056432.25;
  • [medeverdachte 3] , met het parketnummer 03.093401.25.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte
feit 1:op 21 februari 2025 in Roermond, al dan niet samen met (een) ander(en), een vuurwerk brandstof combinatie tot ontploffing heeft gebracht in/bij Restaurant [naam restaurant] waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was
(primair)dan wel dat hij dit feit heeft uitgelokt
(subsidiair);
feit 2:op 25 maart 2025 in Tilburg een gasdrukpistool voorhanden heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, met uitzondering van het bestanddeel ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel’. De verdachte dient daarvan partieel te worden vrijgesproken. Ook heeft hij gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tweede feit.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte weliswaar wist dat er een explosie zou gaan plaatsvinden bij een restaurant in Roermond, maar heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde bij gebrek aan bewijs voor enige betrokkenheid van de verdachte bij dit feit.
De verklaringen van de medeverdachten dienen te worden uitgesloten van bewijs, omdat sprake is van schending van artikel 6 EVRM Pro (Vidgen-jurisprudentie). De verdediging heeft het ondervragingsrecht onvoldoende kunnen uitoefenen, omdat de medeverdachten zich hebben beroepen op hun verschoningsrecht. Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte 1] ongeloofwaardig verklaard. Voor het overige biedt het dossier geen bewijsmiddelen voor een strafbare betrokkenheid van de verdachte bij de explosie. In elk geval is de rol van de verdachte beperkt en dient vrijspraak te volgen voor het merendeel van de feitelijke gedragingen, zoals het onder druk zetten of uitlokken van medeverdachten. Ook moet worden vrijgesproken van de onderdelen levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat zijn cliënt het wapen voorhanden heeft gehad. Hij had het wapen in bewaring genomen voor een ander.
De standpunten van de verdediging zullen verder, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Feit 1
Bewijsmiddelen
Aangever [aangever]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [2]
Ik doe aangifte van vernieling van een pand aan de [adres restaurant] te Roermond. Hier bevindt zich Restaurant [naam restaurant] .
Op vrijdag 21 februari 2025, omstreeks 02.00 uur, werd ik wakker gebeld door de meldkamer van de inbraakbeveiliging, dat ik naar het pand moest komen en dat de pui van het pand eruit zou liggen. Ik ben toen meteen ter plaatse gegaan.
Ik zag dat een van de ruiten van het pand met kozijn en alles eruit was. Het pand heeft op de begane grond vier ramen van ongeveer 1 meter bij 2 meter. Ik zag dat er puin op straat lag. Ik zag dat dit puin bestond uit glasscherven en hout. Ik zag dat het tweede raam van links het beschadigde kozijn betrof.
Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben
forensisch onderzoekgedaan op de
plaats delict ( [adres restaurant] te Roermond)en relateren – zakelijk weergegeven – als volgt: [3]
Ter plaatse verkregen informatie
Op vrijdag 21 februari omstreeks 02:00 uur werd op de [adres restaurant] een enorm knal gehoord. Na onderzoek bleek dat bij een restaurant een explosie had plaatsgevonden. Delen van een kozijn en een zonnewering lagen zwaar beschadigd op straat. Uit tactisch onderzoek en camerabeelden bleek dat vlak voor de explosie twee personen waren gezien bij het pand. In de nabijheid van de explosie werden twee personen aangehouden die voldeden aan het signalement van de twee personen op de camerabeelden. Op de vluchtweg van de verdachten werd een plastic zak aangetroffen. Deze zak was droog terwijl het wegdek nat was.
Forensisch onderzoek
Bevindingen
Wij zagen dat het wegdek van de openbare weg bezaaid was met glas, houten delen van het kozijn en metalen delen en doek van de zonwering.
Wij zagen dat één van de vier ramen in de voorgevel grotendeels ontbrak en dat de zonwering eveneens ontbrak. Wij zagen dat het raam oorspronkelijk uit twee kozijnen bestond. Een kozijn aan de straatzijde (buitenzijde) en een kozijn aan de binnenzijde (restaurantzijde). Beide kozijnen waren voorzien van raamvleugels. Tussen deze twee kozijnen is een vensterbank van ongeveer 40 centimeter breed. Wij zagen dat van beide kozijnen de raamvleugels volledig ontbraken en dat er alleen nog enkele houten delen van het kozijn aan de gevel hingen. Wij zagen dat de muur en de vensterbank tussen de twee kozijnen in aan de linkerzijde zwart beroet was. Wij zagen dat een stuk uit het plafond in het restaurant was weggeslagen. Tussen de brokstukken van de kozijnen zagen wij op het terras voor het restaurant een blauwe dop die wij herkenden als zijnde een dop van een stuk vuurwerk genaamd "Cobra 6". Deze dop hebben wij veiliggesteld.
Voor het raam zagen wij een stuk beton dat niet van het gebouw afkomstig was en hoogstwaarschijnlijk door de daders is gebruikt om een raam te vernielen. Tijdens het betreden van het pand roken wij de geur van kruitdamp die wij herkennen als de geur van vuurwerk. Tussen de brokstukken van de kozijnen en het glas zagen wij op de vloer van het restaurant een blauwe dop die wij herkenden als zijnde een dop van een stuk vuurwerk genaamd "Cobra 6". Deze dop hebben wij veiliggesteld. Over de rugleuning van een stoel zagen wij een deels gesmolten en door vuur aangetast kunststoffles met daarop tape. Dit deel kunststof hebben wij veiliggesteld.
Explosie oorzaakIn het restaurant roken wij de geur van kruitdamp, ons bekend als de geur van vuurwerk. Op zowel het terras voor het restaurant als op de vloer van het restaurant werden door ons twee doppen aangetroffen die wij herkennen als zijnde een deel van een vuurwerk genaamd "Cobra 6". Het betreft in beide gevallen de onderste dop van een Cobra 6 waardoor kan worden gesteld dat er minimaal twee cobra's zijn gebruikt. De fles voorzien van tape is waarschijnlijk gebruikt om de meerdere stukken vuurwerk te bundelen.
Overzicht veiliggestelde sporen:Goednummer 1781767 - SIN AARH0847NL - vuilniszak - plastic zak, lag op brug, 0413
De vuilniszak, in beslag genomen onder
goednummer 1781767, met SIN AARH0847NLwerd op sporen bemonsterd en hierop werd een aantal dactyloscopische sporen (
vingerafdrukken) aangetroffen en veiliggesteld. [4]
Veiliggesteld spoor
Plaats veiligstellen
Individualisatie [5]
SIN: AARN3974NL
Buz vuilniszak, achterzijde, rechter bovenhoek
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [6]
SIN: AARN3967NL
Buz vuilniszak, achterzijde, links onder spoor AARN3973NLN
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [7]
SIN: AARN3970NL
Buz vuilniszak, achterzijde, linkerz ongeveer midden
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [8]
SIN AARN3955NL
Buz vuilniszak, voorzijde, rechts boven spoor AARN3956NL
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [9]
SIN: AARN3956NL
Buz vuilniszak, voorzijde, rechtsboven spoor AARN3959NL
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [10]
SIN: AARN3957NL
Buz vuilniszak, voorzijde, links onder spoor AARN3954NL
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [11]
SIN: AARN3960NL
Buz vuilniszak, voorzijde, rechts naar spoor AARN3961NL
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [12]
SIN: AARN3961NL
Buz vuilniszak, voorzijde, linkerzijde ongeveer in het midden
[verdachte] geboren op [geboortedatum] 2006 [13]
De politieheeft onderzoek gedaan
aan de telefoon (Apple iPhone)van
medeverdachte [medeverdachte 1]en heeft daarover – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: [14]
Van de verdachte [medeverdachte 1] werd op 21 februari 2025 om 02.15 uur een Apple iPhone, kleur zwart, onder goednummer 1781759, inbeslaggenomen.
Searched items
Ik zag dat er met genoemde telefoon op 21-02-2025 om 00:39:46 (UTC+0) gezocht was op: [adres restaurant] .
Ik zag bij adres staan: [adres restaurant] , [adres restaurant] Roermond.
BerichtenChats:
Op 21-02-2015 om 00:14:36 (UTC+0) start een chatgesprek tussen [verdachte] ( [gebruikersnaam verdachte] ) en [eigenaar]
Ik zag dat [verdachte] om 00:14:36 (UTC+0) typte:
“Typmw alsje derben”
Om 00:15:29 typte [eigenaar] (owner):
"Sii”
Ik zag dat om 00:41:19 [eigenaar] (owner) een foto in bovengenoemde chat zette. Ik heb vervolgens op Google genoemd adres [adres restaurant] te Roermond ingegeven en zag afbeeldingen van het pand met dit adres.
Call log:Ik zag dat op 21-02-2025 er diverse call logs in het telefoontoestel zaten.
Ik zag dat er binnen het tijdsbestek 00.14 51 (UTC+0) en 01:43:55 (UTC+0) verschillende malen naar het telefoontoestel was gebeld of er vanuit het toestel gebeld werd:
From:
[telefoonnummer 1], 21 x gebeld
To:
[telefoonnummer 1], 4 x gebeld
Video's:Een video created op 21-02-2025 00:44:41 (UTC+0), name: IMG_8393.MOV.
Nadat ik deze video afspeelde zag ik dat een persoon gefilmd werd met een grijze joggingbroek. Ik zal deze hierna persoon 1 noemen. Ik zag dat deze persoon 1 een fles in zijn rechterhand vasthield en ook in zijn linkerhand een voorwerp droeg. Kennelijk werd hij gefilmd door een ander persoon. Deze zal ik persoon 2 noemen. Ik maakte na 6 seconden vanaf het begin onderstaand screenshot waarop de persoon 1 te zien is met de fles in zijn rechterhand en voorwerp in zijn linkerhand. Ik zag dat deze persoon 1 over de [adres restaurant] liep in de richting van de [adres restaurant] te Roermond. Ik zag dat hij eerst over het fietsgedeelte liep en vervolgens bij het pand van restaurant [naam restaurant] , aan de [adres restaurant] stopte en richting het gebouw draaide. Hierbij hoorde ik dat persoon 1 iets onverstaanbaars zei of vroeg en dat persoon 2 zei: “gooi gewoon hier, gooi hier, gooi hier”. Hierop zei persoon 1 “onverstaanbaar hier?’’. Persoon 2 zei: “ja”. Ik zag dat een raam van restaurant [naam restaurant] in beeld kwam en ik zag dat persoon 1 de fles met daaraan gekoppeld andere voorwerpen op de tafel voor het restaurant zette. Ik zag dat persoon 1 vervolgens een voorwerp, mogelijk een steen of iets dergelijks, in zijn linkerhand had en met die linkerhand dat voorwerp door de ruit van het restaurant gooide. Ik hoorde glasgerinkel en zag dat een gat was ontstaan in één van de ruitjes van het raam. Nadat het voorwerp door de ruit was gegooid zag ik dat persoon 1 snel de fles pakte en naar het raam draaide. Ik zag kleine flitsjes. Dit leek op een aansteker waarmee vuur wordt gemaakt. Vervolgens zag ik dat iets bij het voorwerp ging branden. Hierbij leek het erop dat een soort lont werd aangestoken. Ik zag dat de persoon het voorwerp met brandend lont door het gat van het raam gooide. Ik zag dat persoon 1 vervolgens wegrende uit beeld richting [straat] . Ik zag dat de camera van de telefoon op het restaurant gericht bleef. Ik zag dat, terwijl de telefoon op het restaurant gericht bleef, persoon 2 met de telefoon in de hand, zich langzaam richting [straat] begaf. Na 43 seconden vanaf het begin van het filmpje zag ik een enorme lichtflits en hoorde ik een enorme knal en glasgerinkel.
Op 25 maart 2025 is de telefoon van verdachte onder goednummer PL2300-2025028445-1790537 in beslag genomen. [15]
De politieheeft op 19 en 20 mei 2025 onderzoek gedaan
aan de telefoon van de verdachte met goednummer 1790537en heeft daarover – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: [16]
Tijdlijn
20-02-2025/23:05:48 uur Contact middels Snapchat tussen [gebruikersnaam verdachte]
( [verdachte] ) en [medeverdachte 1] 11 = vriend / Chat participant met username [gebruikersnaam medeverdachte 1] = [medeverdachte 1]
[…]
20-02-2025/23:21:16 uur Op voornoemde dag/tijd wordt een image gemaakt van het pand [adres restaurant] Roermond. Met daarop de tekst: “Die plek". Deze image werd op 27-02-2025 om 23:43:23 uur uit de telefoon verwijderd.
[…]
21-02-2025/00:34:17 uur Inkomende en uitgaande interactie met het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] van contactpersoon [medeverdachte 1] = [medeverdachte 1] .
21-02-2025/00:41:25 uur; Uitgaande telefoongesprekken van de
21-02-2025/00:41:45 uur; telefoon van [verdachte] naar het
21-02-2025/00:42:11 uur telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] = het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Gespreksduur van respectievelijk 3 seconden, 0 seconden en 40 seconden.
[…]
21-02-2025/01:14:57 uur Uitgaand telefoongesprek van de telefoon van [verdachte] naar het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] = het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Gespreksduur 12 seconden
[...]
21-02-2025/01:29:54 uur Inkomend telefoongesprek van de telefoon van [medeverdachte 1] [telefoonnummer medeverdachte 1] naar de telefoon van [verdachte] . Gespreksduur 2 minuten en 49 seconden.
[...]
21-02-2025/01 40:38 uur; Op de hiernaast genoemde tijdstippen zijn er
21-02-2025/01:40:48 uur uitgaande oproepen, telefoongesprekken van de telefoon van [verdachte] naar het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] = het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Gespreksduur is respectievelijk 4 en 18 seconden.
21-02-2025/omstreeks 01:45 uur Explosie restaurant [naam restaurant] aan de [adres restaurant] in Roermond
21-02-2025/01:46:54 uur; Op de hiernaast genoemde tijdstippen zijn er
21-02-2025/01:47:03 uur; uitgaande oproepen, telefoongesprekken van
21-02-2025/01:50:53 uur; de telefoon van [verdachte] naar het
21-02-2025/01:51:13 uur telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1] = het telefoonnummer van [medeverdachte 1] . Gespreksduur is respectievelijk 2, 10, 1 en 0 seconden.
[…]
21-02-2025/02:47:23 uur Op voornoemde dag/tijd wordt een image gemaakt van de locatie van het politiebureau te Roermond.
Op 27-02-2025 om 23:43:23 uur wordt de image verwijderd. Blauw poppetje met naam [gebruikersnaam] .
[…]
21-02-2025/08:31:42 uur Op voornoemde dag/tijd wordt een image (screenshot) gemaakt van een internetpagina van [naam restaurant] , zijnde de locatie van de explosie. De image werd verwijderd.
21-02-2025/11:36:57 uur; Middels de internetbrowser Safari wordt op
21-02-2025/11:37:25 uur; de hiernaast genoemde tijden gezocht naar:
21-02-2025/11:37:34 uur; “Roermond explosie” De zoekopdracht
21-02-2025/11:37:48 uur werd hierna van de telefoon verwijderd.
21-02-2025/11:37:48 uur; Middels de internetbrowser Safari wordt op
21-02-2025/11:37:49 uur de hiernaast genoemde tijden gezocht naar: “Roermond vuurwerkbom” De zoekopdracht werd hierna van de telefoon verwijderd.
21-02-2025/12:07:04 uur Middels Snapchat verstuurd [verdachte] een bericht naar de contacten [gebruikersnaam 1] . en [gebruikersnaam 2] : “Met die kino is geklem man"
Opmerking: In gebezigde straattaal betekent ‘kino’ film en geklem’ verwijst naar gearresteerd/in beslag genomen.
[…]
21-02-2025/15:42:40 uur Middels de internetbrowser Safari wordt op de hiernaast genoemde tijd gezocht naar: roermond vuurwerkbom
21-02-2025/15:42:45 uur; Middels de internetbrowser Safari wordt op
21-02-2025/15:45:37 uur; de hiernaast genoemde tijden gezocht naar:
21-02-2025/15:45:38 uur explosie roermond
21-02-2025/16:05:52 uur [verdachte] stuurt via Snapchat een bericht naar zijn contacten [gebruikersnaam 3] en [gebruikersnaam 4] . Als bijlage is in dat bericht een foto of screenshort gevoegd van een persbericht van VML nieuws (Voor Midden Limburg) waarin onder meer gesproken wordt over de explosie en de aanhouding van 2 jonge mannen uit Tilburg:
21-02-2025/15:43:09 uur Image van Dagblad De Limburger Arrestaties na vuurwerkbom bij Italiaans restaurant in Roermond
21-02-2025/17:01:06 uur Image/afbeelding van een gesprek met een persoon met de naam [gebruikersnaam 5] . Betreft een screenshot van een deel van een conversatie om 16:59 uur en 17:00 uur. Het gesprek gaat over schade en opruimwerkzaamheden. Zeer waarschijnlijk is de plaats delikt, [adres restaurant] Roermond, onderwerp van gesprek. “waggie” is een straattaal term die gebruikt wordt voor “auto” of “voertuig”.
22-02-2025/19:42:44 uur Image/afbeelding van diverse media naar aanleiding van de vuurwerkbom bij het Italiaans restaurant te Roermond. De screenshot werd op 27-02-2025 verwijderd.
22-02-2025/19:45:00 uur Image/afbeelding van diverse media naar aanleiding van de vuurwerkbom bij het Italiaans restaurant te Roermond. De screenshot werd op 27-02-2025 verwijderd.
Medeverdachte [medeverdachte 1]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [17]
A: Ik ben in de nacht van donderdag op vrijdag opgebeld door [verdachte] . Hij heeft mij gedwongen om deze opdracht uit te voeren. Het was geen vraag voor hem. Ik moest mijn adres geven waar ik op dat moment was. Dat heb ik ook gegeven. Hij stuurde een vriend van hem naar mij met een auto om mij op te halen. Ik ging eerst naar Tilburg-Noord om op [verdachte] te wachten. Hij was nog onderweg van Amsterdam naar Tilburg. Toen hij aankwam ging hij even snel naar huis om wat spullen bij elkaar te brengen. Hij gaf het adres en toen zijn we weggereden. Voordat we uit Tilburg gingen, zei hij dat ik het met mijn telefoon moest filmen. Ik weigerde dat en zei dat ik dit niet ging doen. Toen belde hij de andere medeverdachte en die ging akkoord. Die hebben we opgehaald en is ook de auto ingestapt. Toen gingen we naar het adres. Eerst zei hij dat hij wilde dat het vuurwerk voor de deur gelegd werd, maar toen we onderweg waren zei hij dat ik eerst het raam stuk moest maken en daarna het vuurwerk naar binnen gooide en hij het zou filmen. Toen kwamen we aan in Roermond. Toen stapten we uit en toen is het gebeurd eigenlijk. Ik ben door de stress verschillende kanten op gaan rennen met [medeverdachte 2] . Uiteindelijk gingen we door een steeg langs de cafés. Ik stopte met rennen en liep omdat ik mij slecht voelde. Ik zag toen een politiebusje en toen ben ik aangehouden en meegenomen.V: Wat jij net vertelde was dat je op [verdachte] aan het wachten was. [verdachte] kwam uit Amsterdam en ging toen terug naar huis. En toen kwam hij terug en toen zei je iets dat hij iets in de auto had gezet. Klopt dat?
A: Ja.
A: Wat ik niet heb benoemd is dat wat hij in Amsterdam deed, dat hij onderweg was naar Tilburg-Noord. Ik vroeg waar hij was en hij zei dat hij in Amsterdam was en dat hij het vuurwerk daar ging ophalen. Bij wie weet ik niet, maar het kwam van Amsterdam. Hij zette het in een vuilniszak. Hij pakte ook een fles met benzine en een bivakmuts en een aansteker. Dat zat er allemaal bij.V: Hoe laat belde [verdachte] jou?
A: Hoe laat precies weet ik niet, wel voor 00.00 uur.V: Met welk telefoonnummer werd je gebeld?
A: Ik weet het niet, maar ik dacht dat zijn nummer eindigde met - [telefoonnummer 1] .A: Ik had zijn telefoonnummer niet, maar toen we onderweg waren, toen vroeg hij mijn nummer. Ik gaf het hem en hij belde mij de hele tijd toen we onderweg waren. Toen we werden aangehouden, belde dat nummer weer de hele tijd. Ik herinner me daarom de laatste twee cijfers.
V: Wat zei hij toen hij je de eerste keer belde?
A: De eerste keer zei hij dat hij onderweg was van Amsterdam naar Tilburg en dat ik klaar moest staan. Je gaat vuurwerk moest gaan gooien ergens. Hij zei niet wat of waar en hoe. Hij zei alleen dat. Toen heeft hij via een snapchat foto een foto gestuurd met ‘je moet het doen’. Ik opende het en hield mijn mond. En toen ging het zoals ik net zei hoe dat gesprek verder ging. A: Eerst via Snapchat. A: Zijn gebruikersnaam weet ik niet, maar hij staat in mijn snapchat als [verdachte] , met een biljet van 100 euro achter zijn naam, een emoji. A: Nee ik heb hem niet opgeslagen. Die [verdachte] met dat biljet is voor iedereen zichtbaar. Ik heb hem niet opgeslagen.En welk snapchataccount is van jou?
A: [gebruikersnaam medeverdachte 1]
V: Waarom komt [verdachte] bij jou?
A: Waarom ik weet ik niet. Ik denk dat hij meerdere mensen heeft gevraagd en die nee hebben gezegd en dat ik de laatste optie was en ik daarom moest. De reden weet ik niet.
V: In welke auto zat jij?
A: In een grijze Ford.A: [bestuurder] reed er in. Zo heet de bestuurder.A: [bestuurder] had 50 euro gekregen van [verdachte] om te gaan tanken omdat zijn tank bijna leeg was.
V: Waar heeft hij dit gegeven?
A: Toen hij terugkwam van zijn huis. Toen is hij naast ons komen staan met zijn auto, is uitgestapt en bij ons ingestapt. Op de parkeerplaats heeft hij [bestuurder] die 50 euro gegevenA: Toen heeft hij die spullen aan mij gegeven. Eerst heeft hij met tape het vuurwerk aan de fles vastgemaakt. Heeft dit in een vuilniszak gezet. Toen heeft hij een bivakmuts en aansteker gegeven.A: Het was een colafles, een normale, dus ik denk van 1 liter;A: Het was een Albert Heijn huismerk.A: Ik zag, ik weet niet hoeveel cobra's ertussen zaten, maar het was een Cobra 6 en nog een lang soort vuurwerk. Het lange vuurwerk was blauw.A: Ik weet hoe een Cobra 6 eruitziet. Dat stond ook op de verpakking.V: Wat voor kleur had die Cobra?
A: Zwart en een blauw dopje op de onderkant.V: Je weet niet hoeveel Cobra’s er zaten.
A: Volgens mij wel een stuk of drie, maar weet dit niet heel zeker.V: Je zegt dan, dat dat met tape om die fles zat. Wat voor tape was dat?
A: Een normale tape. Een zilveren tape.V: Hoe zat dat vastgeplakt?
A: Dat vuurwerk had hij al vast gewikkeld of gekregen, dat weet ik niet. Maar het vuurwerk had hij bij de fles gedaan en toen heeft hij de tape eromheen gedraaid om het goed vast te maken. Dus de Cobra’s en het vuurwerk zat al aan elkaar. Dit was niet met dezelfde tape, ik denk wel eenzelfde soort tape. Hij ging eerst naar huis en nam toen tape mee. In de auto heeft hij het vuurwerk met de fles aan elkaar getaped.V: Je hebt zoveel maten vuilnisbakken, kun je dat omschrijven?
A: Een vuilniszak die je van een rol trekt. Hij had de vuilniszak al los meegenomen.V: Aan wie heeft hij die vuilniszak gegeven?
A: Hij heeft die zak achterin op de achterbank gelegd. Toen zat alles er al in. Het vuurwerk, de bivakmuts en de aansteker. Dit zat allemaal bij elkaar in die vuilniszak.
V: Waar moesten jullie heen om [medeverdachte 2] op te halen?
A: We moesten toen naar de bushalte Beethovenlaan in Tilburg Noord.A: De tijd vind ik lastig in te schatten. Van Tilburg naar Roermond is een uur rijden. Ik denk tussen 00.30 uur en 00.40 uur.V: Wie is [medeverdachte 2] ?
A: Dat is de medeverdachte.A: Diegene die het filmde die ook is opgepakt.
V: Welk adres stond er op je telefoon?
A: Als het goed is stond er [adres restaurant] .
V: Op welk moment gaf jij jouw telefoon aan [medeverdachte 2] ?
A: Op de brug, voor ik het vuurwerk eruit haalde.A: Nee. Of trouwens. [verdachte] appte mij toen en toen werd de telefoon geopend. Hij vroeg om een foto te maken van het restaurant. [medeverdachte 2] maakte vanuit de brug een foto van het restaurant en heeft dit via mijn snapchataccount naar [verdachte] gestuurd. Ik had [medeverdachte 2] mijn wachtwoord gegeven.A: [medeverdachte 2] begon met filmen en ik had eerst die ruit gegooid. Ik stak het grootste vuurwerk aan en gooide het ertegenaan.
V: Wist je waarom je uitgerekend naar dit restaurant moest?
A: Nee. Zeker niet. Geen flauw idee.V: Toen je deze opdracht kreeg, wat was er afgesproken over het bedrag?
A: Ik kreeg via snap dat als het was gelukt. Dat hij daar 5000 euro contant voor zou geven. Dit was [verdachte] .
Medeverdachte [medeverdachte 2]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [18]
A: Die avond ben ik opgehaald. Zijn we naar Roermond gereden. Ik was erbij, bij die explosie. Ik moest eigenlijk alles filmen. Dat was mijn enige rol. Die avond zelf ben ik benaderd. Toen ben ik opgepakt en aangehouden. Ik ben meegenomen. Het was in opdracht van iemand. Die naam wil ik liever niet vertellen. A: Om 24:00 uur werd ik benaderd.A: Het is om 01:45 uur gebeurd, die explosie. Het moet ongeveer dat tijdstip zijn geweest. Ik weet dat niet mee 100% zeker.V: Wat is vooraf beloofd dat je zou krijgen om dit te doen?
A: 200,- Euro.V: En hoe zou je dat betaald krijgen?
A: Cash.V: Van wie?
A: opdrachtgever.
Verhoor 31 maart 2025
Hoe mogen wij jou noemen?
[medeverdachte 2]
V: Je hebt verklaard dat je op 20 februari 2025 telefonisch benaderd bent dat je de explosie moest filmen.
V: Door wie ben je gebeld?
A: [verdachte] .A: Ik ben gebeld en 5 minuten daarna ben ik gaan omkleden en ben ik de auto ingestapt en toen kwamen we aan in Roermond. [verdachte] belde mij op.Wat zei hij?
Of ik gewoon wilde filmen voor een beetje geld.A: 200 euro.
A: Nou ik wist wel dat ik een explosief moest gaan filmen. Een Cobra 6.
Medeverdachte [medeverdachte 3]heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [19]
V: Jij verklaarde vorig verhoor dat jou broertje jou wel eens bij de bijnaam “ [bestuurder] ” noemt.
A: Bijna iedereen noemt mij zo.V: Wat kan je mij vertellen voer geld wat jij van [verdachte] kreeg voordat jullie naar Roermond reden:
A: Ik kreeg geld om te tanken. En dat was het. Het was 50 euro.
V: Wie heeft jou benaderd dit te doen?
A: Ik ben niet benaderd om dit te doen. Alleen om erheen te rijden. Door [verdachte] ben ik benaderd om [medeverdachte 1] te gaan ophalen. Ik heb voor de rest niets meegekregen.
Betrouwbaarheid en bruikbaarheid verklaringen
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van de medeverdachten niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De verdediging heeft aangevoerd dat zij hen niet effectief heeft kunnen ondervragen, omdat de medeverdachten zich bij de rechter-commissaris hebben beroepen op hun verschoningsrecht, terwijl de verklaring van [medeverdachte 1] doorslaggevend zou zijn.
De rechtbank verwerpt deze verweren. De rechtbank onderkent dat de verklaring van [medeverdachte 1] een bewijsmiddel van aanzienlijk gewicht is, nu hij in zijn verklaring uitleg geeft over de gang van zaken die avond en nacht en verklaart over de rol van verdachte. Deze verklaring vindt echter op essentiële onderdelen steun in de overige bewijsmiddelen: het berichtenverkeer, de vele telefoongesprekken, de foto’s van het restaurant en de vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen op de vuilniszak waarin de vuurwerkbom werd verplaatst. Het bewijs in deze zaak is dan ook niet enkel en doorslaggevend gebaseerd op de verklaring van [medeverdachte 1] . De verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vinden op hun beurt weer steun in de verklaring van [medeverdachte 1] en in de overige bewijsmiddelen, zodat ook deze verklaringen naar het oordeel van de rechtbank voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Van enige schending van artikel 6 EVRM Pro is gelet op het voorgaande dan ook geen sprake.
De verdediging heeft voorts aangevoerd dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet betrouwbaar is. Ook dit verweer verwerpt de rechtbank. [medeverdachte 1] heeft relatief kort na zijn aanhouding, zonder dat hij kennis had van de inhoud van het dossier, deze verklaring afgelegd. De verklaring vindt overigens, zoals ook hierboven beschreven, steun in de overige bewijsmiddelen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring. Of de verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] wel of niet heeft bedreigd of gedwongen of dat [medeverdachte 1] dit alleen zo heeft ervaren, maakt voor de beoordeling van de betrouwbaarheid geen verschil.
Medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, vast dat de verdachte zich samen met anderen op 21 februari 2025 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij het restaurant [naam restaurant] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de late avond van 20 februari 2025 dan wel nacht van 21 februari 2025 medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft benaderd om respectievelijk een vuurwerk brandstof combinatie bij restaurant [naam restaurant] naar binnen te gooien, dit te filmen en op en neer naar Roermond te rijden. In ruil voor hun werk zouden zij geld ontvangen van de verdachte en heeft de verdachte benzinegeld aan [medeverdachte 3] gegeven.
De verdachte heeft de vuurwerk brandstof combinatie aan [medeverdachte 1] gegeven, nadat hij deze eerst nog aan elkaar heeft getapet en in een vuilniszak heeft gezet. Deze vuilniszak is later op de brug in de buurt van de plaats delict door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] achtergelaten en daarop zijn verdachtes vingerafdrukken aangetroffen. Gedurende de vroege nacht is er veelvuldig contact geweest tussen de verdachte en [medeverdachte 1] en heeft de verdachte aan [medeverdachte 1] gevraagd hem te laten weten als zij er zijn en een foto van de plaats delict te sturen. Dat de verdachte met het bericht ‘typmw alsje derben’ zou hebben bedoeld dat [medeverdachte 1] ‘mw’, de opdrachtgever zou moeten berichten als hij er is, gelooft de rechtbank niet. De rechtbank ziet dit, mede gelet op hoe de overige berichten zijn getypt, als een schrijffout en leest hier ‘me’ in de plaats van ‘mw’. In de ochtend van 21 februari 2025 en de dagen daarna wordt door de verdachte met zoektermen als ‘Roermond explosie’ en ‘Roermond vuurwerkbom’ op het internet gezocht, waarna de zoekopdrachten weer worden verwijderd en worden van artikelen die te maken hebben met de explosie bij restaurant [naam restaurant] screenshots gemaakt, die later ook weer worden verwijderd.
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het opzettelijk teweegbrengen van een explosie. Dat de verdachte op het moment van de ontploffing daar niet in persoon bij aanwezig is geweest, maakt dit mede gelet op het veelvuldige en nauwe contact met de medeverdachten die nacht niet anders.
Gemeen gevaar voor goederen
De rechtbank is van oordeel dat door de ontploffing gemeen gevaar voor goederen te duchten was. Door Cobra's-6 aan te steken en door een raam van [naam restaurant] te gooien, was schade aan het restaurant voorzienbaar. Het gevaar heeft zich ook verwezenlijkt nu er aanzienlijke schade aan de kozijnen, de ramen en de zonwering is ontstaan
Partiële vrijspraak levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor 'levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel'. Uit het dossier volgt niet, althans onvoldoende, dat er op het moment van de explosie andere personen in de nabijheid van het restaurant waren. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan dan ook partieel vrij.
Conclusie
De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen op 21 februari 2025 opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij het restaurant [naam restaurant] waardoor gemeen gevaar voor goederen is ontstaan.
Feit 2
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een gasdrukpistool voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal ten aanzien van de bewezenverklaring volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026;
  • de kennisgeving van inbeslagneming;
- het proces-verbaal van bevindingen. [21]
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. feit 1 primair:
op 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door bij een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s te duchten was;
T.a.v. feit 2:
op 25 maart 2025 te Tilburg, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool (merk CZ, type model 75), voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
T.a.v. feit 1 primair:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
T.a.v. feit 2:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden, zoals door de reclassering geadviseerd. Deze voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De verdachte was ten tijde van de onderhavige feiten net 19 jaar. Daarnaast woont hij bij zijn ouders, heeft hij nog geen vak-/startdiploma en zijn er aanwijzingen voor beïnvloedbaarheid. Subsidiair verzoekt de verdediging om – bij het toepassen van het volwassenenstrafrecht – in het voordeel van de verdachte rekening te houden met de jeugdige leeftijd en de persoonlijkheid van de verdachte.
Ten aanzien van de strafmaat verzoekt de raadsman om een straf op te leggen die niet langer is dan het voorarrest, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of taakstraf.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich in de nacht van 20 op 21 februari 2025 samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij het restaurant [naam restaurant] . Op een later moment bleek hij een gasdrukpistool op zijn slaapkamer te hebben. Hoewel het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp een volstrekt onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen in de samenleving met zich meebrengt, ligt het zwaartepunt van deze zaak bij de explosie in Roermond. Deze explosie gaf een enorme knal en had aanzienlijke materiële schade aan het restaurant tot gevolg. Brokstukken werden door de impact ruim 30 meter weggeblazen.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben een gevaarlijke situatie in het leven geroepen, waardoor gevaar voor goederen is ontstaan. Hoewel er forse materiële schade is opgetreden, hadden de gevolgen van het handelen van de verdachten vele malen ernstiger kunnen zijn. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring en uit de verzochte schadevergoeding blijkt hoe ingrijpend de gevolgen voor het slachtoffer, de eigenaresse van het restaurant, zijn geweest. De slachtofferverklaring spreekt in dit verband boekdelen. Door deze nare gebeurtenis regeert angst over haar leven. Frustrerend voor haar is ook dat tot op de dag van vandaag niet duidelijk is geworden waarom de explosie heeft plaatsgevonden en wie de daadwerkelijke opdrachtgever is geweest.
Deze explosies veroorzaken niet alleen grote schade en impact op de direct betrokkenen, maar zorgen ook voor gevoelens van angst, onrust en onveiligheid voor anderen. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het ontstaan en in stand houden van die gevoelens en heeft zich bovendien niet laten weerhouden door het voorzienbare gevaar voor schade. De rechtbank rekent dit verdachte aan.
Hoewel de verdachte zijn rol minimaliseert en daarmee alle verantwoordelijkheid van zich afschuift, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte diegene is geweest die het vuurwerk heeft geleverd en in elkaar heeft gezet.
De verdachte is bovendien degene geweest die de medeverdachten heeft benaderd om de explosie te veroorzaken, dit te filmen en het vervoer te regelen en voor betaling van de medeverdachten zou zorgdragen. De rechtbank ziet zijn rol als de regisseur van de explosie en neemt dit de verdachte ernstig kwalijk.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van wat verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht over zijn persoonlijke omstandigheden. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het strafblad van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op de reclasseringsrapportages, waaronder het meest recente adviesrapport van 9 juni 2026. De reclassering constateert dat betrokkene op meerdere leefgebieden stabiel functioneert. Gelet op de gesloten en afhoudende houding van de verdachte, blijft het zicht op zijn psychosociaal functioneren beperkt. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met de medeverdachten, het inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding en het inzage geven in de financiën.
Ten tijde van het plegen van de feiten was verdachte achttien jaar oud.
De reclassering adviseert om het volwassenenstrafrecht toe te passen. De verdachte functioneert niet op licht verstandelijk beperkt niveau, vertoont geen kinderlijk gedrag en lijkt in staat zijn leven zelfstandig te organiseren. Op pedagogisch gebied wordt onvoldoende noodzaak gezien voor toepassing van het jeugdstrafrecht.
De rechtbank kan zich verenigen met het gegeven advies en zal het volwassenenstrafrecht toepassen. De rechtbank ziet -anders dan de raadsman- in de omstandigheden geen aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen. Wel zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het feit dat verdachte nog jong is.
De straf
Vooral de jonge leeftijd van verdachte, het gegeven dat hij reeds geruime tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en sinds zijn schorsing al enige tijd met een enkelband rondloopt, maakt dat de rechtbank lager uitkomt dan de eis van de officier van justitie.
Alles overwegende legt de rechtbank aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen, met aftrek, waarvan 302 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met de medeverdachten, het inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding en het inzage geven in de financiën. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Een dadelijke uitvoerbaarheid is mogelijk indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte meewerkt aan het reclasseringstraject en openstaat voor begeleiding waardoor het risico op herhaling beperkt wordt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt dan ook niet voldaan aan de vereisten voor het opleggen van de dadelijke uitvoerbaarheid.

7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen

7.1
De vordering van de benadeelde partij
[naam restaurant]
De benadeelde partij restaurant [naam restaurant] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 1.000,00 euro bestaande uit materiële schade, te weten het eigen risico. De benadeelde heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer]
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 4.000,00 euro aan immateriële schade. Zij heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
[naam restaurant] en [slachtoffer]
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van beide gevorderde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente, en heeft gevorderd hierover de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
[naam restaurant] en [slachtoffer]
De verdediging heeft gelet op de vrijspraakverweren zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van [naam restaurant] , met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel nu een bedrijf geacht wordt zelf zorg te kunnen dragen voor de incassering van de schadevergoeding. Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer] verzoekt de verdediging de rechtbank deze te matigen.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
[naam restaurant]
De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek, voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot het bedrag zoals gevorderd.
De vordering is voldoende onderbouwd en niet door de verdediging weersproken. De rechtbank zal de vordering van een bedrag 1.000,00 euro dan ook toewijzen.
[slachtoffer]
Rechtstreekse schade
De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek, van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde is immers de enige eigenaar van het restaurant. De benadeelde partij is derhalve ontvankelijk in haar vordering.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek is vergoeding mogelijk van ander nadeel dan vermogensschade. Op grond van lid 1 aanhef en onder b van voornoemd artikel is daarvoor onder andere plaats bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze.
Op grond van de onderbouwing van de schade en hetgeen ter terechtzitting namens de benadeelde partij naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. Nu er geen andere reden is gebleken acht de rechtbank aannemelijk dat de explosie was bedoeld om [slachtoffer] te intimideren en daarmee op haar (persoonlijk) gericht. Uit de verklaring van de huisarts blijkt dat de benadeelde klachten ondervindt en dat zij nog steeds met de (psychische) gevolgen van de handelingen van de verdachten wordt geconfronteerd. De rechtbank zal de gevorderde schade naar billijkheid vaststellen op 2.000,00 euro en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke aansprakelijkheid
De toegewezen bedragen aan schadevergoeding dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank ziet verder aanleiding om schadevergoedingsmaatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, waarbij ook de toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit geldt ook in het geval van [naam restaurant] , aangezien het een eenmanszaak betrof en het restaurant inmiddels is verkocht. De rechtbank acht het om die reden niet nodig dat [slachtoffer] de schade zelf moet verhalen.
De rechtbank stelt ten slotte vast dat er meerdere daders zijn en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregelen hoofdelijk opleggen, aangezien deze vorderingen tevens in de strafzaak van de medeverdachten zijn ingediend. De verdachte wordt aldus veroordeeld tot betaling aan de benadeelde partijen van het toegewezen bedrag, te voldoen voor zover deze vorderingen niet reeds door of namens een medeverdachte is betaald.

8.Het beslag

De rechtbank gelast de teruggave van de telefoon (Omschrijving: Rubberen hoes, achterzijde pasfoto beslagene, Wit, merk: Apple, goednummer: G1790537) aan de verdachte (beslagene).

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt de volgende
a.
meldplicht bij reclassering
De veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Huisbezoeken zijn onderdeel van de meldplicht;
contactverbod
De veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachten in onderhavige zaak, te weten:
o
[medeverdachte 1], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 1] (Portugal);
o
D’iougdri Chris [medeverdachte 2], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 2] ;
o
Tijhairo Cristepher [medeverdachte 3], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] ;
dagbesteding
De veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
inzage financiën
De veroordeelde geeft inzage in zijn financiën. Hij heeft geen contant geld meer in de woning/zijn kamer. Hij laat via online bankieren (van al zijn bankrekeningen) zien wat zijn inkomen is en wat zijn uitgaven zijn;
  • geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[naam restaurant]
  • wijstde vordering van de benadeelde partij
    [naam restaurant] geheel toeen veroordeelt de verdachte
    hoofdelijkom aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
    1.000,00 eurobestaande uit materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
    wettelijke rentevanaf
    21 februari 2025tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
[slachtoffer]
  • wijstde vordering van de benadeelde partij
    [slachtoffer] gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte
    hoofdelijkom aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
    2.000,00 eurobestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
    wettelijke rentevanaf
    21 februari 2025tot aan de dag der algehele voldoening;
  • verklaart de benadeelde partij voor het overige
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
Beslag
-
gelast de teruggavevan het volgende inbeslaggenomen voorwerp aan [verdachte] :
1 STK GSM (Omschrijving: Rubberen hoes, achterzijde pasfoto beslagene, Wit, merk: Apple, PL2300-2025028445-G1790537).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. dr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A.J.A.P. Merk en mr. L.M.N.F. Roelofs griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juli 2026.
Buiten staat
Mr. dr. M.E. Notermans en mr. L.A.J.A.P. Merk zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1 primair:
Hij op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s en/of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvonden bevonden, te duchten was;
T.a.v. feit 1 subsidiair:
[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging, opzettelijk een ontploffing teweeg hebben gebracht door op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvonden bevonden,
te duchten was
welk feit hij, verdachte, op of omstreeks 21 februari 2025 te Tilburg en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet door tussenkomst van een of meer anderen, door giften en/of beloften en/of misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, opzettelijk is uitgelokt, immers heeft/hebben verdachte en of zijn mededader(s)
- die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] benaderd om het explosief te plaatsen en/of
- die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] bevolen of laten bevelen, althans op dwingende wijze gezegd deze opdracht uit te voeren en/of
- een geldbedrag heeft betaald of laten betalen en/of in het vooruitzicht gesteld of laten stellen als onkostenvergoeding en/of compensatie als dit feit gepleegd zou worden en/of
- een vuurwerk brandstof combinatie en/of andere goederen ter beschikking gesteld of laten stellen aan die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en/of aan andere perso(o)n(en) en/of
- instructies gegeven of laten geven aan die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en/of aan andere perso(o)n(en) over hoe het teweegbrengen van die ontploffing op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond uitgevoerd zou moeten worden;
T.a.v. feit 2
Hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Tilburg, gemeente Tilburg, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool (merk CZ, type model 75), voorhanden heeft gehad.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, onderzoek QBA, proces-verbaalnummer LB1R025017, gesloten d.d. 12 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 725.
2.Proces-verbaal van aangifte [aangever] d.d. 21 februari 2025, pg. 37-38.
3.Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres restaurant] Roermond) d.d. 21 februari 2025, pg. 186-189.
4.Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 24 maart 2025, pg. 244-248.
5.Proces-verbaal conclusie onderzoek dactyloscopische sporen d.d. 14 april 2025, pg. 249-254.
6.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 8 april 2025, pg. 290-294.
7.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 4 april 2025 en 7 april 2025, pg. 280-284.
8.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 4 april 2025 en 7 april 2025, pg. 285-289.
9.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 3 april 2025, pg. 255-259.
10.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 4 april 2025, pg. 260-264.
11.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 3 april 2025, pg. 253 en 265-296.
12.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 8 april 2025 en 9 april 2025, pg. 270-274.
13.Een geschrift, te weten rapport dactyloscopisch sporenonderzoek d.d. 4 april 2025 en 7 april 2025, pg. 275-279.
14.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 maart 2025, pg. 341-354.
15.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming ten aanzien van goednummer 1790537 d.d. 25 maart 2025, pg. 22. Dit geschrift maakt geen onderdeel uit van het onder 1 genoemde proces-verbaal.
16.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2025, pg. 731 en de bijlage bij dit proces-verbaal pg. 732-744. Dit proces-verbaal maakt geen onderdeel uit van het onder 1 genoemde proces-verbaal.
17.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 26 februari 2025, pg. 435-454.
18.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 27 februari 2025, pg. 496-514 en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 31 maart 2025, pg. 515-522.
19.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] d.d. 8 april 2025, pg. 626-637.
20.Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming ten aanzien van goednummer 1790571 d.d. 25 maart 2025, pg. 26. Dit geschrift maakt geen onderdeel uit van het onder 1 genoemde proces-verbaal.
21.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2025, pg. 709-711.