ECLI:NL:RBLIM:2026:7506

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
03.084485.25, 03.230310.25, 03.134531.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77a SrArt. 77g SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugddetentie en taakstraf voor openlijke geweldpleging en inbraakpogingen tijdens carnaval Maastricht

De minderjarige verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder openlijke geweldpleging tijdens carnaval op het Vrijthof in Maastricht, medeplichtigheid aan poging tot inbraak bij een coffeeshop, inbraak in een tuinhuis en het bezit van een bus pepperspray en MDMA-pillen.

Tijdens de zitting op 24 juni 2026 werden de verdachte, zijn raadsvrouw, de officier van justitie, en vertegenwoordigers van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet schuldig was aan medeplegen van de inbraakpoging, maar wel aan medeplichtigheid. De openlijke geweldpleging werd bewezen verklaard, waarbij de verdachte met een fles meerdere personen sloeg. Het verweer van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer werd verworpen.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 40 dagen op, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 200 uur waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor materiële schade aan de coffeeshop, met een gedeeltelijke toewijzing van €1.240,41 plus wettelijke rente. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en diverse inbeslaggenomen voorwerpen werden verbeurd verklaard of aan het verkeer onttrokken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 dagen jeugddetentie en een taakstraf van 200 uur voor openlijke geweldpleging, medeplichtigheid aan poging tot inbraak en bezit van verboden middelen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht, jeugdstrafrecht
Parketnummers : 03.084485.25, 03.230310.25, 03.134531.25 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2007 ,
wonende te [adresgegevens] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juni 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Tevens zijn gehoord een vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg Limburg en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.
De benadeelde partij [benadeelde partij] (parketnummer 03.084485.25) is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.084485.25
op 17 maart 2025 in Maastricht samen met anderen heeft geprobeerd in te breken bij Coffeeshop [naam coffeeshop] (primair) dan wel daaraan medeplichtig is geweest (subsidiair);
In de zaak met parketnummer 03.230310.25
zich op 2 maart 2025 in Maastricht schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] en/of één of meer onbekend gebleven personen.
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
feit 1: al dan niet samen met anderen op 10 februari 2025 heeft geprobeerd om een inbraak te plegen in de woning aan de [pleegadres 1] ;
feit 2: al dan niet samen met anderen op 10 februari 2025 in Hulsberg diverse goederen heeft weggenomen middels braak dan wel verbreking;
feit 3: op 10 februari 2025 in Hulsberg 3 MDMA pillen aanwezig heeft gehad;
feit 4: op 10 februari 2025 in Hulsberg een busje pepperspray voorhanden heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
In de zaak met parketnummer 03.084485.25
De officier van justitie heeft gerekwireerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen aan de poging tot inbraak (primair tenlastegelegde), nu de bewuste en nauwe samenwerking onvoldoende volgt uit het dossier. De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid.
In de zaak met parketnummer 03.230310.25
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, met dien verstande dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het geweld tegen aangeefster [slachtoffer] .
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
De officier van justitie heeft, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.
3.2
Het standpunt van de verdediging
In de zaak met parketnummer 03.084485.25
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde, nu uit het dossier niet blijkt van een intellectuele en/of materiële bijdrage aan het delict welke blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad nodig is om te komen tot een bewezenverklaring ter zake medeplegen. De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.
In de zaak met parketnummer 03.230310.25
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hem een beroep op noodweer(exces) dan wel putatief noodweer toekomt. De verdachte heeft enkel geslagen om zijn vrienden te verdedigen.
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
De raadsvrouw heeft zich, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
In de zaak met parketnummer 03.084485.25 [1]
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten niet is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit.
De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 17 maart 2025 medeplichtig is geweest bij de poging tot inbraak bij Coffeeshop [naam coffeeshop] in Maastricht. Omdat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
  • de aangifte door [benadeelde partij] ;
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden van de ingang van de coffeeshop worden beschreven; [3]
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden in het trappenhuis worden beschreven. [4]
In de zaak met parketnummer 03.230310.25 [5]
Bewijsmiddelen
De
verklaring van de verdachte [6] bij de politie op 25 maart 2025, bevat onder meer het volgende:
De verdachte gaf op thuis te verblijven te [adresgegevens] .
V: Waar was je carnavalszondag 2 maart 2025 tussen 21:30 uur en 22:30 uur?
A: In de stad.
V: Hoe was je verkleed?
A: als SWAT
V: In welke kroegen/op welke pleinen zijn jullie geweest?
A: Markt en Vrijthof
O: Via meerdere social media kanalen zijn beelden “viral” gegaan. Zodoende is de politie een onderzoek gestart naar de verdachten. Samen bekijken we even de beelden.
V: Heb je jezelf gezien op de beelden?
A: Ja.
O: Er zijn meerdere herkenningen van jou binnengekomen. Jij bent de verdachte met de zwarte pet en de zwarte fles in je hand.
V: Klopt dat?
A: Ja.
V: Wat was het voor fles?
A: Passoa fles en daar zat nog een beetje in.
O: Te zien is dat je minimaal twee personen met die fles tegen hun hoofd slaat.
V: Wat wil je hierover verklaren?
A: dat weet ik niet.
De
verklaring van de verdachteter terechtzitting op 24 juni 2026, onder meer bevattende:
Het klopt dat ik een fles in mijn handen had en dat ik daarmee heb geslagen. Ik dacht dan gaan ze wel weg, want dan weten ze dat het pijn gaat doen.
Het
proces-verbaal van bevindingen [7] , waarin de videobeelden van de ruzie worden beschreven, vermeldt onder meer het volgende:
Ik, verbalisant [verbalisant] , ben doende met het onderzoek naar een openlijke geweldpleging welke plaatsvond op 2 maart 2025 omstreeks 22:05 uur tijdens de carnaval op het Vrijthof in Maastricht. Van de openlijke geweldpleging verscheen een video op meerdere social media platformen. Op deze beelden is te zien dat er door circa 8 verdachten geweld wordt gebruikt tegen meerdere slachtoffers. Het fragment duurt 1 minuut en 1 seconde. Om de beelden zo duidelijk mogelijk te beschrijven, beschrijf ik per verdachte het signalement en wat ik hem zie doen. De verdachten zijn alle 8 betrokken bij dezelfde openlijke geweldpleging die op dezelfde locatie en gelijktijdig plaatsvond. De verdachten slaan, schoppen en trekken aan meerdere mensen om zich heen.
Verdachte 8, foto 8:
  • Blank;
  • Smal postuur;
  • Geschoren gezicht, met brede kaak/kin;
  • Zwarte pet;
  • Zwart vest met in het wit de tekst “SWAT” op de voor- en achterzijde. Op de achterzijde staat het twee keer;
  • Zwarte capuchon komt over het vest uit;
  • Zwarte drankfles in zijn rechterhand.
Om 00.11 seconden komt verdachte 8 in beeld. Ik zie dat hij achter verdachte 7 aanloopt. Door het inzoomen van het beeld verdwijnt hij even uit beeld. Om 00.22 seconden komt hij weer in beeld. Hij staat dan links in beeld, naast verdachte 7. Op het moment dat verdachte 7 iemand slaat, staat verdachte 8 achter verdachte 7. Hij pakt deze met zijn linkerhand bij zijn schouder en zet zich af om vervolgens met de fles in zijn rechterhand te slaan. Ik zie dat hij uithaalt met de fles in zijn hand richting onbekende personen. Vervolgens loopt er een persoon tegen zijn rug aan, hij draait zich om en kijkt naar deze persoon. Daarna pakt iemand met een oranje pak hem vast bij zijn schouder. Hij duwt deze persoon weg en slaat van boven naar onder met de fles. Ik zie dat hij de persoon op diens achterhoofd raakt. Door de klap gaat het hoofd van het slachtoffer naar voren en verdwijnt dan meteen uit beeld. Om 00.49 seconden komt verdachte 8 weer in beeld en houdt de zwarte fles drank met zijn rechterhand tot boven zijn hoofd.
Bewijsoverweging
Op grond van de verklaring van de verdachte bij de politie en ter terechtzitting, de videobeelden en de beschrijving van die beelden stelt de rechtbank vast dat op 2 maart 2025 tijdens een carnavalsavond in Maastricht een vechtpartij plaatsvond tussen een groep jongens gekleed in zogenaamde ‘SWAT’-kleding en meerdere onbekend gebleven personen. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij daarbij betrokken was als onderdeel van de groep met de ‘SWAT’-kleding en dat hij mensen met een fles heeft geslagen.
Nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte enige bemoeienis heeft gehad met het geweld tegen aangeefster [slachtoffer] , dat op enige afstand van de verdachte plaatsvond, zal de verdachte ten aanzien van dat geweld partieel worden vrijgesproken.
De rechtbank acht de tenlastegelegde openlijke geweldpleging tegen meerdere onbekend gebleven personen bewezen.
In de zaak met parketnummer 03.134531.25 [8]
De rechtbank volstaat ten aanzien van de ten laste gelegde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, die hieronder zijn vermeld, nu de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw ten aanzien daarvan geen vrijspraak heeft bepleit.
Feiten 1 en 2
De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 juni 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 10 februari 2025;
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 10 februari 2025. [10]
Feit 3
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 juni 2026;
  • het proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2025;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 12 maart 2025; [12]
- het NFI rapport van 11 maart 2025. [13]
Feit 4
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 24 juni 2026;
  • het proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2025;
- het proces-verbaal onderzoek wapen van 11 februari 2025. [15]
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.084485.25 feit 1 subsidiair:
[medeverdachte 1] en J [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 17 maart 2025 te Maastricht, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] voorgenomen misdrijf om enige goederen van hun gading, die aan Coffeeshop [naam coffeeshop] toebehoorden, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [pleegadres 2] zijn gegaan, en
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) hebben gebroken, en
- ( vervolgens) het voornoemde pand hebben betreden, en
- ( vervolgens) met een koevoet de toegangsdeur hebben geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan en een zaklamp te overhandigen;
In de zaak met parketnummer 03.230310.25:
op 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meer onbekend gebleven personen door
- die onbekend gebleven personen te slaan tegen het gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam, en/of te duwen en/of trekken en/of te slaan met een fles.
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
feit 1:
op 10 februari 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en op een besloten erf waarop een woning stond, op/aan de [pleegadres 1] , alwaar verdachte en zijn mededaders, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen naar hun gading, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [aangever 1] , toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed en/of goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, aan de garagedeur hebben gerammeld en het slot hebben verbogen en met een voorwerp hebben getracht een slot en/of de deur te forceren en/of verbuigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:
op 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met anderen, een helm en een scooter en meerdere fietsen en een JBL box, die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
feit 3:
op 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA;
feit 4:
op 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de verdachte

Noodweer(exces) en putatief noodweer?
De verdediging heeft in de zaak met parketnummer 03.230310.25 als verweer gevoerd dat de verdachte uit verdediging en paniek zou hebben gehandeld en dat hem daarom een beroep op noodweer, dan wel noodweerexces, dan wel putatief noodweer zou toekomen. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Onder bijzondere omstandigheden kan, hoewel sprake is van een (dreigende) wederrechtelijke aanranding, een beroep op noodweer niet worden aanvaard, omdat de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch op grond van diens bedoeling, noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging kan worden aangemerkt als “verdediging”, maar – naar de kern bezien – als aanvallend moet worden gezien. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij gedragingen die zijn gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht. (Vgl. HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456).
Uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting volgt dat de verdachte heeft deelgenomen aan een gevecht waarbij andere onbekend gebleven personen werden geslagen, geduwd en waaraan verdachte een actieve gewelddadige bijdrage heeft geleverd door meerdere keren iemand met een fles te slaan. Uit het onderzoek is gebleken dat de agressie daarbij voornamelijk uitging van de groep waar de verdachte deel van uitmaakte en vanuit deze groep op meerdere momenten de confrontatie werd opgezocht. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat op grond van de bedoeling van de verdachte, noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging deze kan worden aangemerkt als verdedigend, maar in de kern bezien als aanvallend moet worden beschouwd. Een beroep op noodweer noch op noodweerexces kan hiermee slagen, zodat dit verweer wordt verworpen.
De verdediging heeft tot slot een beroep gedaan op zogenoemde putatieve noodweer. De rechtbank stelt op grond van al het vorenstaande en het onderzoek ter terechtzitting vast dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte bij het slaan van de fles verontschuldigbaar heeft gedwaald, omdat hij verontschuldigbaar zich het dreigende gevaar heeft ingebeeld dan wel de aard van de dreiging verkeerd heeft beoordeeld. Dit onderdeel van het verweer wordt daarom ook verworpen.
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
In de zaak met parketnummer 03.084485.25
feit 1 subsidiair:
medeplichtigheid aan poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
In de zaak met parketnummer 03.230310.25
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
feit 1:
poging tot diefstal door middel van braak terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 3º, 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;
feit 2:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 4:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De straf

5.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen 41 dagen jeugddetentie met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en daarbij een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor 200 uren waarvan 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming. De officier van justitie verzoekt het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen bij einduitspraak.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarnaast om de door de officier van justitie geëiste werkstraf te matigen. De raadsvrouw verzoekt daarnaast primair om het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen en subsidiair de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis bij einduitspraak niet op te heffen dan wel de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw te bevelen gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte om in vrijheid te blijven.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De verdachte heeft zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De bijdrage van de verdachte aan het geweld dat is gepleegd heeft bestaan uit het slaan met een fles. Hoewel er geen aangiftes zijn en er derhalve geen letsel is vast te stellen bij de onbekend gebleven personen is het slaan met een fles in een vechtpartij uitermate gevaarlijk. Dat verdachte zich hiervan bewust was blijkt wel uit zijn verklaring ter terechtzitting. Daarnaast heeft de verdachte op 10 februari 2025 samen met anderen geprobeerd om in te breken in een woning en in diezelfde nacht ingebroken in een tuinhuis en daarbij goederen weggenomen. Hij heeft daarbij schade veroorzaakt aan de woning en het fietsenhok. Een (woning)inbraak, en ook een poging daartoe, kan nog lange tijd voor gevoelens van angst en onveiligheid zorgen bij de bewoners en omwonenden. De verdachte heeft er weinig blijk van gegeven bij deze gevoelens van de slachtoffers stil te hebben gestaan. De politie heeft diezelfde nacht ook een bus pepperspray en enkele MDMA pillen bij de verdachte aangetroffen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte weliswaar eerder met justitie in aanraking is gekomen, maar niet voor soortgelijke feiten.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 juni 2026 dat over de verdachte is opgemaakt. Hieruit komt naar voren dat het algemeen recidiverisico als hoog wordt ingeschat. De verdachte heeft zich echter het afgelopen jaar, met af en toe een terugval, positief ontwikkeld. De Raad voor de Kinderbescherming ziet het belang dat begeleiding door jeugdreclassering betrokken blijft, liefst in een intensievere vorm. Geadviseerd wordt om een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden.
De deskundige van Bureau Jeugdzorg Limburg heeft ter terechtzitting toegelicht dat intensieve vorm van begeleiding belangrijk is voor de verdachte. Het is belangrijk dat de verdachte zijn werk kan behouden en op die manier niet meer met politie en justitie in aanraking komt. Bij de verdachte is sprake van een positieve ontwikkeling en er is goed en positief contact met jeugdreclassering.
Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd en gelet op de persoonlijke ontwikkeling van de verdachte, zoals hiervoor beschreven, oordeelt de rechtbank dat een jeugddetentie voor de duur van 40 dagen met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten passend en geboden is. De rechtbank overweegt dat het daarmee de bedoeling van de rechtbank is dat de verdachte niet opnieuw de gevangenis in hoeft. De rechtbank zal daarnaast aan de verdachte opleggen een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren waarvan 80 uren voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal de rechtbank een proeftijd van twee jaar verbinden en daarbij, naast de algemene voorwaarde, de bijzondere voorwaarden opleggen die door de Raad voor de Kinderbescherming zijn geadviseerd.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal gelet op de op te leggen straffen het tegen de verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

6.1
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert namens Coffeeshop [naam coffeeshop] schadevergoeding tot een bedrag van € 2.640,20, bestaande uit materiële schade. Bij de poging tot inbraak op 17 maart 2025 zijn twee deuren vernield. De vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
deur 1 (gebroken glas): € 290,90;
deur 2 (volledig nieuw): € 1950,00;
extra beveiliging deur 1: € 399,30.
De benadeelde partij heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, exclusief BTW en vermeerderd met de wettelijke rente. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij als gevolg van de poging tot inbraak rechtstreeks schade heeft geleden en dat de drie schadeposten voldoende zijn onderbouwd. De officier van justitie heeft gevorderd over het toe te wijzen bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, gelet op de bepleite vrijspraak voor het primair tenlastegelegde feit. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de vordering tot schadevergoeding is bedoeld om schade te herstellen in de oorspronkelijke situatie. Nu zij geen informatie heeft over de oorspronkelijke deur (schadepost 2), heeft zij verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van deze post niet-ontvankelijk te verklaren. Voor wat betreft de extra beveiliging van deur 1 (schadepost 3) heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat deze beveiliging voor de poging tot inbraak kennelijk nog niet was aangebracht en dat de benadeelde partij ook in deze post niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht om de wettelijke rente te berekenen vanaf het moment dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, om de BTW van het toe te wijzen bedrag af te trekken en om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen in verband met het geldende contactverbod met de medeverdachten.
6.4
Het oordeel van de rechtbank
De aan de verdachte tenlastegelegde medeplichtigheid aan de poging tot inbraak is bewezen verklaard. De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van dat feit schade heeft geleden.
De eerste schadepost acht de rechtbank op grond van de onderbouwing in het voegingsformulier voldoende aannemelijk gemaakt. Het gebroken glas is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit en de verdachte is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. Nu de vordering voor dit deel niet is betwist en de rechtbank - met uitzondering van de gevorderde BTW - niet onredelijk of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank een bedrag van € 240,41 toewijzen.
Ten aanzien van de tweede schadepost overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan deur 2 schade is toegebracht door het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank zal naar maatstaven van billijkheid een bedrag van € 1.000,00 toewijzen als vergoeding voor het herstellen van de deur naar de originele staat. Voor het overige zal de tweede schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de derde schadepost is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal voor deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aanhouding van de zaak voor een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 en zal hiervoor de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr opleggen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat de verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door (een van) de mededaders is betaald, en andersom.

7.Het beslag

In de zaak met parketnummer 03.134531.25
De volgende inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat gebleken is dat de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van die voorwerpen:
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778407)
  • 1 STK muts (goednummer: 1778414)
  • 2 STK handschoen (goednummer: 1778416)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778409)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778410)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778411)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778412)
  • 1 STK zaklantaarn (goednummer: 1778405).
De volgende inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen moeten worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, omdat het bewezenverklaarde onder de feiten 1 en 2 met betrekking tot deze voorwerpen zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet:
  • 1 bus pepperspray (goednummer: 1778404)
  • 3 STK verdovende middelen (goednummer: 1778420).

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 48, 49, 63, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt de verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03.084485.25;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
  • veroordeelt de verdachte
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 100 dagen;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
  • gedurende zes maanden intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB JoVo (op papier ITB HKA);
  • zorg draagt en blijft dragen voor een dag invulling in de vorm van werk/scholing;
  • zorg draagt en blijft dragen voor een positieve vrijetijdsinvulling;
  • openheid geeft en blijft geven over zijn sociale contacten;
  • meewerkt aan hulpverlening indien jeugdreclassering dat nodig vindt;
  • zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken.
  • Geeft aan Bureau Jeugdzorg Limburg, regio Zuid, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
  • Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
Voorlopige hechtenis:
-
heft ophet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van € 1.240,41, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of (een van) zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
Beslag
-
verklaart verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778407)
  • 1 STK muts (goednummer: 1778414)
  • 2 STK handschoen (goednummer: 1778416)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778409)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778410)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778411)
  • 1 STK gereedschap (goednummer: 1778412)
  • 1 STK zaklantaarn (goednummer: 1778405)
-
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 bus pepperspray (goednummer: 1778404)
  • 3 STK verdovende middelen (goednummer: 1778420).
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Linders, voorzitter, mr. dr. M.M. Koevoets en mr. L.E.M. Hendriks, rechters en allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Lejeune, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
In de zaak met parketnummer 03.084485.25
feit 1 primair:
hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coffeeshop [naam coffeeshop] en/of [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [pleegadres 2] is/zijn gegaan, en/of
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft/hebben gebroken/verbroken, en/of
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft/hebben betreden, en/of
- ( vervolgens) met een koevoet, althans een voorwerp, de toegangsdeur heeft/hebben geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en/of zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 1 subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of J [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en/of zijn/hun mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coffeeshop [naam coffeeshop] en/of [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte(n) en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [pleegadres 2] is/zijn gegaan, en/of
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft/hebben gebroken/verbroken, en/of
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft/hebben betreden, en/of
- ( vervolgens) met een koevoet, althans een voorwerp, de toegangsdeur heeft/hebben geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en/of zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan en/of een zaklamp te overhandigen;
In de zaak met parketnummer 03.134531.25
feit 1:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, op/aan de [pleegadres 1] , alwaar hij/zij, verdachte en/of zijn mededaders, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen naar zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel aan de garagedeur heeft/hebben gerammeld en/of het slot heeft/hebben verbogen en/of met een voorwerp heeft/hebben getracht een slot en/of de deur te forceren en/of verbuigen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een helm en/of een scooter en/of een of meerdere fietsen en/of een JBL box, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
feit 3:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 4:
hij op of omstreeks 10 februari 2025 te Hulsberg, in elk geval in de gemeente Beekdaelen, een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;
In de zaak met parketnummer 03.230310.25
hij, op of omstreeks 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer pers(o)on(en), te weten [slachtoffer] en/of één of meer onbekend gebleven pers(o)on(en) door
- die [slachtoffer] te slaan tegen haar gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam en/of haar te duwen en/of aan haar te trekken (waardoor zijn ten val is gekomen) en/of
- die onbekend gebleven pers(o)on(en) meermalen, althans eenmaal, te slaan tegen het gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam, en/of te duwen en/of trekken en/of te slaan met een fles.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025042603, gesloten op 23 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 444.
2.Proces-verbaal aangifte [benadeelde partij] namens Coffeeshop [naam coffeeshop] van 17 maart 2025, p. 1.
3.Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025, p. 196-197.
4.Proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2025, p. 207-208.
5.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025034745, gesloten op 28 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 156.
6.Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte J [verdachte] van 25 maart 2025, p. 123-125.
7.Proces-verbaal van bevindingen van 12 maart 2025, p. 23-25.
8.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, zaaksregistratienummer PL2300-2025021896, gesloten d.d. 10 april 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 374.
9.het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] van 10 februari 2025, pg. 14-15.
10.het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 10 februari 2025, pg. 19-22.
11.het proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2025, pg. 23-25.
12.het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 12 maart 2025, pg. 342-344.
13.het NFI rapport van 11 maart 2025, pg. 324.
14.het proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2025, pg. 23-25.
15.het proces-verbaal onderzoek wapen van 11 februari 2025, pg. 175-177.