ECLI:NL:RBLIM:2026:7507

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
03/084494-25; 03/213003-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling openlijke geweldpleging en poging tot inbraak met drugsbezit in Maastricht

De rechtbank Limburg heeft op 8 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die zich op 2 maart 2025 schuldig maakte aan openlijke geweldpleging tegen een jonge vrouw tijdens carnaval op het Vrijthof in Maastricht. Daarnaast probeerde hij op 17 maart 2025 samen met anderen in te breken bij een coffeeshop in Maastricht en werd bij zijn aanhouding 100 gram hasjiesj in zijn onderbroek gevonden.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van bekennende verklaringen, camerabeelden, aangiften en politieonderzoek. De verdachte werd vrijgesproken van het feit dat hij een auto bestuurde met een vals kenteken, omdat onvoldoende bewijs daarvoor was.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 90 dagen op, waarvan 83 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 100 uur. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering, een verbod op verdovende middelen en alcoholgebruik, en dagbesteding. De rechtbank wees ook een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij voor materiële schade aan de coffeeshop en verklaarde beslag en verbeurdverklaring van een bivakmuts en een wapen.

De straf en voorwaarden zijn mede gebaseerd op het strafblad van de verdachte, het reclasseringsrapport en de ernst van de feiten. De rechtbank hoopt met deze straf een afschrikwekkend effect te bereiken en recidive te voorkomen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf waarvan 83 dagen voorwaardelijk en 100 uur taakstraf met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers: 03/084494-25; 03/213003-25 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1997,
wonende te [adresgegevens] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juni 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partij [benadeelde partij] is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03/084498-25.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
in de zaak met parketnummer 03/084494-25
feit 1:op 17 maart 2025 in Maastricht samen met anderen heeft geprobeerd in te breken bij Coffeeshop [naam coffeeshop] ;
feit 2:op 17 maart 2025 in Maastricht opzettelijk 100 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad;
feit 3:op 17 maart 2025 in Maastricht een personenauto heeft bestuurd waarvan hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op die auto een vals kenteken zat;
in de zaak met parketnummer 03/213003-25:
zich op 2 maart 2025 in Maastricht schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer] en/of één of meer onbekend gebleven personen.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 03/084494-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 17 maart 2025 samen met anderen heeft geprobeerd in te breken bij Coffeeshop [naam coffeeshop] in Maastricht (feit 1). Daartoe heeft zij verwezen naar de bekennende verklaring van de verdachte, de aangifte, de beschrijving van de camerabeelden en de bevindingen van de politie ter plaatse. Ook acht zij bewezen dat de verdachte op diezelfde dag opzettelijk 100 gram hasjiesj aanwezig heeft gehad (feit 2). De verdovende middelen werden aangetroffen bij de veiligheidsfouillering van de verdachte en hij heeft dit feit bekend. Voor het derde feit, het besturen van een personenauto met een vals kenteken, heeft de officier van justitie een vrijspraak gevorderd omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om vast te kunnen stellen dat de verdachte wist of kon vermoeden dat op die betreffende auto een vals kenteken was aangebracht.
Parketnummer 03/213003-25
Ten aanzien van dit feit heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring, in die zin dat de verdachte openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen slachtoffer [slachtoffer] door haar te slaan, te duwen en aan haar haren te trekken. De verdachte dient volgens de officier van justitie te worden vrijgesproken van het tweede gedachtestreepje in de tenlastelegging, omdat de verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de ruzie tussen leden van zijn groep en de onbekend gebleven personen, die zich op afstand heeft afgespeeld.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 03/084494-25
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het bewijs voor de poging tot inbraak en het opzettelijk aanwezig hebben van 100 gram hasjiesj gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het derde feit heeft zij, evenals de officier van justitie, vrijspraak bepleit omdat de verdachte niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat er valse kentekenplaten op het voertuig zaten.
Parketnummer 03/213003-25
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de openlijke geweldpleging op het Vrijthof in Maastricht gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en daarbij uitdrukkelijk opgemerkt dat de verdachte meteen is gestopt toen hij merkte dat het slachtoffer een meisje betrof.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Parketnummer 03/084494-25 [1]
Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2
De rechtbank acht feit 1 en feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Omdat de verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
t.a.v. feit 1:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
  • de aangifte door [benadeelde partij] ;
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden van de ingang van de coffeeshop worden beschreven; [3]
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden in het trappenhuis worden beschreven; [4]
t.a.v. feit 2:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
  • het proces-verbaal van bevindingen, waarin de in plastic gewikkelde rollen in beslag worden genomen, omschreven en gewogen.
Vrijspraak feit 3
Met de officier van justitie en de raadsvrouw, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde feit, omdat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat er valse kentekenplaten op het voertuig zaten.
Parketnummer 03/213003-25 [6]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 2 maart 2025 op het Vrijthof in Maastricht openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] . Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
  • de aangifte door [slachtoffer] ;
- het proces-verbaal van bevindingen waarin de videobeelden van de openlijke geweldpleging worden beschreven. [8]
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er enkel wettig en overtuigend bewijs is voor de openlijke geweldpleging tegen slachtoffer [slachtoffer] . Voor de overige verweten gedragingen (te weten het openlijk en in vereniging geweld plegen tegen een of meer onbekend gebleven personen) bevat het dossier geen bewijsmiddelen, om welke reden de rechtbank de verdachte ten aanzien van deze gedragingen partieel zal vrijspreken.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Parketnummer 03/084494-25
feit 1:op 17 maart 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om enige goederen van hun gading die aan Coffeeshop [naam coffeeshop] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [adres coffeeshop] is gegaan, en
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft gebroken, en
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft betreden, en
- ( vervolgens) met een koevoet de toegangsdeur heeft geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:op 17 maart 2025 te Maastricht opzettelijk aanwezig heeft gehad 100 gram bruto van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
Parketnummer 03/213003-25:
op 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door
- die [slachtoffer] te slaan tegen haar gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam en/of haar te duwen en/of aan haar te trekken (waardoor zijn ten val is gekomen).
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 03/084494-25
feit 1:poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 2:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
Parketnummer 03/213003-25:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte ten aanzien van feit 1 in de zaak met parketnummer 03/084498-25 en het feit in de zaak met parketnummer 03/213003-25 op te leggen een gevangenisstraf van 90 dagen met aftrek van het voorarrest van 7 dagen, waarvan 83 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast acht zij een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] noodzakelijk. De officier van justitie meent dat ernstig gevreesd moet worden voor herhaling en heeft om die reden de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf, acht de officier van justitie een taakstraf van 100 uren passend. Ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 03/084498-25 heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte op te leggen een geldboete van € 500,00. Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bij eindvonnis kan worden opgeheven.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten en het advies van de reclassering en verzocht om aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf en een forse taakstraf op te leggen. Een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] acht zij, gelet op de actuele schorsingsperiode van ruim 15 maanden, niet langer noodzakelijk. De raadsvrouw heeft de rechtbank in overweging gegeven om het alcoholverbod te laten vervallen en in plaats daarvan de beheersing van het alcoholgebruik als bijzondere voorwaarde op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De verdachte heeft zich op 2 maart 2025 schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Tijdens een carnavalsavond in Maastricht ontstond een vechtpartij op het Vrijthof waar de verdachte bij betrokken is geweest en waar hij klappen heeft uitgedeeld. Verdachte heeft het slachtoffer, een jonge vrouw, zonder aanleiding geslagen, terwijl zij al door meerdere personen werd belaagd. De verdachte heeft hierbij een totaal gebrek aan respect voor de lichamelijke integriteit van het slachtoffer getoond.
Twee weken later, in de nacht van 16 op 17 maart 2025, heeft de verdachte samen met drie anderen geprobeerd in te breken bij een coffeeshop in Maastricht. Toen zij door de politie werden betrapt, probeerden zij te vluchten. Als bestuurder van de vluchtauto, waarop ook nog eens gestolen kentekenplaten zaten, heeft de verdachte zich volstrekt onverantwoordelijk gedragen. Toen hij uiteindelijk kon worden aangehouden door de politie, bleek dat hij 100 gram hasjiesj in zijn onderbroek had verstopt. De verdachte heeft met zijn gedragingen de grens van het toelaatbare fors overschreden en geen respect getoond voor de eigendommen van een ander. Dergelijke feiten veroorzaken veel overlast en schade en brengen gevoelens van onveiligheid met zich mee.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank heeft ook gelet op het uitgebreide strafblad van de verdachte en op het rapport van de reclassering van 8 juni 2026. De verdachte heeft in het verleden een lange gevangenisstraf moeten ondergaan en staat inmiddels ruim 15 maanden onder schorsingstoezicht bij de reclassering. De reclassering stelt in haar rapport vast dat de verdachte in deze periode een leefstijltraining positief heeft afgerond en dat hij hard werkt als zelfstandig hovenier. Desondanks schat de reclassering het risico op recidive in als gemiddeld. Middelengebruik is daarbij een grote risicofactor. De verdachte kan snel en onbedoeld in de problemen raken als hij onder invloed is. Daarom adviseert de reclassering een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De reclassering verwacht dat de verdachte daaraan zijn medewerking zal verlenen en dat het reclasseringstoezicht zal werken als een stok achter de deur.
Voor de rechtbank is de vraag relevant met welke strafrechtelijke reactie voorkomen kan worden dat de verdachte in de toekomst opnieuw de fout ingaat. Van belang is dat de verdachte onder toezicht van de reclassering gaat werken aan een positieve gedragsverandering. Daarom zal de rechtbank de verdachte conform de eis van de officier van justitie veroordelen tot een gevangenisstraf van 90 dagen met aftrek van het voorarrest van 7 dagen, waarvan 83 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met oplegging van de door de reclassering geadviseerde meldplicht, verbod verdovende middelen, alcoholverbod en dagbesteding. Omdat de verdachte de bewezen verklaarde feiten telkens onder invloed heeft gepleegd, acht de rechtbank het opleggen van een alcohol- en middelenverbod noodzakelijk, maar zal daarbij bepalen dat het alcoholverbod geldt zolang en in zoverre de reclassering dat nodig vindt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen termen aanwezig om het contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] langer te laten voortduren. Zij zal dit dan ook achterwege laten. Ook is niet voldaan aan de in artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht geformuleerde criteria, zodat de rechtbank niet zal bevelen dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De rechtbank hoopt dat van deze straf een sterk waarschuwend effect uitgaat en de verdachte ervan weerhoudt dat hij in de toekomst opnieuw de fout in gaat.
Om voldoende recht te doen aan de ernst van de feiten zal de rechtbank naast de voorwaardelijke gevangenisstraf nog een taakstraf van 100 uren opleggen. Ten aanzien van feit 2 in de zaak met parketnummer 03/084498-25 zal, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, geen aparte straf worden opgelegd.
Nu geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende sanctie wordt opgelegd, zal de rechtbank het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert namens Coffeeshop [naam coffeeshop] schadevergoeding tot een bedrag van € 2.640,20, bestaande uit materiële schade. Bij de poging tot inbraak op 17 maart 2025 zijn twee deuren vernield. De vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
deur 1 (gebroken glas): € 290,90;
deur 2 (volledig nieuw): € 1950,00;
extra beveiliging deur 1: € 399,30.
De benadeelde partij heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, exclusief BTW en vermeerderd met de wettelijke rente. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij als gevolg van de poging tot inbraak rechtstreeks schade heeft geleden en dat de drie schadeposten voldoende zijn onderbouwd. De officier van justitie heeft gevorderd over het toe te wijzen bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering tot schadevergoeding is bedoeld om schade te herstellen in de oorspronkelijke situatie. Nu zij geen informatie heeft over de oorspronkelijke deur (schadepost 2), heeft zij verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van deze post niet-ontvankelijk te verklaren. Voor wat betreft de extra beveiliging van deur 1 (schadepost 3) heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat deze beveiliging voor de poging tot inbraak kennelijk nog niet was aangebracht en dat de benadeelde partij ook in deze post niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht om de wettelijke rente te berekenen vanaf het moment dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, om de BTW van het toe te wijzen bedrag af te trekken en om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen in verband met het geldende contactverbod met de medeverdachten.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De aan de verdachte tenlastegelegde poging tot inbraak is bewezen verklaard. De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van dat feit schade heeft geleden.
De eerste schadepost acht de rechtbank op grond van de onderbouwing in het voegingsformulier voldoende aannemelijk gemaakt. Het gebroken glas is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit en de verdachte is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. Nu de vordering voor dit deel niet is betwist en de rechtbank - met uitzondering van de gevorderde BTW - niet onredelijk of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank een bedrag van € 240,41 toewijzen.
Ten aanzien van de tweede schadepost overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan deur 2 schade is toegebracht door het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank zal naar maatstaven van billijkheid een bedrag van € 1.000,00 euro toewijzen als vergoeding voor het herstellen van de deur naar de originele staat. Voor het overige zal de tweede schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de derde schadepost is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal voor deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aanhouding van de zaak voor een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 en zal hierover de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr opleggen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat de verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door (een van) de mededaders is betaald, en andersom.

8.Het beslag

In het dossier bevindt zich een beslaglijst met daarop verdovende middelen, een wapen met bijbehorende patroonhouder en munitie en een bivakmuts.
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen wapen, de bijbehorende patroonhouder en de munitie worden onttrokken aan het verkeer en dat de bivakmuts verbeurd wordt verklaard. Ten aanzien van de verdovende middelen hoeft geen beslissing te worden genomen, omdat daar afstand van is gedaan.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het wapen, de bijbehorende patroonhouder en de munitie onttrekken aan het verkeer, aangezien het bezit daarvan op zichzelf strafbaar is.
De bivakmuts zal de rechtbank verbeurd verklaren, omdat het een voorwerp is met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd als bedoeld in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 141 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreektde verdachte
vrijvan het onder 3 ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 03/084498-25;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/084498-25 onder feit 1 en feit 2 en het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/213003-25 bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
  • stelt de volgende
a.
meldplicht bij reclassering:
veroordeelde meldt zich binnen 1 werkdag na het ingaan van de proeftijd bij
mevrouw [naam medewerker] van Reclassering Leger des Heils op het telefoonnummer
088-090 11 40. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo
vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
verbod verdovende middelen:
veroordeelde gebruikt gedurende de proeftijd geen verdovende middelen.
Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn
urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en
met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
alcoholverbod:
veroordeelde gebruikt gedurende de proeftijd geen alcohol, zolang en in zoverre de reclasseringdat nodig vindt. Veroordeelde moet gedurende de proeftijd meewerken aan
controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De
reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
dagbesteding:
veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk en schetst
zijn vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding en de
vrijetijdsbesteding dragen bij aan het voorkomen van delictgedrag, dit wordt steeds
benoemd tijdens de meldplichtafspraken;
  • geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Taakstraf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
Beslag
-
verklaart verbeurdhet volgende in beslag genomen voorwerp:
1 STK Muts (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788208, Zwart);
-
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK Wapen (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1788211, Zwart);
  • 1 STK Patroonhouder (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1788214, Zwart);
  • 10 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1796391);
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van 03/084494-25, feit 1, van de benadeelde partij
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van 1.240,41 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of (een van) zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;

Voorlopige hechtenis:

-
heft ophet tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. M.M. Koevoets, voorzitter, mr. L.E.M. Hendriks en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE:
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Parketnummer 03/084494-25
feit 1:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coffeeshop [naam coffeeshop] en/of [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [adres coffeeshop] is/zijn gegaan, en/of
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft/hebben gebroken/verbroken, en/of
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft/hebben betreden, en/of
- ( vervolgens) met een koevoet, althans een voorwerp, de toegangsdeur heeft/hebben geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en/of zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 100 gram bruto, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht, op de weg, Hoogbrugstraat en/of Lage Barakken, een motorrijtuig personenauto heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig een teken, te weten een kentekenplaat met kenteken HDJS1719, was aangebracht dat, niet zijnde het ingevolge artikel 36 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon gaan voor een zodanig kenteken, of dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of een met toepassing van artikel 37, derde lid van voornoemde wet, opgegeven kenteken;
Parketnummer 03-213003-25:
hij, op of omstreeks 2 maart 2025 te Maastricht openlijk, te weten op het Vrijthof, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer pers(o)on(en), te weten [slachtoffer] en/of één of meer onbekend gebleven pers(o)on(en) door
- die [slachtoffer] te slaan tegen haar gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam en/of haar te duwen en/of aan haar te trekken (waardoor zijn ten val is gekomen) en/of
- die onbekend gebleven pers(o)on(en) meermalen, althans eenmaal, te slaan tegen het gezicht/hoofd, in elk geval het lichaam, en/of te duwen en/of trekken en/of te slaan met een fles.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025042603, gesloten op 23 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 444.
2.Proces-verbaal aangifte [benadeelde partij] namens Coffeeshop [naam coffeeshop] van 17 maart 2025, p. 1.
3.Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025, p. 196-197.
4.Proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2025, p. 207-208.
5.Proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2025, p. 293-294.
6.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025034745, gesloten op 28 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 156.
7.Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] van 6 maart 2025, p. 9.
8.Proces-verbaal van bevindingen van 12 maart 2025, p. 23-25.