Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank leest hier: geleidebaken) zag liggen op de weg, plaatste de verdachte een afbeelding van [medeverdachte 2] die een geleidebaken vasthield.
daarmee doelend op medeverdachte [medeverdachte 2] )trapt de spiegels ook eraf, als zij die Cobra erop leggen. De verdachte positioneerde zich met zijn auto zodanig dat hij de aanslag kon vastleggen om te kunnen delen. Om 02:07 uur plaatste hij vervolgens het filmpje in de groep.
[medeverdachte 2] toebehoorde heeft beschadigd en onbruikbaar gemaakt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
.
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
24 januari 2024; de rechtbank beschouwt deze beide feiten als serieuze pogingen anderen van het leven te beroven. Anderen, die voor de verdachte en zijn mededaders volslagen onbekenden waren, maar die de pech hadden net ter plekke te passeren toen voorwerpen van een brug gegooid werden. Iedereen had dat slachtoffer, had die slachtoffers kunnen zijn. De inzittenden van de auto’s die getroffen werden mogen van geluk spreken dat zij ongedeerd zijn gebleven. Zij zijn er zogezegd zonder kleerscheuren vanaf gekomen, maar in geestelijk opzicht is dat niet zo. Slachtoffers [slachtoffer 1] en Hameleers hebben te kampen met post-traumatische stress. De aan de auto’s toegebrachte materiële schade is, gezien die enorme gevaarzetting, in wezen bijzaak, maar vertegenwoordigt zeker een aanmerkelijk financieel belang.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
12.483,43 euro ter zake van feit 2. Dit betreft (materiële) schade met betrekking tot een Volkswagen Golf, die door het gooien met een steen beschadigd werd. De benadeelde partij vordert de reparatiekosten en een bedrag in verband met de waardevermindering van de auto.
1.490,- euro, komt voor vergoeding in aanmerking.
217,- euro wordt toegekend, te vermeerderen met 2 punten (1 punt voor het indienen en
1 punt voor de behandeling ter terechtzitting).
253,- euro wordt toegekend, te vermeerderen met 2 punten (1 punt voor het indienen en
1 punt voor de behandeling ter terechtzitting).
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de hiervoor bewezenverklaarde feiten tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte voor de hiervoor bewezenverklaarde feiten tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;
- wijst de vordering van
- bepaalt dat de benadeelde partij ter zake van het meergevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk is in de vordering;
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 1 primair hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van 2.263,19 euro, waarvan 2.000,- ter zake van immateriële schade, de materiële schade ad 263,19 euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2026 tot aan de dag van volledige voldoening en de immateriële schade ad 2.000,- euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 1 primair hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van 3.385,- euro, waarvan 3.000,- euro ter zake van immateriële schade, de materiële schade ad 385,- euro te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 april 2026 tot aan de dag van volledige voldoening en de immateriële schade ad 3.000,- euro met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- wijst de vordering ter zake van het meer of anders gevorderde af;
- veroordeelt de verdachte tevens in
- legt aan de verdachte ter zake van feit 2 hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van 2.284,27 euro (materiele schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- wijst de vordering van
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door deze benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot op heden op nihil;
- legt aan de verdachte ter zake van feit 2 hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van 1.482,25 euro (materiele schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat indien door (een van) zijn mededaders is betaald, de verdachte niet tot betaling gehouden is;
- bepaalt dat
- veroordeelt deze benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Ter hoogte van de Euregioweg, hectometer 5.3 rechts, reed ik onder een voetgangers fietsbrug door. Op dat moment hoorde ik een keiharde knal op het dak van mij auto. Ik had direct door dat er iets vanaf deze voetgangersbrug op mijn auto was gegooid. Ik ben
niet gelijk gestopt, omdat ik op een 70 km/u weg reed op dat moment. Ik ben doorgereden naar een woonwijk om daar mijn auto te bekijken op schade. Toen ik vervolgens mijn auto had geparkeerd ben ik uitgestapt en zag ik directenorme schade op het dak aan de achterzijde van mijn auto. Gezien deze schade moet het haast wel dat er een zwaar voorwerp vanaf de brug op mijn auto is gegooid. Mijn auto is namelijk ingedeukt en bekrast. Tevens zag ik dat het derde remlicht door de klap scheef is komen te zitten en niet meer werkt.
[medeverdachte 2] : [naam 2] .
[naam 3] : Dat is hem. Stuur me is dat filmpje. Dat ik die waggie opblaas.
A: Dat waren [naam 3] en ik.
Ik zag dat het account ‘ [gebruikersnaam 5] ’stuurde:
“Heb nu ineens [naam 10] en [naam 3] in de auto”
“ [naam 10] [naam 3] [naam 8] [naam 9] ”
[medeverdachte 3] :
[medeverdachte 2] trapt de spiegels ook eraf
"Als zij die cobra eropleggen
”
17-2-2024 00:15:01 (UTC+0)