Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
in haar hoedanigheid van voogd,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 februari 2026;
- een e-mailbericht van [hulpverlening] , ontvangen op 18 februari 2026;
- een machtiging van de moeder aan De Voortuitgang & Partners van 25 april 2024, ontvangen op 23 februari 2026;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek van de moeder, ontvangen op 29 april 2026;
- door de GI overgelegde aanvullende stukken, ontvangen op 4 mei 2026.
De rechtbank zal deze e-mails buiten beschouwing laten omdat deze tardief zijn, niet ter zitting met alle belanghebbenden zijn gedeeld en bovendien stukken, zoals de moeder eerder is bericht, enkel door de advocaat kunnen worden ingediend.
2.De feiten
3.De verzoeken en het verweerHet verzoek van de GI
- naar de rechtbank begrijpt, een keer per maand op een door de weekse dag begeleid bezoek tussen de moeder en [minderjarige] na school/ stagetijd voor de duur van twee uur;
- de belmomenten tussen de moeder en [minderjarige] komen te vervallen,
Op korte termijn zal een nieuwe SEO afgenomen worden om te kijken of [minderjarige] hier groei in laat zien. De moeder dient door de voogd en het [jeugdzorginstelling] telkens gestuurd te worden in de activiteiten die passend zijn voor [minderjarige] .
Subsidiair verzoekt de moeder:
4.De mening van [minderjarige]
[minderjarige] wil ook niet meer bellen met zijn moeder omdat zij dan boos wordt en schreeuwt. Dat vindt [minderjarige] niet fijn. Als dat gebeurt, hangt hij soms gewoon op. Of hij pakt de telefoon soms niet op als de moeder belt. Hij wil liever niet met haar bellen.
Verleden week maandag heeft hij de moeder nog gezien. Dat was in de vakantie. Soms doen ze wel iets leuks maar meestal is dat iets wat de moeder leuk vindt en [minderjarige] niet. Hij wil graag naar de bioscoop maar de moeder houdt van bowlen wat [minderjarige] niet leuk vindt.
5.De standpunten op de zitting
Het is bewonderenswaardig dat de omgang al zo lang plaatsvindt, gezien de reisafstand. Het zou jammer zijn als dat nu zou wegvallen. Er dient nu gekeken te worden naar flexibiliteit in de omgang en naar wat mogelijk is. Bij de moeder zijn praktische belemmeringen maar er worden door de GI ook alternatieven aangedragen. Daarover moet samen gesproken worden op welke manier omgang kan worden geregeld.
6.De beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de moeder betrokken is, maar moet ook vaststellen dat het de moeder niet lukt te accepteren dat [minderjarige] een jongere is met forse beperkingen, die niet kan functioneren op zijn kalenderleeftijd. Hoewel de GI daar vaker met de moeder over heeft gesproken, blijft dat voor de moeder moeilijk te bevatten. Daar mag [minderjarige] echter niet de dupe van worden.
[minderjarige] heeft verder last van de belcontacten met de moeder, omdat de moeder boos wordt en gaat schelden waardoor [minderjarige] geen belcontact meer wil. De rechtbank stelt vast dat het bellen met de moeder al langer moeizaam verloopt en in 2024 stil was komen te vallen. Na bemiddeling van de rechter in 2024 is het bellen hervat, maar verloopt ook nu moeizaam. [minderjarige] voelt zich er - vanuit zijn beleving - niet fijn bij. Hij moet verleid worden met snoep om 3 minuten te bellen met de moeder voor zover hij daartoe al te bewegen is.
Anders dan de moeder meent, is niet aannemelijk geworden dat de wensen van [minderjarige] door anderen zijn ingegeven. Ook valt niet in te zien welk belang de volwassenen om hem heen, die zich alle moeite getroosten om goed bij [minderjarige] aan te sluiten, daarbij zouden hebben. De rechtbank is gebleken tijdens het kindgesprek met [minderjarige] dat [minderjarige] stellig en duidelijk is over wat hij zelf wil.
Maar de weerstand bij [minderjarige] is groot en zal alleen maar toenemen als hij wordt “gedwongen” met het gevaar dat hij straks helemaal geen contact meer met de moeder zal willen hebben. Dit terwijl [minderjarige] wel de behoefte heeft om het contact met de moeder te behouden. De moeder geeft ook al jaren een mooie invulling aan de contacten met [minderjarige] ondanks de reisafstand.
Daarbij verstaat de rechtbank dat de GI, zoals ter zitting is aangeboden, bij de werkgever van de moeder zal gaan bemiddelen dat de moeder op een doordeweekse dag vrij kan krijgen om naar [minderjarige] te kunnen gaan, zonder dat zij daarvoor uren en/of loon moet inleveren. Daarvoor is wel nodig dat de moeder de GI hiervoor toestemming verleent.
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.