ECLI:NL:RBLIM:2026:7854
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring dagvaarding wegens onjuiste betekening in poging tot afpersing
De rechtbank Limburg behandelde op 14 juli 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot afpersing op 29 oktober 2024 te Roermond. Verdachte was niet verschenen op de zitting, en zijn raadsman was niet uitdrukkelijk gemachtigd om de verdediging te voeren.
De tenlastelegging betrof het met geweld en bedreiging dwingen van een persoon tot afgifte van geld, waarbij verdachte het appartementencomplex binnendrong, het slachtoffer een kopstoot gaf en herhaaldelijk dreigde met geweld. De uitvoering van het misdrijf was niet voltooid.
Tijdens de procedure bleek dat de dagvaarding niet op juiste wijze was betekend aan verdachte. Pogingen om de dagvaarding op het BRP-adres te overhandigen waren mislukt en er was geen bewijs van betekening aan het Openbaar Ministerie. Hierdoor verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig.
De rechtbank kon daardoor niet inhoudelijk oordelen over de tenlastelegging en stelde vast dat de procedure niet correct was gevolgd, wat de nietigverklaring rechtvaardigde.
Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens onjuiste betekening, waardoor de zaak niet inhoudelijk kon worden behandeld.