ECLI:NL:RBLIM:2026:7665

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
ROE 26/1618
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet

De burgemeester van Maasgouw besloot op 29 juni 2026 de woning van verzoeker voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat de politie op 26 mei 2026 een doorzoeking had uitgevoerd naar aanleiding van een MMA-melding. Tijdens de doorzoeking werden onder meer handelshoeveelheden softdrugs en verboden wapens aangetroffen.

Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De burgemeester wachtte met uitvoering van het besluit totdat de voorzieningenrechter uitspraak zou doen. Op 21 juli 2026 vond de mondelinge behandeling plaats, waarbij partijen hun standpunten toelichtten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang voldoende was aangetoond, maar dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom sluiting van de woning noodzakelijk en geschikt was. Er was geen bewijs van handel vanuit de woning, geen recente overlast, en buren bevestigden juist het ontbreken van overlast. Ook lag de woning niet in een kwetsbare wijk. De rechter vond dat een minder ingrijpende maatregel, zoals een last onder dwangsom, mogelijk volstond.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit tot sluiting geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, en werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende motivering van de burgemeester.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/1618
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 juli 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit Maasbracht, verzoeker

(gemachtigde: mr. G.G.J. Geerlings),
en

de burgemeester van de gemeente Maasgouw, de burgemeester

(gemachtigde: mr. W.M.N. Adam).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
1.1.
Met het bestreden besluit van 29 juni 2026 de burgemeester de woning van verzoeker gesloten voor de duur van zes maanden
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De burgemeester heeft de voorzieningenrechter op 6 juli 2026 per e-mail laten weten dat met de sluiting van de woning wordt gewacht totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
1.3.
De burgemeester heeft op 17 juli 2026 een verweerschrift ingediend.
1.4.
Verzoeker heeft op 20 juli 2026 aanvullende gronden en stukken ingediend.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
1.6.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit van de burgemeester van 29 juni 2026 tot zes weken nadat de burgemeester de beslissing op bezwaar heeft bekendgemaakt;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan verzoeker.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoeker is huurder van de woning. De burgemeester heeft op 6 juni 2026 een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Op 26 mei 2026 heeft de politie de woning van verzoeker doorzocht. De aanleiding hiervan was een op 4 mei gedane MMA-melding. Tijdens de doorzoeking van de woning is het volgende aangetroffen:
  • 1 busje pepperspray;
  • in de keuken, in verschillende kastjes, 1 zak met 82,7 gram hennep en 1 zakje met bruin/zwarte snoepjes, waarvan he vermoeden is dat hierin de werkende stof van hennep is verwerkt. Deze snoepjes zijn niet verder onderzocht;
  • in de woonkamer een klein bakje met verschillende gripzakjes met 33 gram hennep en 15 gram hasjiesj;
  • in de meterkast een zak et 900 gram hennep;
  • in de meterkast 48 pakjes sigaretten onder accijns zegels;
  • in de woonkamer op de tafel 20 strips, van elk 4 pillen, Viagra of Kamagra;
  • een stroomstootwapen in de woonkamer en een shockband voor dieren;
  • in de slaapkamer een potje met strychnine.
Spoedeisend belang
3. Gelet op het feit dat verzoeker de woning in het geval van sluiting daarvan zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook verder inhoudelijk worden beoordeeld.
Bevoegdheid
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat er in de woning van verzoeker een handelshoeveelheid softdrugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
5. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of de sluiting gelet op het tijdsverloop geschikt is en zo ja, of er een noodzaak bestaat om een woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt.
5.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom, gelet op de hiervoor genoemde beoogde doelen van een woningsluiting, de sluiting van de woning geschikt en noodzakelijk is. Hoewel in de woning een handelshoeveelheid softdrugs is aangetroffen, is niet gebleken dat er sprake is van enige loop naar de woning. Evenmin zijn er (recente) meldingen van overlast. Integendeel, buren van verzoeker hebben in een ondertekende brief aangegeven dat zij juist geen overlast ervaren. Uit de MMA-melding van 4 mei 2026 volgt alleen dat verzoeker drugs zou hebben gehandeld op straat en niet dat dit vanuit de woning is gebeurd. Er zijn dus geen concrete aanknopingspunten dat in of vanuit de woning feitelijk in drugs werd gehandeld en ook is er geen sprake van recidive. Daarbij komt ook nog dat de woning niet in een voor drugshandel kwetsbare wijk ligt.
5.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt niet uit te sluiten dat de burgemeester in heroverweging zal concluderen dat sluiting van de woning in dit geval een te verstrekkende maatregel is. Niet is gebleken waarom de met sluiting beoogde doelen, mede gelet op de kwetsbaarheid van verzoeker, niet ook kunnen worden bereikt door het opleggen van een lichter middel, zoals het opleggen van een last onder dwangsom. De burgemeester heeft dat op dit moment onvoldoende onderbouwd.
Evenwichtigheid
6. Aan een beoordeling van de evenwichtigheid van het besluit komt de voorzieningenrechter niet toe omdat het voorgaande naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende basis vormt voor toewijzing van de gevraagde voorziening.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe als vermeld onder het kopje ‘Beslissing’. De toewijzing van het verzoek betekent dat de woning voorlopig niet wordt gesloten.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet de burgemeester het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van de proceskosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht van € 1.868,-.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2026 door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.M.F. Roijen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 27 juli 2026. .

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.