ECLI:NL:RBLIM:2026:7850

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 juli 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
03.164364.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplichtigheid poging tot afpersing te Roermond

De rechtbank Limburg behandelde op 14 juli 2026 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot afpersing van een benadeelde in Roermond op 29 oktober 2024. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor medeplegen en bewezenverklaring van medeplichtigheid, terwijl verdachte ontkende betrokken te zijn geweest bij de afpersing.

Uit het dossier bleek dat verdachte samen met medeverdachten naar de woning van de benadeelde was gegaan, maar slechts kort in de centrale hal aanwezig was en geen geweld gebruikte of ondersteunde. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte het vereiste dubbel opzet had, namelijk opzet op de ondersteunende handeling en op het gronddelict.

De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van zowel medeplegen als medeplichtigheid aan poging tot afpersing. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien verdachte niet werd veroordeeld. De uitspraak werd gedaan door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. A.K. Kleine op 28 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot afpersing wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.164364.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
wonende te [adres] .

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 juli 2026. De verdachte is verschenen. De officier van justitie en de verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. T.R.S. Franssen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.192647.25.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
op 29 oktober 2024 te Roermond al dan niet samen met (een) ander(en) door geweld en bedreiging met geweld heeft geprobeerd [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van geld, dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de poging tot afpersing.
3.2
Het standpunt van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij wist dat de medeverdachte [medeverdachte 1] geld terug wilde halen van aangever [benadeelde] , maar dat er niet besproken is hoe hij dit ging doen. De verdachte is meegegaan naar de woning van [benadeelde] , maar hij heeft beneden gewacht. Hij heeft dus geen rol gehad in de afpersing.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en het door de rechtbank vertaalde standpunt van de verdachte, het primair ten laste gelegde medeplegen aan de poging afpersing niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank staat vervolgens voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de poging tot afpersing (subsidiair). Daarbij is het volgende van belang.
Medeplichtigheid is het bevorderen of gemakkelijk maken van andermans strafbaar handelen, oftewel hulp bieden aan de dader bij het begaan van een misdrijf. Van medeplichtigheid kan alleen sprake zijn als er sprake is van dubbel opzet: de medeplichtige dient opzet te hebben op de ondersteunende handeling die hij verricht én hij dient opzet te hebben – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op het gronddelict, in dit geval de poging tot afpersing.
De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af. Op 19 oktober 2024 is de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] naar de woning van [benadeelde] in Roermond gegaan. De verdachte was door de medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld om mee te gaan om het geld terug te halen dat aangever [benadeelde] buit had gemaakt bij een overval op de schoonvader van medeverdachte [medeverdachte 1] . De verdachte is de centrale hal van de flatwoning van [benadeelde] binnen gegaan en tegen een omstander heeft gezegd dat hij naar buiten moest gaan. De verdachte is niet samen met de medeverdachten meegegaan de trap op naar het appartement van [benadeelde] .
De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat [medeverdachte 1] [benadeelde] zou gaan afpersen of dat er geweld zou worden gebruikt.
Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte wél wetenschap had van een vooropgezet plan tot afpersen met geweld en bedreiging met geweld van de aangever, waarbij hij bereid zou zijn geweest om ter uitvoering van dat plan ondersteunende handelingen te verrichten. De handelingen van de verdachte zijn daarmee ook in lijn, nu hij zich enkel kortdurend bij de voordeur van de centrale hal heeft begeven, tegen een omstander heeft gezegd dat hij naar buiten moet gaan en verder niets heeft gedaan ter bevordering van het gronddelict. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen vaststellen dat de verdachte het dubbel opzet, zoals als hiervoor bedoeld, had op de poging tot afpersing van [benadeelde] .
De rechtbank acht daarom het subsidiair ten laste gelegde evenmin bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

4.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

4.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 3.198,88. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:
eigen risico: € 198,88
immateriële schade: € 3.000,-
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Nu aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreektde verdachte
vrijvan het tenlastegelegde.
Benadeelde partij
  • verklaart de benadeelde partij
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. A. K. Kleine, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.H.M. Meisen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 juli 2026.
Buiten staat
Mr. Kessels en mr. Kleine zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een bedrag van ongeveer 5600 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), welk geweld en/of welke edreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- naar het appartementencomplex van die [benadeelde] zijn gelopen,
-(vervolgens) het appartementencomplex zijn binnengedrongen,
-(vervolgens) die [benadeelde] een kopstoot heeft gegeven,
-(vervolgens) die [benadeelde] ertoe hebben gezet om de voordeur van zijn appartement te openen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] de toegang tot andere ruimtes te hebben ontzegd, en/of
- ( vervolgens) in de woning meermalen te hebben gevraagd tot afgife van geld, waarbij door verdachte meermaals werd geroepen dat hij die [benadeelde] iets ging aandoen en/of dat hij de woning zou afbreken indien hij het geld niet kreeg,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een bedrag van ongeveer 5600 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [benadeelde] en/of een derde toebehoorde(n), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)
- zich heeft begeven naar het appartementencomplex van die [benadeelde] ,
- ( vervolgens) het appartementencomplex van die [benadeelde] is binnengedrongen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] een kopstoot heeft gegeven,
- ( vervolgens) een ander persoon uit het pand heeft verwijderd,
- ( vervolgens) die [benadeelde] ertoe heeft gezet om de voordeur van zijn appartement te openen,
- ( vervolgens) die [benadeelde] de toegang tot andere ruimtes heeft ontzegd en/of
- ( vervolgens) in de woning van die [benadeelde] meermalen aan die [benadeelde] heeft gevraagd om over te gaan tot afgifte van het geldbedrag en hierbij meerdere malen heeft geroepen tegen die [benadeelde] dat hem iets wordt aangedaan en/of dat de woning van die [benadeelde] wordt afgebroken indien die [benadeelde] niet overgaat tot afgifte van het geldbedrag,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 oktober 2024 te Roermond, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- een appartementencomplex binnen te dringen,
- ( vervolgens) een ander persoon uit het appartementencomplex te verwijderen en/of
- ( vervolgens) op de uitkijk te staan.