3.3Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 1 (primair en subsidiair)
De rechtbank acht, in tegenstelling tot de officier van justitie, het primair én subsidiair ten laste gelegde niet bewezen.
Vast staat dat de bewuste bromfiets op 4 oktober 2022, rond 3.00 uur, in Vaals door medeverdachte [Medeverdachte] is gestolen en daar is ‘koudgezet’, en dat de verdachte op 4 oktober 2022 om 17.03 uur in Vaals op de bromfiets stapte en daarmee naar de garageboxen aan de [Adres garagebox] in Brunssum reed. De verdachte heeft verklaard dat hij de bromfiets heeft opgehaald in Vaals als vriendendienst voor [Medeverdachte] , dat hij niet wist dat de bromfiets gestolen was en dat hij ook geen aanleiding had om dat te vermoeden.
De rechtbank overweegt allereerst dat niet is komen vast te staan dat de verdachte wist van de diefstal door [Medeverdachte] , laat staan dat hij daarbij aanwezig was of (anderszins) betrokken was; het dossier en het verhandelde ter terechtzitting bieden daarvoor geen enkel aanknopingspunt, zodat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Naar het oordeel van de rechtbank is er ook onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring van heling te komen. De verdachte heeft verklaard dat hij van [Medeverdachte] een sleutel heeft gekregen waarmee hij de bromfiets heeft gestart. In het dossier wordt gerelateerd over een verbroken contactslot, maar dit is niet op foto’s vastgelegd en er is ook geen specifiekere beschrijving van. Het is daarom niet na te gaan wat de staat van (het slot van) de bromfiets was en of de verdachte aan (dat slot van) de bromfiets had moeten zien dat daarmee iets mis was. De observerende verbalisanten hebben tot slot geen bijzonderheden gerelateerd over de wijze van het starten van de bromfiets door de verdachte. Er kan dus niet worden vastgesteld dat de verdachte wist of dat er omstandigheden aanwezig waren waardoor hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de bromfiets van misdrijf afkomstig was, zodat de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak feit 3 (primair en subsidiair)
De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging het primair én subsidiair tenlastegelegde niet bewezen.
Bewezenverklaring feit 2 (primair)
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Bewijsmiddelen
Een geschrift, zijnde een origineel proces-verbaal van bevindingen (
Protokoll) van de
politie Noordrijn-Westfalen Oberhausen (Duitsland), opgemaakt in de Duitse taal door [Duitse verbalisant] op
22 mei 2022,voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - dat op 22 mei 2022 [Eigenaar Porsche] met zijn grijze Porsche 911 (kenteken: [Kenteken 3] ) naar Monschau is gereden. Op 22 mei 2022, rond 15:10 uur, parkeerde hij zijn auto op een openbare parkeerplaats aan Burgau 15 in 52156 Monschau. De auto stond op het eerste parkeerdek in het midden. De parkeerplaats was niet voorzien van slagbomen. Toen [Eigenaar Porsche] op 22 mei 2022 rond 17:10 uur terugkeerde naar de parkeerplaats, viel het hem op dat zijn auto weg was. De auto was op slot en het cabriodak van zijn auto was ook gesloten.
In het
proces-verbaal van bevindingen van 23 mei 2022staat het volgende gerelateerd:
Op 22 mei 2022 kregen wij, verbalisanten [Verbalisant 1] , [Verbalisant 2] en [Verbalisant 3] , het verzoek van de dienstdoende centralist van het operationeel centrum van politie te Maastricht te rijden naar de [Adres garagebox 2] te Kerkrade. Aldaar had melder [Getuige] gezien, dat er een zilverkleurige Porsche Carrera cabriolet, voorzien van een onbekend Duits kenteken in één van de aldaar gelegen garageboxen werd gestald. [Getuige] deelde mij, [Verbalisant 1] , desgevraagd mede dat:
- er heden, 22 mei 2022, tussen 16.00 en 16.30 uur een grijze Porsche Carrera cabriolet voorzien van een vooralsnog onbekend gebleven Duits kenteken richting de garageboxen [Adres garagebox 2] was gereden;
- er één manspersoon in deze Porsche zat én deze dus als bestuurder optrad;
- de Porsche vanaf de Pricksteenweg de [Adres garagebox 2] was ingereden;
- de bestuurder van de Porsche een blanke blonde man van circa 30 jaar oud met een
smal postuur betrof;
- de Porsche vervolgens in de derde, gezien vanaf de [Adres garagebox 2] , aan de
rechterzijde gelegen garagebox werd gestald;
- er direct hierna een dure zwarte BMW cabriolet voorzien van een onbekend gebleven
Nederlands kenteken richting de ingang van de desbetreffende garageboxen reed;
- de bestuurder van de Porsche als bijrijder in de zwarte BMW stapte;
- de BMW in onbekende richting uit het zicht verdween.
[Getuige] deelde mij verder mede dat alles op beeldmateriaal zou staan en dit beeld-materiaal beschikbaar zal stellen aan de politie.
In het
proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2022staat het volgende – zakelijk weergegeven - gerelateerd:
De beelden zijn 28 mei 2022 verstrekt door getuige [Getuige] . Ik, verbalisant [Verbalisant 4] , zag linksboven in beeld de volgende dag-datum tijdindicatie: 2022-05-22 16.19.29.
Ik zag een personenauto merk Porsche in beeld aan komen rijden. Ik zag dat het een cabrio betrof en een rood interieur had. Ik zag één persoon in de Porsche zitten. Ik zag dat de Porsche een witte kentekenplaat had met zwarte letters. De auto op de beelden komt visueel overeen met de inbeslaggenomen Porsche. Ik zag direct achter de Porsche een donkerkleurige cabriolet rijden. Later bleek dit een auto te zijn van het merk Mercedes-Benz. Ik zag dat de bestuurder van de Porsche voor een hekwerk stopt, uitstapt en naar het hekwerk loopt om deze open te maken. Ik kan deze persoon als volgt omschrijven: man, blank, geheel in donker gekleed en lichter haar dan bestuurder Mercedes-Benz.
Op tijdsindicatie 2022-05-22 16.22:05 zag ik de donkerkleurige cabrio weer door het geopend hekwerk rijden. Ik zag dat hij nu terug kwam gereden. Zie ook bijlage 5 en 6 van dit proces-verbaal. Ik zag dat de camera inzoomde op de kentekenplaat. Ik zag dat het een gele plaat betrof met een volgende letter-cijfercombinatie: [Kenteken 4] . Ik zag dat de kentekenplaat beginnend was met de letter "K". Ik zag dat de Mercedes-Benz stopte en dat de camera uitzoomt. Ik zag dat de eerder genoemde bestuurder van de Porsche het hekwerk kennelijk afsluit en naar de Mercedes-Benz loopt en instapt. De Mercedes-Benz rijdt vervolgens weg.
Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen heb ik een onderzoek ingesteld in de voor mij beschikbare politiesystemen. Ik zag dat op 22 mei 2022 tussen 17:00 uur en 18:00 uur [Naam verdachte] en [Medeverdachte] door collega [Verbalisant 5] waren gecontroleerd in Vaals, rijdend in een zwarte Mercedes-Benz, E350 GDI, Nederlands kenteken [kenteken 5] . Zie ook bijlage 10, 11 en 12, waarin een soortgelijke auto op Marktplaats.nl staat afgebeeld.
Via Google Maps zag ik dat de snelste route van de [Verbalisant 1] naar Vaalsbroek ongeveer 20 minuten zou bedragen.
Monschau is gelegen in Duitsland. Via google maps zag ik dat de snelste route tussen de plaats van wegnemen en de plek van aantreffen 50,8 kilometer was en gemiddeld ongeveer 50 minuten zou bedragen.
In het
proces-verbaal van bevindingen van 23 mei 2022staat het volgende gerelateerd:
Op 23 mei 2022 te 00:01 uur stelden wij, verbalisanten [Verbalisant 2] , [Verbalisant 1] en [Verbalisant 3] , een nader onderzoek in een garagebox gelegen aan de [Adres garagebox 2] te Kerkrade. Wij zagen in de garagebox met nummer [Nummer garagebox] dat:
- in deze garagebox een grijs/rode Porsche cabrio stond;
- de carrosserie van deze Porsche grijs van kleur was; de bekleding c.q. "binnenzijde" was rood van kleur;
- de Porsche zowel aan de voor- als achterzijde geen kentekenplaat voerde.
- op rechtsonder op de voorruit een groene zogenaamde Duitse "milieu-sticker" zat; hierin stond het kenteken [Kenteken 3] vermeld;
- het dak van de Porsche "weggeklapt" was;
- het contactslot verwijderd was.
We spraken ter plaatse met de door ons ontboden verhuurder van de garageboxen, de [Verhuurder garageboxen] . Hij deelde ons desgevraagd mede dat de garagebox [Nummer garagebox] vanaf 23 november 2017 wordt gehuurd door [Naam verdachte] , geboren op [Geboortedatum verdachte] 1992 te [Geboorteplaats verdachte] . [Verhuurder garageboxen] stelde ons afschriften van het huurcontract ter beschikking.
Een geschrift
, te weten de informatiestaat SKDB-persoon van de verdachte van 19 oktober 2022met daarin een foto van de verdachte.
Bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat op 22 mei 2022 tussen 15:10 en 17:10 uur een Porsche, type Carrera Cabrio, is gestolen in Monschau. Op 23 mei 2022 wordt de Porsche aangetroffen in een garagebox aan de [Adres garagebox 2] te Kerkrade. Door [Getuige] wordt verklaard en op camerabeelden is te zien dat een blanke man met blond haar van circa 30 jaar oud en een smal postuur de Porsche in de betreffende garagebox stalt, en wel op 22 mei 2022 rond 16.20 uur. Hij stapt hierna als bijrijder in een andere auto en rijdt weg.
Allereerst is van belang dat het signalement van degene die de Porsche stalt, naar het oordeel van de rechtbank overeenkomt met het uiterlijk van de verdachte zoals te zien is op de informatiestaat SKDB van 19 oktober 2022. Tevens staat vast dat de verdachte de huurder was van de garagebox waarin de Porsche is aangetroffen. Daarnaast zijn de verdachte en [Medeverdachte] op 22 mei 2022 tussen 17:00 uur en 18:00 uur gecontroleerd in Vaalsbroek. Zij reden toen in een soortgelijke Mercedes-Benz als die rond het moment van stallen van de Porsche in de garagebox op de camerabeelden is te zien, en waarmee de bestuurder en degene die de Porsche had gestald vervolgens wegreden. De kleur, het type en het kenteken kwam in de letter-cijfercombinatie overeen, alsmede de eerste letter daarvan. Tot slot geldt dat de afstand tussen de garagebox in Kerkrade en Vaalsbroek eenvoudig is te overbruggen tussen 16.20 uur en 17.00 uur. Deze omstandigheden in samenhang bezien, maken dat de rechtbank vaststelt dat het verdachte is die de Porsche in de garagebox heeft gestald. De verklaringen van de verdachte, inhoudende dat hij niets van de aanwezigheid van de Porsche in zijn box wist en dat hij die box ook onderverhuurde, brengen de rechtbank niet tot een andere conclusie, alleen al omdat zij geen handen en voeten hebben gekregen en niet verifieerbaar zijn.
De rechtbank is voorts van oordeel dat het de verdachte is geweest die de Porsche heeft ontvreemd. De diefstal is in Monschau gepleegd tussen 15.10 uur en 17.10, terwijl het ongeveer 50 minuten kost om van Monschau naar de garagebox in Kerkrade te rijden en de Porsche daar om 16.19 uur arriveert. Gezien deze korte tijdspanne tussen de diefstal en het stallen van de Porsche door de verdachte, kan het – behoudens contra-indicaties, die ontbreken – in redelijkheid niet anders zijn dan dat het de verdachte is geweest die de Porsche heeft gestolen.
De rechtbank zal de verdachte wel vrijspreken van het medeplegen van de diefstal, omdat niet kan worden vastgesteld wat de eventuele juridisch relevante rol van de bestuurder van de Mercedes-Benz is geweest.