ECLI:NL:RBLIM:2026:7056

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/03/347008 / FA RK 25-2441
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Frénay
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 RvArt. 3b Brussel II-terArt. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak echtscheiding wegens duurzaam ontwricht huwelijk met interregionale rechtsmacht

De rechtbank Limburg behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen die in 1994 in het buitenland zijn gehuwd en waarvan de vrouw in Curaçao woont. De zaak heeft een interregionaal karakter, waardoor de rechtbank het internationale privaatrecht toepast en concludeert dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 3b Brussel II-ter.

De betekening van het verzoekschrift aan de vrouw in Curaçao is volgens artikel 55 Rv Pro correct verlopen, ondanks het ontbreken van bewijs van ontvangst, omdat de betekening aan het parket van het Openbaar Ministerie heeft plaatsgevonden en de zending niet retour is gekomen. De rechtbank erkent het huwelijk als rechtsgeldig omdat het in Curaçao is voltrokken, een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

De man verzoekt echtscheiding wegens duurzaam ontwricht huwelijk, hetgeen niet is weersproken door de vrouw. De rechtbank wijst het verzoek toe en verklaart de echtscheiding uit. Het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt afgewezen omdat het huwelijk pas eindigt bij inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

De beschikking is uitgesproken door rechter Frénay en griffier Groen-Witvliet op 8 juli 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarvoor een advocaat nodig is.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzaam ontwricht huwelijk en bevestigt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Maastricht
Zaaknummer: C/03/347008 / FA RK 25-2441
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. J.B.M. Rütten uit Kerkrade,
tegen
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend te [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de man met bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
  • het betekeningsexploot;
  • het bericht van de man met bijlage van 9 maart 2026;
  • het bericht van de man met bijlage van 18 maart 2026;
  • het bericht van de man met bijlage van 19 maart 2026;
  • het bericht van de man met bijlage van 10 juni 2026.
1.2.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
1.3.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 1994 te [plaats] .
2.2.
Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.
2.3.
Gelet hierop draagt deze zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank de regels van het internationale c.q. interregionale privaatrecht toe te passen.
Rechtsmacht
2.4.
Onderhavige zaak is niet alleen verbonden met Nederland maar vanwege de plaats waar het huwelijk is voltrokken en vanwege de plaats waar partijen gedurende een reeks van jaren hebben gewoond en waar de vrouw nu nog steeds woont, ook met [woonplaats 2] . Die aspecten brengen mee dat de zaak een interregionaal (privaatrechtelijk) karakter draagt en dat uit het recht van verschillende landen van het Koninkrijk moet worden gekozen.
2.5.
Bij de beantwoording van de vraag of de Nederlandse rechter in een geval van interregionale aard rechtsmacht toekomt, dient de rechter zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bevoegdheidsbepalingen die voor hem gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht (HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:163). In dit geval ligt het voor de hand aansluiting te zoeken bij artikel 3 b Brussel II-ter als “dichtstbijzijnde” bevoegdheidsbepaling. Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter in interregionale zin rechtsmacht toekomt om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
Betekening
2.6.
Het verzoekschrift is aan de man betekend middels het uitbrengen van een exploot op 13 november 2025 aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij deze rechtbank. Op grond van artikel 55 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient de ambtenaar van het OM een afschrift van dit exploot toe te zenden aan het Kabinet van de Gevolmachtigd Minister van Curaçao, hierna te noemen: het Kabinet. Een tweede afschrift wordt door de deurwaarder per aangetekende brief onverwijld toegezonden aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van betrokkene.
2.7.
Uit het exploot van betekening blijkt dat aan het vorenstaande is voldaan. Het OM heeft echter, ondanks een rappel daartoe, geen reactie van het Kabinet mogen ontvangen of de stukken daadwerkelijk zijn uitgereikt aan de vrouw.
2.8.
De man heeft het bewijs van aangetekend verzenden door de deurwaarder overgelegd. Uit de Track & Trace van Post.NL blijkt dat de zending op 17 november 2025 naar de vrouw is verzonden en op 1 december 2025 in Curaçao is aangekomen. Er is geen bewijs dat de zending aan de vrouw is uitgereikt, maar de zending is ook niet retour gekomen.
2.9.
De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 55 lid 1 Rv Pro vermeldt dat ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is, de betekening aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal, geschiedt bedoeld in artikel 54, leden 2 en 4 Rv, die een afschrift van het exploot ten behoeve van degene voor wie het bestemd is, toezendt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken of, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevindt, aan het Kabinet van de Gevolmachtigd Minister van Aruba, Curaçao respectievelijk Sint Maarten in Nederland dan wel, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, aan Onze Minister van Justitie. Een tweede afschrift wordt door de deurwaarder per aangetekende brief onverwijld toegezonden aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene.
2.10.
Uit jurisprudentie volgt dat de betekening overeenkomstig het bepaalde in artikel 55 lid 1 Rv Pro is voltooid zodra het te betekenen exploot is gelaten aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie dan wel van de procureur-generaal. Toezending van een afschrift aan de diplomatieke of consulaire ambtenaar van het land van de bekende woon- of verblijfplaats en een tweede afschrift per aangetekende brief aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de geëxplooteerde, is dus geen bestanddeel van de betekening. Dat betekent dat voor een rechtsgeldige betekening op grond van artikel 55 lid 1 Rv Pro niet van belang is of het stuk de geëxplooteerde daadwerkelijk heeft bereikt. Dit systeem van betekening wordt wel aangeduid als 'fictieve betekening' of ‘remise au parquet’
.
2.11.
Uit de stukken volgt dat de deurwaarder daarmee aan de vereisten voor de betekening voldaan heeft. Een bewijs van uitreiking is nog niet retour ontvangen, maar dat is zoals voormeld geen vereiste en het is de rechtbank bekend dat een dergelijke akte ook slechts zelden retour wordt ontvangen.
2.12.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval de betekening correct heeft plaatsgevonden.
Erkenning huwelijk
2.13.
De rechtbank overweegt het volgende.
De rechtbank onderzoekt eerst ambtshalve of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk omdat pas bij een bevestigend antwoord het verzoek echtscheiding aan de orde kan komen.
2.14.
Nu Curaçao behoort tot het Koninkrijk der Nederlanden is een aldaar voltrokken huwelijk rechtsgeldig in Nederland.
2.15.
Daarmee is de eerste vraag bevestigend beantwoord en komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het verzoek tot echtscheiding.
Echtscheiding
2.16.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De man verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De vrouw voert geen verweer.
2.17.
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift beide partijen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit bezaten, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
2.18.
Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.19.
De man verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek af. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1994 te [plaats] ;
3.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Frénay, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Groen-Witvliet, griffier op 8 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.