ECLI:NL:RBLIM:2026:7501

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
03.134532.25, 03.212996.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77a SrArt. 77g SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 45 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Taakstraf voor minderjarige verdachte wegens openlijke geweldpleging en poging tot woninginbraak

De minderjarige verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging tijdens een carnavalsavond op het Vrijthof in Maastricht, poging tot inbraak in een woning en diefstal uit een schuur op dezelfde avond. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich actief heeft bemoeid met de vechtpartij en een significante bijdrage aan het geweld heeft geleverd, ondanks zijn verdediging dat hij alleen probeerde te de-escaleren.

De feiten van poging tot inbraak en diefstal werden bewezen verklaard op basis van bekennende verklaringen en ondersteunend bewijs. De verdachte had eerder een soortgelijk feit gepleegd en liep nog in een proeftijd, wat meewoog in de strafbepaling.

De rechtbank legde een taakstraf van 140 uren op, met een vervangende jeugddetentie van 70 dagen bij niet-nakoming, rekening houdend met de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en reclassering. Daarnaast werden inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard.

Uitkomst: De minderjarige verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 140 uren werkstraf wegens openlijke geweldpleging en poging tot inbraak met diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht, jeugdstrafrecht
Parketnummers : 03.134532.25, 03.212996.25 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2007 ,
wonende te [adresgegevens] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juni 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Tevens zijn gehoord de vader van de verdachte en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
feit 1: al dan niet samen met anderen op 10 februari 2025 heeft geprobeerd om een inbraak te plegen in de woning aan de [pleegadres] ;
feit 2: al dan niet samen met anderen op 10 februari 2025 in Hulsberg door middel van braak diverse goederen heeft weggenomen.
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
zich op 2 maart 2025 in Maastricht schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [benadeelde partij] en/of één of meer onbekend gebleven personen.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
De officier van justitie heeft, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, met dien verstande dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het geweld tegen aangeefster [benadeelde partij] . De verdachte heeft een intellectuele dan wel materiele bijdrage geleverd aan het geweld. Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is niet vereist dat de verdachte zelf geweld heeft gebruikt.
3.2
Het standpunt van de verdediging
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
De raadsvrouw heeft zich, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte zelf niet heeft geslagen, maar slechts andere personen heeft weggeduwd om verdere escalatie te voorkomen. Het enkele feit dat de verdachte zich niet heeft gedistantieerd is onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
In de zaak met parketnummer 03.134532.25 [1]
De rechtbank volstaat ten aanzien van de ten laste gelegde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, die hieronder zijn vermeld, nu de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw ten aanzien daarvan geen vrijspraak heeft bepleit.
Feiten 1 en 2
De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 juni 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 10 februari 2025; [2]
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 10 februari 2025. [3]
In de zaak met parketnummer 03.212996.25 [4]
Bewijsmiddelen
De
verklaring van de verdachte [5] bij de politie op 21 maart 2025 , bevat onder meer het volgende:
V: Waar was je carnavalszondag 2 maart 2025 tussen 21.30 uur en 22.30 uur?
A: In stad Maastricht.
O: Via meerdere social media kanalen zijn beelden "viral" gegaan. Zodoende is de politie een onderzoek gestart naar de verdachten. Samen bekijken we even de beelden.
V: Wat wil je over de beelden verklaren?
A: Ik ben erbij geweest.
O: Er zijn meerdere herkenningen van jou binnengekomen. Wij verdenken dat jij de
verdachte met de beige pet bent. Foto 7 van de fotobijlage.
V: Ben jij dit?
A: Ja
Het
proces-verbaal van bevindingen [6] , waarin de videobeelden van de ruzie worden beschreven, vermeldt onder meer het volgende:
Ik, verbalisant [verbalisant] , ben doende met het onderzoek naar een openlijke geweldpleging welke plaatsvond op 2 maart 2025 omstreeks 22:05 uur tijdens de carnaval op het Vrijthof in Maastricht. Van de openlijke geweldpleging verscheen een video op meerdere social media platformen. Op deze beelden is te zien dat er door circa 8 verdachten geweld wordt gebruikt tegen meerdere slachtoffers. Het fragment duurt 1 minuut en 1 seconde. Om de beelden zo duidelijk mogelijk te beschrijven, beschrijf ik per verdachte het signalement en wat ik hem zie doen. De verdachten zijn alle 8 betrokken bij dezelfde openlijke geweldpleging die op dezelfde locatie en gelijktijdig plaatsvond. De verdachten slaan, schoppen en trekken aan meerdere mensen om zich heen.
Verdachte 7, foto 7:
- Blank;
- Smal postuur;
- Beige Burberry pet;
- Zwart verst met in het wit de tekst “SWAT” zowel op voor- als achterzijde.
Om 00.08 komt verdachte 7 samen met verdachte 8 links in beeld. Ze staan naast elkaar en kijken in dezelfde richting, beide naar rechts. Als de verklede vrouw door de eerdere verdachten wordt weggeduwd, duwt verdacht 7 een andere vrouw weg. Hij duwt deze vrouw tegen haar borst weg. De vrouw staat met het gezicht richting hem en wordt de andere kant op geduwd. Door het inzoomen gaat verdachte 7 even uit beeld. Om 00.23 seconden komt verdachte 7 weer in beeld, hij is dan linksboven in beeld te zien. Ik zie dat hij een voor mij niet herkenbare persoon slaat met zijn rechterhand. Verdachte 7 slaat meerdere malen, terwijl er een vrouw met een blauwe jas hem op afstand wilt duwen. Op dit moment komt verdachte 1 daartussen en slaat iemand die achter die vrouw met blauwe jas staat. Verdachte 7 doet dan een stap achteruit en blijft staan. Vervolgens voegt hij zich bij de rest van de groep.
Bewijsoverweging
Op grond van de verklaring van de verdachte bij de politie, de videobeelden en de beschrijving van die beelden stelt de rechtbank vast dat op 2 maart 2025 tijdens een carnavalsavond in Maastricht een vechtpartij plaatsvond tussen een groep jongens grotendeels verkleed in zogenaamde ‘SWAT’-kostuums en meerdere onbekend gebleven personen. Uit het dossier en de beelden volgt dat daarbij meerdere personen door personen uit de ‘SWAT’-groep worden geslagen en een medeverdachte iemand met een fles slaat. De verdachte heeft verklaard dat hij daar bij betrokken was en herkent zichzelf als één van de jongens uit de ‘SWAT’-groep. Uit de beelden en het dossier blijkt dat ook verdachte een ‘SWAT’-trui aan had. De rol van de verdachte bij dit geweld beoordeelt de rechtbank niet zo beperkt als de raadsvrouw en de verdachte hebben bepleit. Volgens hen zou het gedrag van de verdachte tot de conclusie moeten leiden dat er geen relevant geweld door hem is uitgeoefend en hij het geweld juist probeerde te stoppen. De rechtbank stelt op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de bewijsmiddelen, waaronder de beelden, vast dat de verdachte actief aanwezig was en bleef in de groep gedurende de gehele vechtpartij, zich daarvan juist niet distantieerde, op enig moment een vrouw niet behorende bij ‘zijn’ groep duwde en zich steeds actief meebewoog in en met de groep. De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich zodoende actief met de vechtpartij heeft bemoeid, de groep ook getalsmatig heeft versterkt en dat hij niet alleen maar mensen op afstand heeft proberen te houden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte aan het openlijk geweld een significante bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd. De rechtbank acht daarom de tenlastegelegde openlijke geweldpleging tegen meerdere onbekend gebleven personen bewezen. Nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte enige bemoeienis heeft gehad met het geweld tegen aangeefster [benadeelde partij] , dat op enige afstand van de verdachte plaatsvond, zal de verdachte ten aanzien van dat geweld partieel worden vrijgesproken.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
feit 1:
op 10 februari 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond aan de [pleegadres] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen naar hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed en/of goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, aan de garagedeur hebben gerammeld en het slot hebben verbogen en/of met een voorwerp hebben getracht een slot en/of de deur te forceren en/of verbuigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:
op 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met anderen, een helm en een scooter en meerdere fietsen en een JBL box, die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
op 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer onbekend gebleven personen door
- die onbekend gebleven personen te slaan tegen het gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam, en/of te duwen en/of trekken en/of te slaan met een fles.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
feit 1:
poging tot diefstal door middel van braak terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 3º, 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;
feit 2:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een werkstraf van 140 uren (te vervangen door 70 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf) met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit aan de verdachte op te leggen een geheel voorwaardelijke werkstraf zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Op 2 maart 2025 vond op het Vrijthof in Maastricht tijdens carnaval een vechtpartij plaats waarbij de verdachte betrokken was. Er is hierbij mede door de verdachte fysiek geweld gebruikt tegen een aantal (onbekende) personen. De verdachte heeft zich daarnaast samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning en heeft diezelfde avond uit de schuur van een andere woning door middel van braak diverse goederen weggenomen. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers en door het plegen van deze feiten voor overlast gezorgd. Hij heeft enkel gedacht aan zijn eigen financiële belangen en heeft bovendien door zo te handelen schade veroorzaakt.
De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Voor een woninginbraak in vereniging is het vertrekpunt voor een jeugdige 120 uren taakstraf. De rechtbank houdt er rekening mee dat er niet in de woning zelf is ingebroken, maar in het bijbehorende tuinhuis. Daar komt de poging tot woninginbraak en de openlijke geweldpleging nog bij.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder voor een soortgelijk feit onherroepelijk is veroordeeld en hiervan zelfs in een proeftijd liep. De rechtbank zal hier in het nadeel van de verdachte rekening mee houden.
Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 juni 2026. De Raad adviseert om aan de verdachte op te leggen een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf onder de algemene voorwaarden. Het gebrek aan een dag invulling is een belangrijke recidivefactor. Ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte inmiddels een dagbesteding heeft in de vorm van vrijwilligerswerk waar hij op enig moment kan doorstromen naar betaald werk.
De deskundige van de Raad voor de Kinderbescherming heeft ter terechtzitting toegelicht dat zij heil ziet in de reeds door Reclassering Nederland opgelegde CoVa-training, omdat de verdachte het moeilijk vindt om op cruciale momenten de juiste keuzes te maken en hij daarin versterkt moet worden. Om de volwassen reclassering en de jeugdreclassering niet door elkaar heen te laten lopen, adviseert zij derhalve om in de zaken waarin het jeugdstrafrecht van toepassing is enkel een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen.
Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van 11 juni 2026, zoals dat ook in deze zaken is uitgebracht.
De rechtbank houdt ten slotte, gelet op de samenhang, ook rekening met de opgelegde straf in de zaak met parketnummer 03.084475.25 en de daarbij gevoegde zaken bij het bepalen van de hoogte van de straf in deze zaak. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke werkstraf zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.
Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 140 uren, te vervangen door 70 dagen jeugddetentie bij niet (volledig) voldoen, met aftrek van het voorarrest (naar rato van twee uren per dag).
De verdachte dient zich te realiseren dat bij een berechting volgens het strafrecht voor volwassenen de straffen aanzienlijk zwaarder zouden uitvallen. De rechtbank hoopt en verwacht dat de verdachte de kans die hem nu wordt geboden om met hulp zijn leven een andere wending te geven, met beide handen aangrijpt.

7.Het beslag

In de zaak met parketnummer 03.134532.25
De rechtbank zal de inbeslaggenomen muts (goednummer: 1778406) en handschoenen (goednummer: 1778413) verbeurd verklaren, nu met behulp daarvan de feiten zijn begaan.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 33, 33a, 45, 63, 77m, 77n, 77gg, 141 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 70 dagen;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
Beslag
-
verklaartin de zaak met parketnummer 03.134532.25
verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK muts (goednummer: 1778406);
  • 2 STK handschoen (goednummer: 1778413).
Dit vonnis is gewezen door mr. L.E.M. Hendriks, voorzitter, mr. dr. M.M. Koevoets en mr. J. Linders, rechters en allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Lejeune, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
In de zaak met parketnummer 03.134532.25
feit 1:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, op/aan de [pleegadres] , alwaar hij/zij, verdachte en/of zijn mededaders, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel aan de garagedeur heeft/hebben gerammeld en/of het slot heeft/hebben verbogen en/of met een voorwerp heeft/hebben getracht een slot en/of de deur te forceren en/of verbuigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een helm en/of een scooter en/of een of meerdere fietsen en/of een JBL box, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
In de zaak met parketnummer 03.212996.25
hij, op of omstreeks 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer pers(o)on(en), te weten [benadeelde partij] en/of één of meer onbekend gebleven pers(o)on(en) door
- die [benadeelde partij] te slaan tegen haar gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam en/of haar te duwen en/of aan haar te trekken (waardoor zijn ten val is gekomen) en/of
- die onbekend gebleven pers(o)on(en) meermalen, althans eenmaal, te slaan tegen het gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam, en/of te duwen en/of trekken en/of te slaan met een fles.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, zaaksregistratienummer PL2300-2025021896, gesloten d.d. 10 april 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 374.
2.het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 10 februari 2025, pg. 14-15.
3.het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 10 februari 2025, pg. 19-22.
4.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, registratienummer PL2300-2025034745, gesloten d.d. 28 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 156.
5.Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 21 maart 2025, p. 119-120.
6.Proces-verbaal van bevindingen van 12 maart 2025, p. 23-25.