Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [medeverdachte 1] , met het parketnummer 03.056429.25;
- [medeverdachte 2] , met het parketnummer 03.056432.25;
- [medeverdachte 3] , met het parketnummer 03.093401.25.
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel dat hij dit feit heeft uitgelokt
(subsidiair);
3.De beoordeling van het bewijs
De verklaringen van de medeverdachten dienen te worden uitgesloten van bewijs, omdat sprake is van schending van artikel 6 EVRM Pro (Vidgen-jurisprudentie). De verdediging heeft het ondervragingsrecht onvoldoende kunnen uitoefenen, omdat de medeverdachten zich hebben beroepen op hun verschoningsrecht. Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte 1] ongeloofwaardig verklaard. Voor het overige biedt het dossier geen bewijsmiddelen voor een strafbare betrokkenheid van de verdachte bij de explosie. In elk geval is de rol van de verdachte beperkt en dient vrijspraak te volgen voor het merendeel van de feitelijke gedragingen, zoals het onder druk zetten of uitlokken van medeverdachten. Ook moet worden vrijgesproken van de onderdelen levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
Op vrijdag 21 februari 2025, omstreeks 02.00 uur, werd ik wakker gebeld door de meldkamer van de inbraakbeveiliging, dat ik naar het pand moest komen en dat de pui van het pand eruit zou liggen. Ik ben toen meteen ter plaatse gegaan.
Ik zag dat een van de ruiten van het pand met kozijn en alles eruit was. Het pand heeft op de begane grond vier ramen van ongeveer 1 meter bij 2 meter. Ik zag dat er puin op straat lag. Ik zag dat dit puin bestond uit glasscherven en hout. Ik zag dat het tweede raam van links het beschadigde kozijn betrof.
forensisch onderzoekgedaan op de
plaats delict ( [adres restaurant] te Roermond)en relateren – zakelijk weergegeven – als volgt: [3]
Wij zagen dat één van de vier ramen in de voorgevel grotendeels ontbrak en dat de zonwering eveneens ontbrak. Wij zagen dat het raam oorspronkelijk uit twee kozijnen bestond. Een kozijn aan de straatzijde (buitenzijde) en een kozijn aan de binnenzijde (restaurantzijde). Beide kozijnen waren voorzien van raamvleugels. Tussen deze twee kozijnen is een vensterbank van ongeveer 40 centimeter breed. Wij zagen dat van beide kozijnen de raamvleugels volledig ontbraken en dat er alleen nog enkele houten delen van het kozijn aan de gevel hingen. Wij zagen dat de muur en de vensterbank tussen de twee kozijnen in aan de linkerzijde zwart beroet was. Wij zagen dat een stuk uit het plafond in het restaurant was weggeslagen. Tussen de brokstukken van de kozijnen zagen wij op het terras voor het restaurant een blauwe dop die wij herkenden als zijnde een dop van een stuk vuurwerk genaamd "Cobra 6". Deze dop hebben wij veiliggesteld.
Voor het raam zagen wij een stuk beton dat niet van het gebouw afkomstig was en hoogstwaarschijnlijk door de daders is gebruikt om een raam te vernielen. Tijdens het betreden van het pand roken wij de geur van kruitdamp die wij herkennen als de geur van vuurwerk. Tussen de brokstukken van de kozijnen en het glas zagen wij op de vloer van het restaurant een blauwe dop die wij herkenden als zijnde een dop van een stuk vuurwerk genaamd "Cobra 6". Deze dop hebben wij veiliggesteld. Over de rugleuning van een stoel zagen wij een deels gesmolten en door vuur aangetast kunststoffles met daarop tape. Dit deel kunststof hebben wij veiliggesteld.
goednummer 1781767, met SIN AARH0847NLwerd op sporen bemonsterd en hierop werd een aantal dactyloscopische sporen (
vingerafdrukken) aangetroffen en veiliggesteld. [4]
aan de telefoon (Apple iPhone)van
medeverdachte [medeverdachte 1]en heeft daarover – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: [14]
Op 21-02-2015 om 00:14:36 (UTC+0) start een chatgesprek tussen [verdachte] ( [gebruikersnaam verdachte] ) en [eigenaar]
Ik zag dat er binnen het tijdsbestek 00.14 51 (UTC+0) en 01:43:55 (UTC+0) verschillende malen naar het telefoontoestel was gebeld of er vanuit het toestel gebeld werd:
From:
[telefoonnummer 1], 21 x gebeld
To:
[telefoonnummer 1], 4 x gebeld
aan de telefoon van de verdachte met goednummer 1790537en heeft daarover – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: [16]
Opmerking: In gebezigde straattaal betekent ‘kino’ film en geklem’ verwijst naar gearresteerd/in beslag genomen.
A: [gebruikersnaam medeverdachte 1]
A: In een grijze Ford.A: [bestuurder] reed er in. Zo heet de bestuurder.A: [bestuurder] had 50 euro gekregen van [verdachte] om te gaan tanken omdat zijn tank bijna leeg was.
A: 200,- Euro.V: En hoe zou je dat betaald krijgen?
A: Cash.V: Van wie?
A: opdrachtgever.
[medeverdachte 2]
V: Door wie ben je gebeld?
Of ik gewoon wilde filmen voor een beetje geld.A: 200 euro.
A: Bijna iedereen noemt mij zo.V: Wat kan je mij vertellen voer geld wat jij van [verdachte] kreeg voordat jullie naar Roermond reden:
De rechtbank verwerpt deze verweren. De rechtbank onderkent dat de verklaring van [medeverdachte 1] een bewijsmiddel van aanzienlijk gewicht is, nu hij in zijn verklaring uitleg geeft over de gang van zaken die avond en nacht en verklaart over de rol van verdachte. Deze verklaring vindt echter op essentiële onderdelen steun in de overige bewijsmiddelen: het berichtenverkeer, de vele telefoongesprekken, de foto’s van het restaurant en de vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen op de vuilniszak waarin de vuurwerkbom werd verplaatst. Het bewijs in deze zaak is dan ook niet enkel en doorslaggevend gebaseerd op de verklaring van [medeverdachte 1] . De verklaringen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vinden op hun beurt weer steun in de verklaring van [medeverdachte 1] en in de overige bewijsmiddelen, zodat ook deze verklaringen naar het oordeel van de rechtbank voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Van enige schending van artikel 6 EVRM Pro is gelet op het voorgaande dan ook geen sprake.
De verdachte heeft de vuurwerk brandstof combinatie aan [medeverdachte 1] gegeven, nadat hij deze eerst nog aan elkaar heeft getapet en in een vuilniszak heeft gezet. Deze vuilniszak is later op de brug in de buurt van de plaats delict door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] achtergelaten en daarop zijn verdachtes vingerafdrukken aangetroffen. Gedurende de vroege nacht is er veelvuldig contact geweest tussen de verdachte en [medeverdachte 1] en heeft de verdachte aan [medeverdachte 1] gevraagd hem te laten weten als zij er zijn en een foto van de plaats delict te sturen. Dat de verdachte met het bericht ‘typmw alsje derben’ zou hebben bedoeld dat [medeverdachte 1] ‘mw’, de opdrachtgever zou moeten berichten als hij er is, gelooft de rechtbank niet. De rechtbank ziet dit, mede gelet op hoe de overige berichten zijn getypt, als een schrijffout en leest hier ‘me’ in de plaats van ‘mw’. In de ochtend van 21 februari 2025 en de dagen daarna wordt door de verdachte met zoektermen als ‘Roermond explosie’ en ‘Roermond vuurwerkbom’ op het internet gezocht, waarna de zoekopdrachten weer worden verwijderd en worden van artikelen die te maken hebben met de explosie bij restaurant [naam restaurant] screenshots gemaakt, die later ook weer worden verwijderd.
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026;
- de kennisgeving van inbeslagneming;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
Alles overwegende legt de rechtbank aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 600 dagen, met aftrek, waarvan 302 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een contactverbod met de medeverdachten, het inspannen voor het vinden en behouden van dagbesteding en het inzage geven in de financiën. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Een dadelijke uitvoerbaarheid is mogelijk indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte meewerkt aan het reclasseringstraject en openstaat voor begeleiding waardoor het risico op herhaling beperkt wordt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt dan ook niet voldaan aan de vereisten voor het opleggen van de dadelijke uitvoerbaarheid.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende
meldplicht bij reclassering
[medeverdachte 1], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 1] (Portugal);
D’iougdri Chris [medeverdachte 2], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 2] ;
Tijhairo Cristepher [medeverdachte 3], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] ;
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[naam restaurant] geheel toeen veroordeelt de verdachte
hoofdelijkom aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
1.000,00 eurobestaande uit materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
21 februari 2025tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte
hoofdelijkom aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
2.000,00 eurobestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
21 februari 2025tot aan de dag der algehele voldoening; - verklaart de benadeelde partij voor het overige
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
gelast de teruggavevan het volgende inbeslaggenomen voorwerp aan [verdachte] :