Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2026;
- het proces-verbaal van forensisch onderzoek persoon inzake [slachtoffer 1] ;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
gangsterliepen te doen – een verklaring die niet past bij iemand die moest vechten voor leven en dood maar eerder bij iemand die klaar is met het getreiter en daarop heeft gehandeld. Een noodweersituatie ten aanzien van [slachtoffer 1] is daarom niet aan de orde. Ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie aangevoerd dat er zich weliswaar een noodweersituatie voordeed, maar dat de verdachte te ver is gegaan in zijn aanval en dus de grenzen van noodzakelijke verdediging heeft overschreden.
suckerpunchtegen zijn slaap van [slachtoffer 1] , die zich kennelijk weer bij hen had gevoegd op de kamer van verdachte. Vanaf dat moment stopten de broers niet met het duwen en slaan van de verdachte. Beide broers waren - naar de indruk van verdachte - onder invloed van alcohol en verdovende middelen. Wanneer de verdachte zich verdedigde tegen [slachtoffer 2] , sloeg [slachtoffer 1] hem, en andersom. De verdachte werd steeds verder zijn eigen kamer ingewerkt, waarbij de broers steeds probeerden hem naar de grond toe te werken. De enige vluchtweg uit zijn kamer, de deur naar de keuken, werd daarbij doorlopend geblokkeerd door de broers. De broers werden almaar agressiever, en de verdachte vreesde voor zijn leven. Toen zag de verdachte het mes liggen waar hij altijd zijn post mee open maakte. In paniek pakte hij het mes, en zwaaide daarmee om zich heen om de broers van zich af te houden. De verdachte heeft de broers hiermee ernstig verwond. “Het was voorbij voordat ik het door had” stelde de verdachte op zitting en bij de politie verklaarde verdachte dat het steken een ‘waas’ was. Hij verliet daarna het pand, belde 112, wachtte buiten op de politie en vertelde de politie ‘Daar ligt het wapen waarmee het is gebeurd’.
suckerpunchgeven, het blokkeren van de enige in- en uitgang van verdachtes kamer en het herhaaldelijk duwen en slaan en trachten de verdachte naar de grond te werken, worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van de verdachte zijn lijf. Daarbij maakt de rechtbank, anders dan de officier van justitie, geen onderscheid tussen beide broers wat betreft hun aanval, nu zij deze aanval gezamenlijk hebben uitgevoerd en er naar het oordeel van de rechtbank geen reden is om het handelen van beide broers los van elkaar te beoordelen.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De benadeelde partijen
7.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.