ECLI:NL:RBLIM:2026:7509

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
03/084498-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor poging inbraak en wapenbezit in Maastricht

Op 17 maart 2025 probeerde de verdachte samen met anderen in te breken bij een coffeeshop in Maastricht. Tijdens de vlucht werd een blauwe Volkswagen Golf met gestolen kentekenplaten aangetroffen, waarin een geladen getransformeerd vuurwapen lag. De verdachte was huurder van de auto en zat als bijrijder in het voertuig.

De rechtbank achtte de poging tot inbraak, het bezit van het vuurwapen en het rijden met een voertuig met vals kenteken wettig en overtuigend bewezen. Het DNA van de verdachte werd in de loop van het vuurwapen aangetroffen, wat zijn wetenschap en beschikkingsmacht bevestigde. De verdachte bekende de feiten, maar ontkende kennis van het wapen en het vals kenteken.

De rechtbank legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar op, naast een taakstraf van 240 uur. De positieve ontwikkeling van de verdachte onder reclasseringstoezicht en zijn ondernemerschap werden meegewogen. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.240,41 aan de benadeelde partij toegekend, met wettelijke rente en hoofdelijk aansprakelijkheid. Diverse inbeslaggenomen voorwerpen werden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd en 240 uur taakstraf voor poging tot inbraak, wapenbezit en rijden met vals kenteken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/084498-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1995,
wonende te [adresgegevens] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Heerlen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 juni 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De benadeelde partij [benadeelde partij] is niet op de zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaken tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met de parketnummers 03/084494-25 en 03/213003-25.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 17 maart 2025 in Maastricht:
feit 1:samen met anderen heeft geprobeerd in te breken bij Coffeeshop [naam coffeeshop] ;
feit 2:een getransformeerd pistool met bijpassend patroonmagazijn en munitie voorhanden heeft gehad;
feit 3:als eigenaar of houder een personenauto over de weg heeft laten rijden terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat daar een vals kenteken op was aangebracht.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 17 maart 2025 samen met anderen heeft geprobeerd in te breken bij Coffeeshop [naam coffeeshop] in Maastricht (feit 1). Daartoe heeft zij verwezen naar de bekennende verklaring van de verdachte, de aangifte, de beschrijving van de camerabeelden en de bevindingen van de politie ter plaatse. Ook feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Het wapen lag duidelijk zichtbaar in het bijrijdersportier van de auto die de verdachte huurde, lag binnen handbereik van de verdachte omdat hij de bijrijder was en was onmiddellijk gereed voor gebruik. Bovendien is het DNA van de verdachte aangetroffen in de binnenzijde van de loop. Ook ten aanzien van het derde feit, het laten besturen van een personenauto met een vals kenteken, heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring. De verdachte was de huurder van de auto. Hem is het huurcontract voorgehouden waar het originele kenteken in werd vermeld. En het contract is vier dagen voor dit feit ingegaan, op 13 maart 2025.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het bewijs voor de poging tot inbraak gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het tweede feit heeft zij vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen wetenschap had van en geen beschikkingsmacht had over het wapen dat is aangetroffen in de auto. Het DNA van de verdachte dat op het wapen is aangetroffen, moet verplaatsbaar DNA zijn en kan worden verklaard door de impact van de aanrijding. De raadsvrouw heeft tevens vrijspraak bepleit van het derde feit, omdat de verdachte niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat er valse kentekenplaten op het voertuig zaten.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Bewijsmiddelen feit 1
De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. Omdat de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 24 juni 2026;
  • de aangifte door [benadeelde partij] ;
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden van de ingang van de coffeeshop worden beschreven; [3]
- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de camerabeelden in het trappenhuis worden beschreven. [4]
Bewijsmiddelen feit 2
De politie [5] relateerde op 18 maart 2025 als volgt:
Op 17 maart 2025 omstreeks 04:40 uur stuurde de dienstdoende centralist van het operationeel centrum in Maastricht collega’s aan naar de Lage Barakken in Maastricht. Aldaar zou er een woninginbraak gaande zijn. Kort na het uitgeven van de melding gaf collega [verbalisant 1] portofonisch door dat hij en [verbalisant 2] in achtervolging waren met een blauwe Volkswagen Golf. Enkele seconden hierna riep [verbalisant 1] meermaals dat het voertuig was gecrasht.
Omstreeks 04:45 uur, kwam ik, verbalisant [verbalisant 3] , ter plaatse op de Lage Barakken. Vervolgens keek ik in het voertuig en maakte foto’s van de zaken in de blauwe Volkswagen Golf. Ik zag dat het vuurwapen, welke in het bijrijdersportier lag, zwart van kleur was. Ik zag dat dit vuurwapen binnen handbereik lag en onmiddellijk gereed voor gebruik. Ik zag namelijk dat het vuurwapen met de loop en de keep (het voorste richtmiddel) naar beneden lag en de greep, de trekker en de korrel (het achterste richtmiddel) naar boven lag. Ik zag dat het vuurwapen op een dusdanige manier lag dat deze onmiddellijk met de rechterhand vastgenomen kon worden en gebruikt kon worden om te richten, dan wel een patroon af te vuren.
Het
proces-verbaal van bevindingen [6] vermeldt onder meer - zakelijk weergegeven - het volgende:
Op 17 maart 2025 omstreeks 05:00 uur speelde er zich een incident af in Maastricht. Bij dit incident is er een vuurwapen gevonden. Het vuurwapen lag in het bijrijdersportier van een blauwe Volkswagen Golf GTI met het Duitse kenteken [kenteken 1] . Ik kreeg de opdracht van de officier van dienst-politie om het vuurwapen te komen veiligstellen en tevens veilig te stellen op DNA en sporen.
Ik kwam ter plaatse op de Lage Barakken in Maastricht. Ik zag dat er een dienstvoertuig en een blauwe Volkswagen Golf op het trottoir stonden. De volgende portieren stonden open van de Volkswagen Golf: bestuurdersportier, bijrijdersportier en passagiersportier linksachter. Ik nam plaats naast het bijrijdersportier en zag een vuurwapengelijkend voorwerp liggen in het bijrijdersportier.
Ik nam het vuurwapen uit het bijrijdersportier en nam de patroonhouder uit het wapen. Met mijn linkerhand haalde ik de slede naar achter om het wapen te ontladen. Ik zag dat er geen patroon of huls werd uitgeworpen uit de kamer. Hierdoor kon ik concluderen dat het wapen half geladen was.
Het aangetroffen vuurwapen werd
in beslag genomen [7] onder goednummer 1788211. De patroonhouder werd afzonderlijk
in beslag genomen [8] onder goednummer 1788214 en de munitie werd
in beslag genomen [9] onder goednummer 1796391.
De patroonhouder werd voorzien van
SIN-nummerAASK7776NL en het vuurwapen werd voorzien van
SIN-nummer [10] AASK7777NL. De eerste 1,5 centimeter van de binnenzijde van de loop en alle ruwe delen werden bemonsterd op humane biologische sporen. De sporen zijn veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAQX0874NL en AAQX0875NL, verpakt en verzegeld.
Uit het
rapport Forensisch DNA-onderzoek [11] van The Maastricht Forensic Institute volgt het volgende:
Tabel 3 – Resultaat
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van DNA
Ongeveer de eerste 1,5 centimeter van de binnenzijde van de loop van het vuurwapen (met SIN AASK7777NL)
AAQX0874NL
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend
DNA-onderzoek.
Verdachte [verdachte]
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van verdachte [verdachte] in de bemonstering AAQX0874NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] en één onbekende persoon.
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
Het
proces-verbaal van de materiedeskundige wapens, munitie en explosieven bij het Team Forensische Opsporing [12] , vermeldt het volgende:
SIN: AASK7777NL, getransformeerd pistool, goednummer 1788211
SIN: AASK7776NL, patroonmagazijn, goednummer 1788214
Technische gegevens vuurwapen
Voorwerp: getransformeerd pistool
Merk: Blow
Model: TR914 02
Kaliber: 7.65 millimeter Browning (was origineel 9 millimeter P.A.K.)
BijzonderhedenDit vuurwapen betreft een getransformeerd vuurwapen in de vorm van een pistool, met een bijpassend patroonmagazijn in het kaliber 9 millimeter P.A.K. Dit vuurwapen was vanaf fabriek geproduceerd als gaspistool of alarmpistool in het kaliber 9 millimeter P.A.K. Dit wapen is getransformeerd van gaspistool/alarmpistool naar een projectiel schietend vuurwapen.
Geschiktheid
Uit functioneringsproeven gehouden op donderdag 10 april 2025 bleek dat dit wapen functioneerde. Dit getransformeerde vuurwapen in de vorm van een pistool is geschikt om projectielen door een loop af te schieten waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.
Conclusie
Dit voorwerp betreft een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 lid 3 van Pro de Wet wapens en munitie. Het betreft een vuurwapen geschikt om projectielen door een loop af te schieten. Derhalve is dit een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid Pro 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
SIN: AAQN3696NL, munitie, goednummer 1796391
Bijzonderheden
Deze munitie betreffen 10 kogelpatronen in het kaliber 7.65 millimeter Browning. Deze munitie is geschikt om met het onder SIN AASK7777NL, in dit proces-verbaal beschreven getransformeerde vuurwapen te worden afgevuurd. Deze munitie zat in het onder SIN AASK7776NL, in dit proces-verbaal beschreven patroonmagazijn geladen. De bodemstempels van deze kogelpatronen betreffen:
Eén kogelpatroon: S&B 19 7,65 BR
Eén kogelpatroon: PPU 32 AUTO
Acht kogelpatronen: GECO 7.65
Conclusie
Dit is munitie in de zin van artikel 1 lid Pro [huisnummer] , gelet op artikel 2 lid 2 categorie Pro III, van de Wet wapens en munitie
Het
proces-verbaal van bevindingen [13] met betrekking tot het huurcontract van de Volkswagen Golf vermeldt onder meer het volgende:
Op het betrokken voertuig, de blauwe Volkswagen Golf met chassisnummer WVWZZZCD3PW141720 horen de kentekenplaten [kenteken 2] thuis.
Dit voertuig staat op naam van: [kentekenhouder] .
Op woensdag 30 april 2025 ontvingen wij van de tenaamgestelde [kentekenhouder] het huurcontract van de blauwe Volkswagen Golf met het Duitse kenteken [kenteken 2] .
In het huurcontract staat vermeld dat het voertuig op 13 maart 2025 om 10:00 uur
gehuurd is tot en met 18 maart 2025 te 10:00 uur. Het huurcontract is getekend door: [verdachte] , [adresgegevens] .
Het
proces-verbaal van bevindingen [14] vermeldt onder meer het volgende:
Ik het dashboardkastje troffen wij een blauwe Apple telefoon aan. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , bekeek toen of de telefoon aan stond. Ik drukte opzij op het knopje van de telefoon en zag een vergrendelscherm oplichten. Het vergrendelscherm was een foto van de voor mij ambtshalve bekende [verdachte] . Ik herkende hem aan zijn Tatoeage op zijn hand en zijn gelaat.
Het
proces-verbaal van bevindingen [15] , waarin de camerabeelden in het trappenhuis worden beschreven, vermeldt het volgende:
Datum tijdweergave beelden: 17 maart 2025
Benaming: buiten recht
Ik zie dat omstreeks 04:40:40 [verdachte] vanuit het gebouw komt rennen en rechts voorin als bijrijder plaatsneemt.
Ik zie dat het voertuig achteruit uit beeld verdwijnt.
Bewijsoverweging
Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat op 17 maart 2025 in een blauwe Volkswagen Golf een getransformeerd vuurwapen met bijbehorende patroonhouder en munitie is aangetroffen. De verdachte was de huurder en gebruiker van de auto. Dat volgt uit het huurcontract en het feit dat zijn telefoon in het dashboardkastje werd aangetroffen. Verdachte heeft dit ter terechtzitting ook verklaard.
Het vuurwapen lag in het bijrijdersportier, binnen handbereik van de bijrijder. Uit de beschrijving van de camerabeelden van 17 maart 2025 volgt dat de verdachte als bijrijder heeft plaatsgenomen in het voertuig. Dat betekent dat hij het wapen in het portier kon zien liggen, kon pakken en direct kon gebruiken. Bovendien is het DNA van de verdachte aangetroffen in de loop van het vuurwapen. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad en dat het onder 2 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank betrekt bij haar bewijsoordeel dat de verdachte voor voornoemde voor het bewijs redengevende omstandigheden, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven.
Voor het alternatieve scenario dat de verdediging naar voren heeft gebracht, dat sprake zou zijn van verplaatsbaar DNA, ziet de rechtbank onvoldoende ondersteuning in het dossier. Het vuurwapen lag met de loop naar beneden, terwijl het DNA van de verdachte in de eerste 1,5 centimeter van de binnenzijde van de loop is aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van verplaatsbaar DNA dat door de impact van de aanrijding in de loop van het wapen terecht kan zijn gekomen.
Bewijsmiddelen feit 3
Het
proces-verbaal van bevindingen [16] met betrekking tot het voertuigonderzoek, vermeldt onder meer het volgende:
Op maandag 17 maart 2025 omstreeks 04:40 uur, kregen wij de melding te gaan naar de Lage Barakken ter hoogte van huisnummer [huisnummer] te Maastricht. Melder meldde daar een vermoedelijke heterdaad inbraak. Op maandag 17 maart 2025 om 04:41 uur, kwamen wij ter plaatse. Wij zagen een voertuig rijden voorzien van Duitse kentekenplaten. Het betrof het volgende voertuig:
Kenteken: [kenteken 1]
Merk/type: Volkswagen Golf
Kleur: Blauw
Bij het zien van ons, verbalisanten, reed het voertuig weg en ontstond er een korte achtervolging. Het voertuig reed achterwaarts weg en kwam tot stilstand tegen een pand op de kruising Lage Barakken/Bourgognestraat.
Ik, verbalisant [verbalisant 5] , bevroeg op een later tijdstip het kenteken van het
voorgenoemd voertuig. Ik zag in het European Car en Driving Licence Information
System (Eucaris) de volgende gegevens van het voertuig:
Kenteken: [kenteken 1]
Merk/type: Volkswagen Polo
Kleur: Wit
Voertuigidentificatienummer: WVWZZZ6RZEY098866
Ik heb hierop een onderzoek ingesteld naar de identiteit van het voertuig en trof onder de motorkap, aan de passagierszijde, op de zijkant van de carrosserie, het volgende ingeslagen chassisnummer aan: WVWZZZCD3PW141720. Bij bevraging van genoemd voertuigidentificatienummer in het Eucaris register zag ik de volgende voertuig gegevens:
Kenteken: [kenteken 2]
Merk/type: Volkswagen Golf
Kleur: Blauw
Chassisnummer: WVWZZZCD3PW141720
Kentekenhouder: [kentekenhouder] , [geboortegegevens kentekenhouder] .
Wij, verbalisanten, zagen dat de kentekenplaten aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig niet overeen kwamen met het kenteken dat gevoerd moet worden dan wel dat aan het voertuigidentificatienummer gekoppeld is volgens het Eucaris register.
Het
proces-verbaal van bevindingen [17] met betrekking tot de huurovereenkomst van de blauwe Volkswagen Golf, vermeldt onder meer het volgende:
Op het betrokken voertuig, de blauwe Volkswagen Golf met chassisnummer WVWZZZCD3PW141720, horen de kentekenplaten [kenteken 2] thuis.
Dit voertuig staat op naam van: [kentekenhouder] .
Op woensdag 30 april 2025 ontvingen wij van de tenaamgestelde [kentekenhouder] het huurcontract van de blauwe Volkswagen Golf met het Duitse kenteken [kenteken 2] . In het huurcontract staat vermeld dat het voertuig op 13 maart 2025 om 10:00 uur gehuurd is tot en met 18 maart 2025 te 10:00 uur. Het huurcontract is getekend door: [verdachte] , [adresgegevens] .
Een ander geschrift, zijnde de
huurovereenkomst [18] d.d. 13 maart 2025, vermeldt het volgende:
Afbeelding
De
verklaring van de verdachte [19] bij de politie op 21 mei 2025, bevat onder meer het volgende:
O: Op maandag 17 maart 2025 omstreeks 04:42 uur ben je op heterdaad aangehouden ter zake inbraak en het voorhanden hebben van een vuurwapen.
V: Van wie is de blauwe Volkswagen golf waar jullie in reden?
A: Dat was een huurauto.​​​​​​​
V: Heb jij dit huurcontract ondertekend?
A: Ja dat klopt.
Bewijsoverweging
De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte op zijn minst redelijkerwijs kon vermoeden dat er valse kentekenplaten op het voertuig zaten. Verdachte was de huurder van de auto en vast staat dat verdachte het huurcontract zelf heeft afgesloten en ondertekend. In het huurcontract staat dat het kenteken van de auto [kenteken 2] is. Nu op de door verdachte gehuurde auto andere kentekenplaten zaten (met het kenteken [kenteken 1] ), had de verdachte redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze kentekenplaten niet de kentekenplaten waren die op het door hem gehuurde voertuig hoorden te zitten. Dat geen onderzoek naar DNA of dacty aan de kentekenplaten is verricht, zoals door de verdediging naar voren gebracht, doet aan voorgaande conclusie niet af. De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1:op 17 maart 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om enige goederen van hun gading die aan Coffeeshop [naam coffeeshop] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [adres coffeeshop] is gegaan, en
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft gebroken, en
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft betreden, en
- ( vervolgens) met een koevoet de toegangsdeur heeft geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:op 17 maart 2025 te Maastricht één wapen, munitie en voorwerp van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een getransformeerd pistool, van het merk BLOW, model TR 914 02, kaliber 7.65 millimeter Browning (origineel 9 millimeter P.A.K.) (goednummer: 1788211), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool,
- een (S&B) kogelpatroon van het kaliber 19 7.65 BR (goednummer: 1796391),
- een (PPU) kogelpatroon van het kaliber .32 auto (goednummer: 1796391),
- acht (GECO) kogelpatronen van het kaliber 7.65 (goednummer: 1796391) en
- een patroonmagazijn (goednummer: 1788214) voorhanden heeft gehad;
feit 3:op 17 maart 2025 te Maastricht, op de weg, Lage Barakken, als eigenaar of houder een motorrijtuig, een personenauto, over die weg heeft laten rijden, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig een teken, te weten een kentekenplaat met kenteken [kenteken 1] was aangebracht dat, niet zijnde het ingevolge artikel 36 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon gaan voor een zodanig kenteken, of dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of voor een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven (handelaars)kenteken.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1:poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
feit 2:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 3:overtreding van artikel 41, eerste lid, aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte ten aanzien van feit 1 en feit 2 op te leggen een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast acht zij een contactverbod met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] noodzakelijk. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte op te leggen een geldboete van € 700,00. Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bij eindvonnis kan worden opgeheven.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten en het advies van de reclassering en verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke, maar een lange voorwaardelijke gevangenisstraf en de maximale taakstraf op te leggen. De verdachte heeft hard gewerkt om zijn eigen dakdekkersbedrijf op te bouwen en heeft veel te verliezen. Een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] acht zij, gelet op de actuele schorsingsperiode van ruim 15 maanden, niet langer noodzakelijk.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar is gebleken.
De verdachte heeft in de nacht van 16 op 17 maart 2025 samen met drie anderen geprobeerd in te breken bij een coffeeshop in Maastricht. Toen zij door de politie werden betrapt, probeerden zij te vluchten. In de vluchtauto, waar ook nog eens gestolen kentekenplaten op zaten, lag een geladen vuurwapen. De verdachte heeft met zijn gedragingen de grens van het toelaatbare fors overschreden en geen respect getoond voor de eigendommen en veiligheid van anderen. Dergelijke feiten veroorzaken veel overlast en schade en brengen gevoelens van onveiligheid met zich mee. Het is een bekend gegeven dat het voorhanden hebben van een wapen leidt tot het gebruik ervan met alle desastreuze gevolgen van dien.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank heeft ook gelet op het rapport van de reclassering van 3 juni 2026. De verdachte staat inmiddels ruim 15 maanden onder schorsingstoezicht bij de reclassering. De reclassering stelt in haar rapport vast dat de verdachte in deze periode een positieve ontwikkeling heeft laten zien. Zo heeft hij een eigen dakdekkersbedrijf opgericht dat goed loopt en is hij doende om een constructieve toekomst op te bouwen. De reclassering adviseert om het reclasseringstoezicht voort te zetten om zicht te houden op het functioneren en het gedrag van de verdachte.
Voor de rechtbank is de vraag relevant met welke strafrechtelijke reactie voorkomen kan worden dat de verdachte in de toekomst opnieuw de fout ingaat.
Gelet op de oriëntatiepunten zou de rechtbank in beginsel voor alleen al het wapenbezit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden opleggen. Met de poging tot inbraak bij de coffeeshop erbij zou dit voor de verdachte resulteren in een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Echter, gelet op het feit dat de verdachte onder toezicht van de reclassering op een positieve manier gewerkt heeft aan een gedragsverandering en verdere stabilisatie nu het meest van belang is, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend. Een dergelijke straf zal de positieve ontwikkeling van de verdachte doorkruisen.
De rechtbank wil de verdachte een kans geven deze positieve ontwikkeling voort te zetten, maar hem wel doordringen van de ernst van de feiten en zijn gedragingen. Daarom zal de rechtbank aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opleggen en daarnaast de maximale taakstraf van 240 uren . De toegepaste periode van voorarrest komt op de taakstraf in mindering. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf een proeftijd van 3 jaren verbinden en de door de reclassering geadviseerde meldplicht en beheersing van middelengebruik opleggen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen termen aanwezig om het contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] langer te laten voortduren. Zij zal dit dan ook achterwege laten. De rechtbank hoopt dat van deze straf een sterk waarschuwend effect uitgaat en de verdachte ervan weerhoudt dat hij in de toekomst opnieuw de fout in gaat. Voor hem moet duidelijk zijn dat dit een kans is die hij met beide handen moet aangrijpen.
Nu geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende sanctie wordt opgelegd, zal de rechtbank het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen met ingang van heden.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert namens Coffeeshop [naam coffeeshop] schadevergoeding tot een bedrag van € 2.640,20, bestaande uit materiële schade. Bij de poging tot inbraak op 17 maart 2025 zijn twee deuren vernield. De vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
deur 1 (gebroken glas): € 290,90;
deur 2 (volledig nieuw): € 1950,00;
extra beveiliging deur 1: € 399,30.
De benadeelde partij heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, exclusief BTW en vermeerderd met de wettelijke rente. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij als gevolg van de poging tot inbraak rechtstreeks schade heeft geleden en dat de drie schadeposten voldoende zijn onderbouwd. De officier van justitie heeft gevorderd over het toe te wijzen bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering tot schadevergoeding is bedoeld om schade te herstellen in de oorspronkelijke situatie. Nu zij geen informatie heeft over de oorspronkelijke deur (schadepost 2), heeft zij verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van deze post niet-ontvankelijk te verklaren. Voor wat betreft de extra beveiliging van deur 1 (schadepost 3) heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat deze beveiliging voor de poging tot inbraak kennelijk nog niet was aangebracht en dat de benadeelde partij ook in deze post niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht om de wettelijke rente te berekenen vanaf het moment dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, om de BTW van het toe te wijzen bedrag af te trekken en om de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen in verband met het geldende contactverbod met de medeverdachten.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De aan de verdachte tenlastegelegde poging tot inbraak is bewezen verklaard. De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van dat feit schade heeft geleden.
De eerste schadepost acht de rechtbank op grond van de onderbouwing in het voegingsformulier voldoende aannemelijk gemaakt. Het gebroken glas is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit en de verdachte is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. Nu de vordering voor dit deel niet is betwist en de rechtbank - met uitzondering van de gevorderde BTW - niet onredelijk of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank een bedrag van € 240,41 toewijzen.
Ten aanzien van de tweede schadepost overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan deur 2 schade is toegebracht door het handelen van de verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank zal naar maatstaven van billijkheid een bedrag van € 1.000,00 euro toewijzen als vergoeding voor het herstellen van de deur naar de originele staat. Voor het overige zal de tweede schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard.
Ten aanzien van de derde schadepost is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal voor deze schadepost niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aanhouding van de zaak voor een nadere onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.
De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 en zal hierover de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr opleggen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat de verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door (een van) de mededaders is betaald, en andersom.

8.Het beslag

In het dossier bevindt zich een beslaglijst met daarop twee airbags, twee petten, een hoed, een moker, twee breekijzers, een Apple airtag, een bivakmuts en twee kentekenplaten.
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de petten, de hoed, de moker, de breekijzers en de bivakmuts worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de airbags, Apple airtag en kentekenplaten heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de moker en de twee breekijzers onttrekken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.
De bivakmuts zal de rechtbank verbeurd verklaren, omdat het een voorwerp is met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd als bedoeld in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van de airbags, de Apple airtag en de kentekenplaten zal de rechtbank de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten. De twee inbeslaggenomen petten en de hoed moeten worden teruggegeven aan de beslagene.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 41 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
  • stelt de volgende
a.
meldplicht bij reclassering:
veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering en houdt zich aan aanwijzingen, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beheersing middelengebruik:
veroordeelde werkt gedurende de proeftijd mee aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en om het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
  • geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

Taakstraf

  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag;
Beslag
-
verklaart verbeurdhet volgende in beslag genomen voorwerp:
1 STK Muts (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788583, Bivakmuts);
-
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK Moker (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788498);
  • 1 STK Breekijzer (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788499);
  • 1 STK Breekijzer (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788500);
-
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de beslagene:
  • 1 STK Pet (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788490, Bruin);
  • 1 STK Pet (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788491);
  • 1 STK Hoed (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788492);
-
gelast de bewaringvan de volgende in beslag genomen voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende:
  • 1 STK Kussen (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788488, Airbag);
  • 1 STK Kussen (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788489, Airbag);
  • 1 STK Computer (Omschrijving: PL2300-2025042602-G1788577, Wit, merk: Apple);
  • 2 STK Kentekenplaat (Omschrijving: PL2300-2025042593-G1795421);
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
  • wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • bepaalt dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij] , van een bedrag van 1.240,41 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 12 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of (een van) zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;

Voorlopige hechtenis:

-
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. M.M. Koevoets, voorzitter, mr. L.E.M. Hendriks en mr. J. Linders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 juli 2026.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE:
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
feit 1:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om enig(e) goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Coffeeshop [naam coffeeshop] en/of [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,
- naar de Coffeeshop [naam coffeeshop] gelegen aan de [adres coffeeshop] is/zijn gegaan, en/of
- ( vervolgens) één of meerdere ruit(en) heeft/hebben gebroken/verbroken, en/of
- ( vervolgens) het voornoemde pand heeft/hebben betreden, en/of
- ( vervolgens) met een koevoet, althans een voorwerp, de toegangsdeur heeft/hebben geforceerd, teneinde de deur te kunnen openen en/of zich de toegang tot de voornoemde Coffeeshop te verschaffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht één of meerdere wapens, munitie en/of voorwerpen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een getransformeerd pistool, van het merk BLOW, model TR 914 02, kaliber 7.65 millimeter Browning (origineel 9 millimeter P.A.K.) (goednummer: 1788211), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool,
- een (S&B) kogelpatroon van het kaliber 19 7.65 BR (goednummer: 1796391),
- een (PPU) kogelpatroon van het kaliber .32 auto (goednummer: 1796391),
- acht (GECO) kogelpatronen van het kaliber 7.65 (goednummer: 1796391) en/of
- een patroonmagazijn (goednummer: 1788214) voorhanden heeft gehad;
feit 3:hij, op of omstreeks 17 maart 2025 te Maastricht, op de weg, Hoogbrugstraat en/of Lage Barakken, als eigenaar of houder een motorrijtuig, een personenauto, heeft laten staan of daarmee over die weg heeft laten rijden, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig (een) teken(s), te weten een kentekenplaat met kenteken [kenteken 1] was/waren aangebracht dat/die, niet zijnde het/een ingevolge artikel 36 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon(den) gaan voor een zodanig kenteken, of dat/die teken(s) te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of voor een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven (handelaars)kenteken.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025042603, gesloten op 23 mei 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 444.
2.Proces-verbaal aangifte [benadeelde partij] namens Coffeeshop [naam coffeeshop] van 17 maart 2025, p. 1.
3.Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025, p. 196-198.
4.Proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2025, p. 207-209.
5.Proces-verbaal van bevindingen van 18 maart 2025, 16-17.
6.Proces-verbaal van bevindingen van 17 maart 2025, p. 65-66, inclusief de foto’s op p. 71-85.
7.Kennisgeving van inbeslagneming van 17 maart 2025, p. 441.
8.Kennisgeving van inbeslagneming van 17 maart 2025, p. 442.
9.Kennisgeving van inbeslagneming van 17 maart 2025, p. 444.
10.Proces-verbaal vooronderzoek lab van 2 april 2025, p. 172-174.
11.Rapport Forensisch DNA-onderzoek van 16 april 2025, p. 184-187.
12.Proces-verbaal Team Forensische Opsporing van 10 april 2025, p. 165-171.
13.Proces-verbaal van bevindingen van 1 mei 2025, p. 153-154, en het huurcontract op p. 156-157.
14.Proces-verbaal van bevindingen van 21 mei 2025, p. 114.
15.Proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2025, p. 213.
16.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2025, p. 145-149.
17.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2025, p. 153.
18.Een ander geschrift, zijnde de huurovereenkomst d.d. 13 maart 2025, p. 156-157.
19.Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 21 mei 2025, p. 277-278.