Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
- samen met anderen een vernieling heeft gepleegd aan een auto op 8 februari 2024 (feit 5) en samen met anderen op 17 februari 2024 een ontploffing teweeg heeft gebracht door een Corbra aan te steken op de motorkap van diezelfde auto, waardoor gevaar voor goederen te vrezen was (feit 4).
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank leest hier: geleidebaken) zag liggen op de weg, plaatste verdachte [naam medeverdachte 2] een afbeelding van de verdachte die een geleidebaken vasthield. Ook de verdachte plaatste een foto van hemzelf, terwijl hij een geleidebaken vasthield.
Als jij hem aansteekt, trap ik een spiegel eraf”. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat het de verdachte was die dit zei en eveneens dat het [naam 17] was die de Cobra kort daarna aanstak.
daarmee doelend op de verdachte)trapt de spiegels ook eraf, als zij die Cobra erop leggen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de hiervoor bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte voor de hiervoor bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;
de benadeelde partij[slachtoffer 1] ter zake van feit 1 primair gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van
2.
263,
19 euro, waarvan 2.000,- euro ter zake van immateriële schade, de materiële schade ad 263,19 euro te vermeerderen met
de wettelijke rente vanaf 10 april 2026tot aan de dag van volledige voldoening en de immateriële schade ad 2.000,- euro te vermeerderen met
de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024, tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat de benadeelde partij ter zake van het meergevorderde aan materiele schade niet-ontvankelijk is in de vordering;
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 1 primair hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Y. [slachtoffer 1] van een bedrag van 2.263,19 euro, waarvan 2.000,- ter zake van immateriële schade, de materiële schade ad 263,19 euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2026 tot aan de dag van volledige voldoening en de immateriële schade ad 2.000,- euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 1 primair hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van 3.385,- euro, waarvan 3.000,- euro ter zake van immateriële schade, de materiële schade ad 385,- euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2026 tot aan de dag van volledige voldoening en de immateriële schade ad 3.000,- euro met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- wijst de vordering ter zake van het meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 2 hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van 2.284,27 euro (materiele schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door deze benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot op heden op nihil;
- legt aan de verdachte ter zake van feit 2 hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van 1.482,25 euro (materiele schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- bepaalt dat
- veroordeelt deze benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Ter hoogte van de Euregioweg, hectometer 5.3 rechts, reed ik onder een voetgangers fietsbrug door. Op dat moment hoorde ik een keiharde knal op het dak van mij auto. Ik had direct door dat er iets vanaf deze voetgangersbrug op mijn auto was gegooid. Ik ben
niet gelijk gestopt, omdat ik op een 70 km/u weg reed op dat moment. Ik ben doorgereden naar een woonwijk om daar mijn auto te bekijken op schade. Toen ik vervolgens mijn auto had geparkeerd ben ik uitgestapt en zag ik directenorme schade op het dak aan de achterzijde van mijn auto. Gezien deze schade moet het haast wel dat er een zwaar voorwerp vanaf de brug op mijn auto is gegooid. Mijn auto is namelijk ingedeukt en bekrast. Tevens zag ik dat het derde remlicht door de klap scheef is komen te zitten en niet meer werkt.
[verdachte] : “ [naam 3] .”
[naam 17] : “Dat is hem.” “Stuur me is dat filmpje. Dat ik die waggie opblaas.”
A: Dat waren [naam 17] en ik.
[naam medeverdachte 3] :
“ [voornaam] trapt de spiegels ook eraf’
"Als zij die cobra eropleggen
”
17-2-2024 00:15:01 (UTC+0)
Ik ben gelijk de beelden gaan bekijken en zag dat het groepje nu uit 3 jongens bestond. Dat ze wederom uit dezelfde richting kwamen (Bernhard Pothastraat). Ik zag datdezelfde jongen weer tegen mijn rechter buitenspiegel trapte. Ik zag dat hij naar de andere
kant van mijn auto rende en dat hij tegen de linker buitenspiegel trapteen hard weg rende.
Ik zag dat het dezelfde jongen betrof omdat hij dezelfde jas droeg als bij de eerste keer van de vernieling.