Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
De leeftijd is bij voormeld wetsartikel geobjectiveerd. Dit betekent dat het niet relevant is of de verdachte wist of had moeten vermoeden dat hij te maken had met een 13-jarig meisje. De wetgever heeft de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik en het belang van kinderen om zich ongestoord seksueel te kunnen ontwikkelen vooropgesteld. Dat [benadeelde partij] ouder leek en tegenover de verdachte heeft gelogen over haar leeftijd door zich voor te doen als 16-jarige betekent dan ook niet dat er sprake is van een gering leeftijdsverschil.
Uit het reclasseringsadvies blijkt dat de verdachte zowel op cognitief als sociaal-emotioneel vlak beneden gemiddeld niveau functioneert. Dit is evenwel niet zodanig dat alsnog van een gering leeftijdsverschil kan worden gesproken. De rechtbank hecht daarbij ook waarde aan het gegeven dat de verdachte qua seksuele ontwikkeling verder was dan [benadeelde partij] . Hij had immers al een langere relatie achter de rug, waarin hij ook seks heeft gehad. [benadeelde partij] was nog maagd.
De rechtbank concludeert dan ook dat de verdachte en [benadeelde partij] niet als leeftijdsgenoten als bedoeld in artikel 248 lid 3 Sr Pro kunnen worden gezien.
elkaar pas die bewuste dag voor het eerst echt gesproken. De verdediging heeft nog betoogd dat de spanning/het seksuele contact die avond langzaam is opgebouwd, maar dat maakt het voorgaande evenwel niet anders.
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
geen straf of maatregelwordt opgelegd;
- wijstde vordering van de benadeelde partij
[benadeelde partij] gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
1.500,00 eurobestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
17 mei 2025tot aan de dag van algehele voldoening; - verklaart de benadeelde partij voor het overige
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.