Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[veroordeelde] ,
De procedure
- medewerking verleent aan alle aanwijzingen van de gecertificeerde instelling, te weten Bureau Jeugdzorg Limburg;
- medewerking verleent aan het klinische behandeltraject binnen GGzE [naam instelling 1] , alle afspraken en behandeladviezen nakomt, ook rondom het innemen van medicatie, zich niet onttrekt aan de behandeling of aan het toezicht, zolang dit noodzakelijk wordt geacht door GGzE en de jeugdreclassering;
- zich houdt aan het volgen van het interne dag-onderwijsprogramma van GGzE [naam instelling 1] ;
- zich houdt aan alle opbouw in vrijheden en uiteindelijke verlofmomenten in overeenstemming met en met goedkeurig van GGzE en de jeugdreclassering;
- alleen onder toezicht gebruik maakt van elektronische apparatuur met internetverbinding/digitale hulpmiddelen zolang als de GGzE en de jeugdreclassering nodig achten;
- inzicht geeft in zijn (offline en online) contacten.
- [veroordeelde] , zijn raadsvrouw en zijn moeder;
- de officier van justitie;
- de heer [naam] , als jeugdreclasseerder verbonden aan de gecertificeerde instelling Bureau Jeugdzorg Limburg (verder te noemen de GI).
- het vonnis van de rechtbank van 1 april 2025;
- de brief namens [naam instelling 1] van 31 maart 2026;
- de terugmelding door de GI van 1 april 2026;
- de beslissing van de rechtbank van 4 juni 2026;
- de mailwisseling tussen het Openbaar Ministerie en de GI van 17 juni 2026;
- de aanvullende rapportage van de GI van 26 juni 2026;
- de aanvullende rapportage van de GI van 8 juli 2026.
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
- wijst de vordering van de officier van justitie toe;
- wijzigt de bijzondere voorwaarden, welke eerder door deze rechtbank zijn opgelegd op 1 april 2025, in die zin dat deze thans als volgt luiden: