Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
- de aangifte door [benadeelde partij] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de in plastic gewikkelde rollen in beslag worden genomen, omschreven en gewogen.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
- de aangifte door [slachtoffer] ;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreektde verdachte
vrijvan het onder 3 ten laste gelegde feit in de zaak met parketnummer 03/084498-25;
- verklaart het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/084498-25 onder feit 1 en feit 2 en het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/213003-25 bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
- stelt de volgende
meldplicht bij reclassering:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
verklaart verbeurdhet volgende in beslag genomen voorwerp:
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
- 1 STK Wapen (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1788211, Zwart);
- 1 STK Patroonhouder (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1788214, Zwart);
- 10 STK Munitie (Omschrijving: PL2300-2025042606-G1796391);
- wijst de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van 03/084494-25, feit 1, van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van 1.240,41 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of (een van) zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
Voorlopige hechtenis:
heft ophet tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
De tenlastelegging