ECLI:NL:RBLIM:2026:7141

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
03.251807.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf wegens medeplichtigheid aan grootschalige drugshandel

De rechtbank Limburg heeft op 17 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van het bezit en de handel in grote hoeveelheden soft- en harddrugs, waaronder cocaïne, MDMA, amfetamine, hennep, hasjiesj en ketamine.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet voldoende gewichtige bijdrage had geleverd voor medeplegen, maar wel medeplichtig was aan het opzettelijk aanwezig hebben van de drugs. De verdachte had zijn kelderbox en berging verhuurd aan medeverdachte en een derde persoon, en was zich bewust van de aanmerkelijke kans dat deze ruimtes werden gebruikt voor drugshandel. Uit bewijsmiddelen, waaronder doorzoekingen, forensisch onderzoek en whatsapp-berichten, bleek dat grote hoeveelheden drugs aanwezig waren.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht bij de reclassering en gedragsinterventie. Daarnaast werd een taakstraf van 180 uur opgelegd. De rechtbank nam de positieve ontwikkelingen van de verdachte mee in de strafoplegging en sprak hem vrij van de meer ernstige tenlasteleggingen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 180 uur taakstraf wegens medeplichtigheid aan grootschalige drugshandel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.251807.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.H.M. Belt, advocaat te Landgraaf.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 juni en 3 juli 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.177517.23.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: (primair)samen met anderen 637,84 cocaïne, 934,3 gram MDMA en 1493,97 gram amfetamine heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, dan wel
(subsidiair)dat hij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest;
Feit 2: (primair)samen met anderen 3493,7 gram hennep en 284.54 gram hasjiesj heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, dan wel
(subsidiair)dat hij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest;
Feit 3: (primair)samen met anderen, zonder registratie, 8977,91 gram ketamine in voorraad heeft gehad, dan wel
(subsidiair)dat hij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest, dan wel
(meer subsidiair)samen met anderen opzettelijk 8977,91 gram ketamine, waarvoor geen handelsvergunning gold, in voorraad heeft gehad, dan wel
(meest subsidiair)dat hij daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair. De verdachte had wetenschap en beschikkingsmacht over hetgeen zich in zijn kelderbox en berging bevond. Als bewoner wordt hij geacht weet te hebben van en verantwoordelijk te zijn voor de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daarnaast volgt uit de berichten en gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen. De stelling van de verdachte dat hij geen toegang meer had tot de kelderbox en de berging acht de officier van justitie niet geloofwaardig, gelet op de gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] en gezien het filmpje dat de verdachte naar [medeverdachte] heeft gestuurd waarop een deur is te zien die lijkt op de deur van de berging van boven met een sleutel met sleutelbos in het slot. De personen aan wie de berging was verhuurd waren immers toen al in beeld.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van feit 1 primair en feit 2 primair, omdat er geen sprake is van medeplegen. Uit het dossier kan niet de conclusie volgen dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking noch dat er sprake is van een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht aan deze strafbare feiten. De verdachte heeft verklaard dat hij de sleutel van de kelderbox en de berging had afgegeven. Hij had geen wetenschap over wat er precies in de kelder en berging zou worden opgeslagen. De verdovende middelen bevonden zich aldus niet in de machtssfeer van de verdachte in de zin dat hij erover kon beschikken.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte had zich ervan moeten vergewissen wat er precies zou gebeuren in de ruimtes. De vraag is of kan worden geconcludeerd dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de daders de verdovende middelen in deze ruimtes zouden opslaan.
Ter zake van feit 3 heeft de raadsvrouw verzocht de verdachte integraal vrij te spreken. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het primair en subsidiair ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van opzet. De verdachte had geen wetenschap van de aanwezigheid van ketamine in de berging op zolder. De verdachte kon deze ruimte niet betreden, omdat hij geen sleutel had. Op basis van het dossier kan bovendien niet worden vastgesteld dat de verdachte zich bezighield met activiteiten betreffende het drijven van een groothandel en dat hij in dat verband ketamine in voorraad heeft gehad. Ook kan niet tot een veroordeling op grond van artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet worden gekomen (meer subsidiair en meest subsidiair), omdat ketamine niet kan worden gekwalificeerd als geneesmiddel in de zin van de Geneesmiddelenwet.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen [1]
Feit 1, feit 2 en feit 3
Op dinsdag 23 september 2025 heeft op het adres [pleegadres] in Beek onder meer op de opslaglocatie op de tweede verdieping (zolder) een
doorzoekingplaatsgevonden. Verbalisanten hebben het volgende gerelateerd: [2]
Op dinsdag 23 september 2025, waren wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , belast met verschillende Meld Misdaad Anoniem meldingen gericht op een locatie, namelijk [pleegadres] te Beek. De bewoner van het pand betreft de later aangehouden verdachte [verdachte] .
Toen wij ter plaatse kwamen op het adres [pleegadres] te Beek hebben wij op de voordeur herhaaldelijke keren geklopt, gebeld en geroepen dat wij van de politie waren en of de voordeur opengedaan kon worden. Hierop werd niet gereageerd en wij kregen de indruk dat er niemand in de woning was. Vervolgens zijn wij naar de kelderverdieping gegaan daar waar de kelder box 67 is gelegen. Wij roken al een hennepgeur. In de kelderruimte roken wij dat de hennepgeur afkomstig was van de eerste kelderdeur aan de linkerzijde. Wij hebben de kelderdeur behorende bij pandnummer 67 geforceerd. In de kelderbox van pandnummer 67 troffen wij op een kast verdovende middelen aan. […] Wij zijn vervolgens naar de berging op de tweede verdieping gelopen. Wij roken gelijk een penetrerende lucht die ons ambtshalve bekend is als henneplucht. Hierop hebben wij de deur welke toegang geeft tot de berging geopend. Wij zagen in de berging een diepvries, bigshopper / tas, kastje, vuilniszak en vier verhuisdozen staan. Tijdens de doorzoeking zijn een grote hoeveelheid softdrugs en harddrugs aangetroffen in de bedoelde berging. Op een gegeven moment omstreeks 12.30 uur kwam er een man de trap opgelopen en liep in de richting van pandnummer 67. Ik, [verbalisant 2] , herkende de man als zijnde [verdachte] , de bewoner van pandnummer 67. Hierop hebben wij de verdachte [verdachte] ter zake het bezit en handel van verdovende middelen op dinsdag 23 september 2025, te 12.34 uur aangehouden, in de trappenhal voor zijn woning.
Ik [verbalisant 2] vroeg aan verdachte [verdachte] welke berging van hem op de tweede verdieping is. Ik hoorde dat hij zei dat de berging die wij open hadden gemaakt zijn berging betreft.
Tijdens de
doorzoekingwerd in de kelderbox op de kast onder meer 190,88 gram hennep, 87,89 hasj, 40,5 gram cocaïne aangetroffen. In de woonkamer op de salontafel werd 0,82 gram hennep aangetroffen. Bij de doorzoeking van de opslaglocatie op de tweede verdieping werden in een doos zakken aangetroffen die gevuld waren met henneptoppen. Dit herkende verbalisant [verbalisant 3] , aan de geur, kleur en vorm.
De totale hoeveelheid wat in de kartonnen dozen 4, 5 en 6 zaten betroffen:
Hennep: 3302,23
Hasj: 196,65 gram
Ketamine: 9100 gram
Cocaïne: 610,23 gram
Speed: 1640 gram (bruto)
MDMA tabletten: licht roze 5 stuks, fluorescerend roze 10 stuks, fluorescerend geel 26 stuks, grijs 284 stuks, paars 773 stuks. [3]
Op donderdag 25 september 2025 werd door de
Forensische Opsporingeen
onderzoekverricht aan de aangetroffen en inbeslaggenomen
verdovende middelen. Door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] is het volgende waargenomen en bevonden: [4]
MDMA
Uniek voorwerp: AATE6010NL
BVH Goednummer: 1840972
Object omschrijving: Circa 1202 paars gekleurde tabletten met op één zijde de afbeelding van het logo "MONCLER". Op de andere zijde was een breuklijn zichtbaar.
Kleur: paars
Nettogewicht:
772,00 gram
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6010NL
Uniek Voorwerp: AASZ8392NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername
Kleur: Paars
Aantal: 20
Nettogewicht: 12,84 gram
Plaats van aantreffen : AATE6010NL
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8392NL)
Resultaat: Positief voor
MDMA
Uniek voorwerp: AATE6001NL
Nummer: 1840992
Object omschrijving: Circa 276 grijs gekleurde tabletten met op één zijde de afbeelding van het logo "MONCLER". Op de andere zijde was een breuklijn zichtbaar.
Kleur: Grijs
aantal: 276
Nettogewicht:
162,30 gramBijzonderheden: Het aantal tabletten betreft een berekend aantal.
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6001NL
Uniek Voorwerp: AASZ8394NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername
Kleur Grijs
Aantal: 20
Nettogewicht: 11,76 gram
Plaats van aantreffen : AATE6001NL
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8394NL)
Resultaat: Positief voor
MDMA
Amfetamine
Uniek voorwerp: AATE6014NL
Goednummer: 1840991
Object omschrijving: Twee transparante kunststof bakken met een grijs gekleurde kunststof deksel, waarvan een deksel een etiket bevatte met daarop onder andere de tekst "1200 ML". In beide bakken zat wit gekleurde pasta.
Kleur: Wit
Aantal: 2
Nettogewicht:
1493,97 gramBijzonderheden: Het nettogewicht betreft een berekend gewicht.
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6014NL
Uniek Voorwerp: AASZ8374NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername 1 van 2
Kleur: Wit
Aantal: 1
Nettogewicht: 14,46 gram
Bijzonderheden: Afkomstig uit één van de twee bakken.
Plaats van aantreffen: AATE6014NL
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6014NL
Uniek Voorwerp: AASZ8375NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername 2 van 2
Kleur: Wit
Aantal: 1
Nettogewicht: 11,45 gram
Bijzonderheden: Afkomstig uit één van de twee bakken.
Plaats van aantreffen : AATE6014NL
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8374NL)
Resultaat: Positief voor
Amfetamineof Metamfetamine
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8375NL)
Resultaat: Positief voor
Amfetamineof Metamfetamine
Cocaïne
Uniek voorwerp: AATE6006NL
Goednummer: 1840976
Object omschrijving: Wit gekleurd poeder en brokken.
Nettogewicht:
39,80 gram
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6006NL
Uniek Voorwerp: AASZ8393NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername
Aantal: 1
Nettogewicht: 4,60 gram
Plaats van aantreffen : AATE6006NL
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8393NL)
Resultaat: Positief voor
Cocaïne
Uniek voorwerp: AATE6011NL
BHV Goednummer: 1840983
Object omschrijving: Een deel van een wit gekleurd blok.
KLeur: Wit
Nettogewicht:
598,04 gram
Veiliggesteld monster afkomstig van goed AATE6011NL
Uniek Voorwerp: AASZ8376NL
Nummer
Object omschrijving: Monstername
Kleur: Wit
Nettogewicht: 4,85 gram
Plaats van aantreffen: AATE6011NL
Uitgevoerde testen bij monster (AASZ8376NL)
Resultaat: Positief voor
Cocaïne
Uit het
proces-verbaal onderzoek verdovende middelenblijkt verder dat het volgende onderzoeksitem is aangeboden voor onderzoek: [5]
Uniek Voorwerp: AATE6013NL
Nummer: 1841002
Object omschrijving: Twee transparante kunststof gesealde zakken met daarin wit gekleurd
kristalachtig poeder.
Kleur: Wit
Nettogewicht: 8977,91 gram
Hieruit is een monster (met SIN-nummer AASZ8373NL) veiliggesteld en getest.
Het resultaat betrof: Indicatie Ketamine
Het
Nederlands forensisch instituut (NFI)heeft in dit verband vastgesteld dat de ketamine (met kenmerk: AASZ8373NL) (vrijwel) zuivere ketamine HCL bevat. [6] Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voldoet dit product aan de omschrijving van het begrip werkzame stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder x.1, van de Geneesmiddelenwet. [7]
Het
NFIheeft voorts onderzoek gedaan of het onderzoeksmateriaal amfetamine, cocaïne, heroïne, metamfetamine en/of MDMA bevat. Uit de resultaten blijkt het volgende: [8]
Kenmerk: AATE6001NL
Omschrijving FO: tablet, grijs, uit 162,30 gram
Conclusie: bevat MDMA
Kenmerk: AATE6006NL
Omschrijving FO: poeder en brokvormig, wit, uit 39,80 gram tablet
Conclusie: bevat cocaïne
Kenmerk: AATE6010NL
Omschrijving FO: tablet, paars, uit 772,00 gram
Conclusie: bevat MDMA
Kenmerk: AATE6011NL
Omschrijving FO: blok(ken), wit, uit 598,04 gram
Conclusie: bevat cocaïne
Op 25 september 2025 is door verbalisant [verbalisant 6]
de telefoonvan verdachte [verdachte] onderzocht. De analyse werd gericht op de whatsapp gesprekken tussen verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] . Verbalisant [verbalisant 6] heeft daarover onder meer het volgende gerelateerd [9] :
  • 27 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 27 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht
  • 27 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 27 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt:
  • 27 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 28 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 28 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt twee spraakberichten:
  • 29 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 2 september 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 16 september 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht: ’’
  • 17 september 2025, [verdachte] stuurt een afbeelding:
  • 17 september 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht: '
  • 17 september 2025, [medeverdachte] stuurt: [telefoonnummer] .
  • 18 september 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
Bij de politie heeft
verdachte [verdachte]op 24 september 2025 verklaard: [10]
V: Waar sta je ingeschreven en woon je hier ook daadwerkelijk?
A: [pleegadres] in Beek, hier verblijf ik ook. In het appartement zelf.
V: Je woont op de [pleegadres] in Beek. Bij deze woning horen een kelderbox en een berging op de tweede verdieping. Volgens de woonconsulent van Zo-Wonen behoort de eerste kelderdeur aan de linkerzijde tot het pand 67. Klopt dit?
A: Ja
Vraag advocaat: Wat is er precies bekend over of er andere personen bij jullie in
beeld zijn wat betreft deze zaak? Antwoord verbalisant: Wij hebben een melding gekregen dat de auto die op naam staat van [medeverdachte] tot zes keer per dag, dag en nacht, gezien wordt bij het appartementencomplex. Melder ziet dan een man naar binnen lopen met een sleutel van de toegangsdeur en van de bergingen. Men ziet ook dat deze man de bergingen binnen gaat.
Antwoord verdachte: het gaat inderdaad om [medeverdachte] . Er is een tweede persoon bij betrokken die ze ' [naam betrokkene] ’ noemen. Meer weet ik daar niet van maar daar heb ik wel een telefoonnummer van, van [medeverdachte] ook. Er staan ook hele gesprekken in mijn telefoon met [medeverdachte] en [naam betrokkene] . Op whatsapp noemt die [naam betrokkene] zich ’ [naam betrokkene] ' of [naam betrokkene] '.
V: Heb je die [naam betrokkene] ooit in het echt gezien, heb je een signalement?
A: Een keer in de auto bij [medeverdachte] .
V: Aan wie heb je deze sleutels ooit als eerste gegeven?
A: Aan [medeverdachte] , voor beiden personen. [naam betrokkene] zei dat hij niet veel contact wilde hebben met mij dus dat ging via [medeverdachte] . Die is ze toen komen halen.
V: Hadden beiden personen dus apart van elkaar een setje sleutels?
A: Beiden personen hebben een apart setje sleutels
V: Weet je nog wanneer [medeverdachte] die sleutels is komen halen?
A: Ik denk een klein maandje geleden, misschien anderhalf
V: In de Politieauto heb je ook gezegd dat je bang bent voor de mensen die je bergingen gebruiken. Wat is de reden dat je bang bent voor deze personen?
A: Van [medeverdachte] wist ik wel dat hij wat verkocht, maar niet in deze hoeveelheden, ik heb wel een wiet bij hem gehaald voor mijn eigen gebruik.
V: Hoeveel kreeg jij voor het feit dat zij jouw garageboxen mochten gebruiken?
A: 200 euro per maand
V: Via welke weg kreeg jij dat geld?
A: contant, van [medeverdachte]
De verdachte
[verdachte]heeft ter terechtzitting van 29 juni 2026 verklaard:
De woning en bijbehorende berging en kelderbox aan de [pleegadres] in Beek is van mij. De kelderbox had ik verhuurd aan medeverdachte [medeverdachte] . De opslaglocatie op de tweede verdieping is verhuurd aan iemand via [medeverdachte] . Ik kreeg er een klein geldbedrag voor per maand van [medeverdachte] . De sleutel heeft deze persoon van [medeverdachte] gekregen.
Bewijsoverwegingen
Feit 1 en feit 2
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is, of de verdachte (al dan niet samen met anderen) op 23 september 2025 de aangetroffen cocaïne, MDMA, amfetamine, hennep en hasj opzettelijk aanwezig heeft gehad, zoals primair tenlastegelegd. Had de verdachte
wetenschap van de zich in de berging bevindende soft- en harddrugs en bevonden deze zich in zijn machtssfeer?
De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Bij de beoordeling van de vraag of de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte de kelderbox en de berging van zijn woning aan [pleegadres] te Beek aan medeverdachte [medeverdachte] en een derde persoon genaamd ‘ [naam betrokkene] ’ ter beschikking heeft gesteld. De sleutels behorende bij deze ruimtes heeft de verdachte aan [medeverdachte] overgedragen. De verdachte kreeg daarvoor maandelijks een geldbedrag. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat deze bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht is om te spreken van het medeplegen van het aanwezig hebben van de soft- en harddrugs. De verdachte zal daarom van het primair ten laste gelegde onder feit 1 en feit 2 worden vrijgesproken.
Subsidiair is aan de verdachte tenlastegelegd dat hij medeplichtig is geweest aan het opzettelijk aanwezig hebben van de cocaïne, MDMA, amfetamine, hennep en hasj. Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op de behulpzaamheid zelf maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict).
Uit de whatsapp-gesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte] blijkt dat de verdachte op zijn minst een vermoeden heeft gehad dat zijn kelderbox en berging als ‘stashlocatie’ voor de opslag van verdovende middelen werd gebruikt. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij het misschien wel had kunnen weten, maar daar niet over nadacht omdat hij in die periode een dagelijks gebruiker was. De verdachte heeft desondanks de sleutels aan medeverdachte [medeverdachte] gegeven en heeft zich niet laten weerhouden dat te doen c.q. heeft zich niet gedistantieerd – en daarmee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zich in de kelderbox en berging waarvan hij de sleutel heeft verstrekt, verdovende middelen aanwezig waren. Door het ter beschikking stellen van deze ruimtes heeft de verdachte bewust gelegenheid verschaft. De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte het voor de medeplichtigheid vereiste dubbel opzet op zowel het (grond)delict als de behulpzaamheid had en aldus medeplichtig is geweest, zodat het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2 bewezen kan worden verklaard.
Feit 3
De rechtbank kan kort over dit feit zijn: zij acht het aan de verdachte subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en verwijst in dit verband naar de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging bij feit 1 en feit 2. Het verweer van de verdediging dat de derde onbekende persoon eventueel wel de beschikking had over een registratie om ketamine in voorraad te hebben, maakt dit niet anders. De registratie bevindt zich immers niet in het dossier.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1.subsidiair[medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met elkaar opzettelijk aanwezig hebben gehad- ongeveer (39,8 + 598,04=) 637,84 gram cocaïne en- ongeveer (162,30 + 772=) 934,3 gram MDMA en- ongeveer 1493,97 gram amfetamine;zijnde cocaïne en MDMA en amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 23 september 2025 te Beek opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon de kelderbox en berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen;

2.subsidiair[medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk aanwezig hebben gehad:

- een hoeveelheid van ongeveer (190,88+0,82+3302=) 3493,7 gram hennep en
- een hoeveelheid van ongeveer (196,65+87,89=) 284,54 gram hasjiesj,
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 23 september 2025 te Beek, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door: aan die [medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon de kelderbox en berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen;

3.subsidiair[medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk, zonder registratie zoals bedoeld in de Geneesmiddelen wet een werkzame stof, te weten ongeveer 8977,91 gram ketamine, in voorraad heeft gehad tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 23 september 2025 te Beek, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door: aan die [medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon de kelderbox en berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1 subsidiair:medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 2 subsidiair:medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 3 subsidiair:medeplichtig aan overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel moeten de voorwaarden worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte een taakstraf op te leggen van 240 uur subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De officier van justitie heeft tot slot opheffing van het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte gevorderd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en dat hij slechts een zeer beperkte rol in het geheel heeft gehad. De verdachte heeft de afgelopen periode gebruikt om het roer om te gooien. Hij heeft inmiddels een fulltime baan, woongelegenheid en krijgt begeleiding om te blijven werken aan zijn ontwikkeling en toekomst. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal deze positieve ontwikkeling doorkruisen. De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De verdachte is bereid zich aan de voorwaarden te houden. Tot slot heeft de raadsvrouw opheffing van het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte verzocht.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft met medeverdachte [medeverdachte] op 23 september 2023 een grote hoeveelheid ketamine, soft- en harddrugs voorhanden gehad. De verdachte heeft zijn kelderbox en berging ter beschikking gesteld en verhuurd aan [medeverdachte] en een persoon genaamd ‘ [naam betrokkene] ’. De kelderbox en berging van de woning van de verdachte werden vervolgens gebruikt als zogenaamde ‘stash-locatie’, waar grote hoeveelheden hard- en softdrugs werden bewaard. De verdachte leverde daarmee een essentiële en niet te onderschatten bijdrage aan een (veel) grotere criminele organisatie, gericht op de grootschalige handel in verdovende middelen.
Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen grote gezondheidsrisico’s met zich brengt voor de gebruikers ervan, dat gebruik ervan kan leiden tot een lichamelijke of geestelijke verslaving en dat verslaafde gebruikers misdrijven plegen om aan geld te komen om in hun verslaving te kunnen voorzien. Het is ook algemeen bekend dat de personen die zich bezig houden met de illegale productie van en handel in verdovende middelen daarmee grote winsten maken en hun activiteiten vaak gepaard gaan met geweld en bedreiging met geweld. De verdachte heeft zich ingelaten met dit criminele drugsmilieu en het was hem kennelijk alleen te doen om het geld, waarmee hij destijds zijn verslaving bekostigde.
De verdachte heeft opgemerkt dat zijn verslaving aan verdovende middelen er kennelijk voor gezorgd heeft dat hij de fout in is gegaan en dat hij op dat moment niet nadacht over de gevolgen. Dit wordt ook onderkend door de reclassering in het over de verdachte uitgebrachte advies van 24 juni 2026. De verdachte had ten tijde van het delict zijn leefgebieden niet op orde; hij had geen zinvolle dagbesteding, geen inkomen en gebruikte in die periode drugs om zijn psychische klachten te dempen. Inmiddels zijn deze leefgebieden wel op orde. De verdachte is verhuisd naar een andere gemeente en krijgt ambulante begeleiding van Moveoo. Ook heeft hij werk gevonden bij een autogarage en staat hij op een wachtlijst voor een woning via Moveoo. Het werk van de verdachte draagt bij aan het verlagen van de kans op recidive, aldus de reclassering.
De reclassering adviseert om bij een veroordeling een voorwaardelijke straf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden. Deze zijn een meldplicht bij de reclassering, actieve deelname aan een gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden, ambulante behandeling en beheersing van middelengebruik. De reclassering adviseert een grotendeels voorwaardelijke straf aan de verdachte op te leggen, omdat van belang is dat de verdachte zijn werk behoudt en de positieve lijn kan worden voortgezet.
Wanneer de rechtbank de ernst van de bewezenverklaarde feiten in ogenschouw neemt, de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen en de straffen die doorgaans worden opgelegd voor vergelijkbare feiten, is zij van oordeel dat in beginsel niet kan worden volstaan met een lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank weegt echter mee dat de rol van de verdachte kleiner is dan die van zijn medeverdachte.
Daarnaast wil de rechtbank ook de positieve ontwikkelingen die de verdachte na deze periode heeft doorgemaakt, in ogenschouw nemen. Het voorzichtig positieve geluid van de reclassering wordt door de rechtbank gedeeld en de rechtbank ziet in de persoon van de verdachte dan ook aanleiding een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daaraan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te verbinden. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf opleggen.
Alles afwegende legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Aan deze voorwaardelijke straf worden de bijzondere voorwaarden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd. Deze voorwaarden acht de rechtbank noodzakelijk om het recidiverisico in te perken. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf op voor de duur van 180 uur subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zal tot slot het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet, artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de onder
1 primair, 2 primair en 3 primairten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit/de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
  • veroordeelt de verdachte voor
  • bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt de volgende
a.
Meldplicht bij reclassering
De veroordeelde meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de veroordeelde zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan op telefoonnummer 088-8041501.
Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden
De veroordeelde neemt deel aan een gedragsinterventie CoVa/CoVa-plus van de reclassering indien door de reclassering geïndiceerd.
Ambulante behandeling
De veroordeelde werkt mee aan een intake en diagnostiek bij een forensische polikliniek en indien geïndiceerd zich laat behandelen door die forensische polikliniek of een vergelijkbare zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.
Beheersing middelengebruik
De veroordeelde werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
  • geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Taakstraf
  • veroordeelt de verdachte voor tot een
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
Voorlopige hechtenis:
- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. dr. D.L.F. de Vocht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2026.
Buiten staat
Mr. dr. D.L.F. de Vocht en mr. J. Zijlstra zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/ofafgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad:- ongeveer (39,8 + 598,04=) 637,84 gram cocaïne en/of- ongeveer (162,30 + 772=) 934,3 gram MDMA en/of- ongeveer 1493,97 gram amfetamine;in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- ongeveer (39,8 + 598,04=) 637,84 gram cocaïne en/of
- ongeveer (162,30 + 772=) 934,3 gram MDMA en/of
- ongeveer 1493,97 gram amfetamine;
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die [medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) de kelderbox en/of berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen;

2.hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,- een hoeveelheid van ongeveer (190,88+0,82+3302=) 3493,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of- een hoeveelheid van ongeveer (196,65+87,89=) 284,54 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars enplantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met
elkaar, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad: - een hoeveelheid van ongeveer (190,88+0,82+3302=) 3493,7 gram, in elk geval een
hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of
- een hoeveelheid van ongeveer (196,65+87,89=) 284,54 gram,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel vanhennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door: aan die [medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) de kelderbox en/of berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen;

3.hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermaals, althans eenmaal, al dan niet opzettelijk, zonder registratie zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet een werkzame stof, te weten ongeveer 8977,91 gram ketamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad;

subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder registratie zoals bedoeld in de Geneesmiddelen wet een werkzame stof, te weten ongeveer 8977,91 gram ketamine, in elk geval een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of afgeleverd, dan wel in de voornoemde werkzame stof een groothandel heeft gedreven tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door: aan die [medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) de kelderbox en/of berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen;
meer subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermaals, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk, een of meer geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning gold, te weten 8977,91 gram ketamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd, ter hand heeft gesteld, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen en/of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht
meest subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar,
althans alleen, al dan niet opzettelijk een of meer geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning gold, te weten 8977,91 gram ketamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd, ter hand heeft gesteld, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen en/of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door: aan die [medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) de kelderbox en/of berging behorende bij de woning gelegen aan de [pleegadres] Beek, ten behoeve van voornoemd misdrijf ter beschikking te stellen.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025161719, gesloten d.d. 18 november 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 263.
2.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pg. 9 t/m 10.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 7] en [verbalisant 7] , pg. 19 t/m 24.
4.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 oktober 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , pg 164 t/m 169.
5.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 30 september 2025, pg. 161 t/m 163.
6.Het NFI-rapport identificatie van drugs d.d. 4 februari 2026.
7.Het geschrift, productbeoordeling, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Ministerie van Volksgezondheid, HHH Welzijn en Sport, d.d. 10 februari 2026.
8.De rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 15 december 2023, pagina 1 t/m 8.
9.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 september 2025 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , pg. 85 t/m 87.
10.Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] d.d. 24 september 2025, pg. 199 t/m 205.