Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 juli 2025;
- de door de raad overgelegde geboorteakte, ontvangen op 25 juli 2025.
- een vertegenwoordigster van de raad;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten ter zitting
De ernstige psychiatrische problematiek van de moeder en haar verstandelijke beperking maken dat de moeder over onvoldoende pedagogische mogelijkheden beschikt en niet in staat is om voor [minderjarige] als opvoeder beschikbaar te zijn en haar een veilige en gestructureerde opvoedingsomgeving te bieden.
De moeder is gediagnosticeerd met een schizo affectieve stoornis van het bipolaire type en heeft een beperkt ziekte-inzicht. De kans dat de moeder terugvalt in een psychose is volgens behandelaar [accommodatie] erg groot. De moeder is op die momenten onbereikbaar en kan geen beslissingen nemen in het belang van zichzelf of van haar kind(eren). [accommodatie] schetst bovendien dat de moeder, ook op het moment dat zij niet in een psychose zit, niet in staat is om beslissingen te nemen in het belang van een ander. In de zorg voor een kind en met name een kwetsbare baby, maakt dit bovendien dat moeder voortdurend toezicht en aansturing nodig heeft, wat feitelijk niet geboden kan worden door de hulpverlening.
[accommodatie] benoemt verder dat uit wetenschappelijk onderzoek bekend is, dat opgroeien bij een psychiatrische ouder kan leiden tot ernstige scheefgroei in de ontwikkeling vanwege beperkte beschikbaarheid met onvoorspelbaar en onbetrouwbaar gedrag. Hierdoor kan een kind niet vertrouwen op een ouder, lukt afstemming tussen kind en ouder niet goed en zijn er grote risico’s voor onveilige en gedesorganiseerde hechting bij kinderen.
De raad heeft onweersproken gesteld dat door [accommodatie] in 2013 is vastgesteld dat de moeder verstandelijk beperkt is (TIQ van 73) – waar de moeder het niet mee eens is –, waarbij [accommodatie] de inschatting maakt dat de cognitieve vermogens van de moeder als gevolg van meerdere psychoses verder gedaald zijn. De moeder is volgens [accommodatie] in de loop der jaren steeds slechter gaan functioneren en haar cognitieve functies lijken beduidend te zijn afgenomen.
De rechtbank stelt verder dat [minderjarige] na de geboorte vanuit het ziekenhuis direct in het pleeggezin is geplaatst vanwege de grote zorgen over de (thuis)situatie van de moeder. Sindsdien woont [minderjarige] in het huidige pleeggezin. De rechtbank leidt uit informatie en de verklaringen ter zitting van de raad en de GI af dat [minderjarige] zich goed en leeftijdsadequaat ontwikkelt in het pleeggezin.
Omgang tussen de moeder en [minderjarige] is het hoogst haalbare gebleken vanwege de kwetsbaarheid en beperkte leerbaarheid van de moeder. Tijdens de contactmomenten met [minderjarige] blijkt bijvoorbeeld dat de moeder telkens aangestuurd moet worden over hoe ze [minderjarige] veilig moet vasthouden. Ook heeft de moeder moeite met het onthouden van tips. Het is nodig gebleken dat twee begeleiders bij de contacten tussen de moeder en [minderjarige] en [kind] aanwezig zijn, omdat de moeder anders overvraagd wordt.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat het de wens van de moeder is om voor [minderjarige] te kunnen zorgen en dat de moeder van goede wil is, laat de praktijk zien dat het de moeder niet zal lukken vanwege haar zeer beperkte mogelijkheden. De moeder is zelf afhankelijk van hulpverlening om goed te kunnen functioneren.
[minderjarige] is een baby die gelet op haar jonge leeftijd volledig afhankelijk is van de volwassenen om haar heen en daarom heel kwetsbaar is.
[minderjarige] heeft recht op en behoefte aan duidelijkheid over waar zij mag opgroeien en moet zich, gelet op de levensfase waarin zij zich bevindt, kunnen hechten aan de volwassenen die voor haar zorgen. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] , is de aanvaardbare termijn voor haar verstreken. [minderjarige] heeft voor haar verdere ontwikkeling behoefte aan een gestructureerde, duidelijke, stabiele en veilige opvoedingsomgeving. Dit wordt haar door het pleeggezin geboden. Naar het oordeel van de rechtbank is de moeder nu niet, maar ook niet binnen een voor [minderjarige] afzienbare tijd in staat om aan [minderjarige] een dergelijke opvoedingsomgeving te bieden.
De belangen van [minderjarige] dienen te prevaleren boven het belang van de moeder bij instandhouding van het gezag.
5.De beslissing
[de moeder], geboren op [geboortedag 2] 1990 in [woonplaats] , over
[minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2025 in [woonplaats] ;
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam tot voogd over genoemde minderjarige;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.