ECLI:NL:RBLIM:2026:74

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
ROE 24/3358
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgevingsvergunning voor carport en strijd met goede ruimtelijke ordening

Deze uitspraak betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een carport aan de [adres] te [plaats]. Eiser, de buurman van de vergunninghouder, is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning en heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak op 26 november 2025 behandeld, waarbij zowel eiser als de gemachtigden van de betrokken partijen aanwezig waren. De vergunninghouder had een aanvraag ingediend voor de activiteiten 'bouwen' en 'afwijken van het bestemmingsplan' ten behoeve van de carport, die hij wil gebruiken voor zijn camper. De rechtbank oordeelt dat de vergunning terecht is verleend, omdat de carport niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Eiser voert aan dat de carport leidt tot meer schaduwhinder en een verslechtering van zijn uitzicht, maar de rechtbank oordeelt dat de gevolgen hiervan niet zodanig zijn dat de vergunning geweigerd had moeten worden. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 24/3358

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats 1] , eiser
(gemachtigde: mr. S.J.H.G.M. Schils),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond, verweerder
(gemachtigde: mr. G.D. Di Francesco).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats 2] (vergunninghouder).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor een carport aan de [adres] te [plaats] . Eiser – de buurman van vergunninghouder – is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de gevraagde vergunning mocht verlenen. Verweerder hoefde niet te oordelen dat de aangevraagde carport in strijd met een goede ruimtelijke ordening is. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Vergunninghouder heeft een aanvraag ingediend voor de activiteiten ‘bouwen’ en ‘afwijken van het bestemmingsplan’ ten behoeve van een carport bij zijn woning. De carport wil vergunninghouder gebruiken voor zijn camper. Verweerder heeft de gevraagde vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) verleend bij besluit van 21 november 2023. Met het bestreden besluit van 18 april 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de vergunningverlening gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft een nader stuk ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van verweerder en vergunninghouder. Van de kant van verweerder is ook verschenen [gemachtigde] .

Beoordeling door de rechtbank

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt. De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 24 mei 2023. Dat betekent dat in dit geval het oude recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
4. Het beroep van eiser richt zich tegen de toegestane afwijking van het bestemmingsplan Roer en Hambeek. Die afwijking is allereerst de hoogte van de carport. Ingevolge artikel 16.2.4 van het bestemmingsplan, voor zover hier van belang, bedraagt de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 meter. In dit geval is de carport 3,65 meter hoog. De tweede afwijking is de bebouwde oppervlakte. Uit artikel 16.2.1, aanhef en onder b, sub 4, van het bestemmingsplan volgt dat het maximaal toegestane bebouwingspercentage hier 40% bedraagt. De bouw van de carport leidt ertoe dat de bebouwde oppervlakte van de percelen van vergunninghouder uitkomt op 372 m2, wat een bebouwingspercentage van 44,7% is.
5. Uit artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2, van de Wabo volgt dat een vergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ slechts kan worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en deze onder de zogeheten kruimelgevallenregeling valt van artikel 4, derde lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat sprake is van een zogeheten kruimelgeval. Wat partijen wel verdeelt, is of de carport in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
7. Eiser voert in dat kader aan dat de carport ertoe leidt dat hij meer schaduwhinder heeft. Vergunninghouder heeft ten behoeve van de aanvraag een bezonningsstudie laten uitvoeren. In de studie is een carport met een hoogte van 3,65 meter vergeleken met de al volgens het bestemmingsplan toegestane hoogte van 3 meter. Uitkomst van de bezonningsstudie is dat in de winter sprake is van extra schaduw in de ochtend en het begin van de middag aan de voet van de voorgevel en de linkerbovenhoek van het raam. Verweerder heeft deze vermindering van bezonning niet onaanvaardbaar geoordeeld. Gelet op de beperkte schaduwwerking ziet de rechtbank geen reden waarom verweerder dat niet mocht oordelen.
8. Eiser voert verder aan dat de carport vanuit zijn woning zichtbaar boven de haag uitsteekt en daarmee zijn uitzicht verslechtert en afbreuk doet aan de open structuur van de omgeving. Hij heeft aangegeven dat er alternatieven zijn, namelijk het uitgraven van het perceel en daarmee verdiept aanleggen van de carport, dan wel een minder hoge dakconstructie. Daarbij heeft eiser opgemerkt dat voor het stallen van de camper die vergunninghouder heeft, een carport van 3,30 meter toereikend is, en dat vergunninghouder aanvankelijk zelfs een carport van slechts 3,00 meter heeft aangevraagd. Zoals verweerder in het verweerschrift heeft vermeld, is het verdiept aanleggen van de carport geen optie omdat er dan water blijft staan als het regent. Over het standpunt van vergunninghouder dat een hoogte van 3,30 meter toereikend zou zijn, heeft vergunninghouder ter zitting betoogd dat een grotere hoogte nodig is om – gelet op de afmetingen van de camper – een stabiele constructie met schoorbalken te maken en daarbij voldoende ruimte te hebben tussen de camper en de carport. De rechtbank acht dit voldoende aannemelijk en is daarom van oordeel dat de door eiser overgelegde tekening geen gelijkwaardig resultaat is met aanmerkelijk minder bezwaren. Het is begrijpelijk dat eiser liever heeft dat de carport niet boven de haag uitsteekt. Tegelijkertijd is de rechtbank van oordeel dat verweerder de verslechtering van het uitzicht van eiser vanuit zijn woning en tuin niet zodanig is dat verweerder de vergunning zoals deze uiteindelijk is aangevraagd, had moeten weigeren. Voor zover eiser heeft gewezen op een negatief advies van de Commissie Beeldkwaliteit van 15 mei 2023, heeft verweerder tegengeworpen dat dit advies zag op een conceptaanvraag die afweek van de aanvraag waarop verweerder uiteindelijk heeft beslist. Over die aanvraag heeft de Commissie Beeldkwaliteit op 13 november 2023, voorafgaand aan de vergunningverlening, positief geadviseerd.
9. Tot slot heeft eiser in beroep aan de orde gesteld dat verweerder aan vergunninghouder een toezegging heeft gedaan. De rechtbank stelt vast dat een eventuele toezegging niet ten grondslag is gelegd aan het bestreden besluit. Ter zitting heeft verweerder dit bevestigd. Nu verweerder naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden vergunningverlening niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening heeft geacht, kan dit het bestreden besluit dragen. De beroepsgrond over de toezegging kan dan ook niet leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit onrechtmatig is.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning voor de carport in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B.L. van der Weele, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van der Genugten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.
griffier
De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 7 januari 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.