ECLI:NL:RBLIM:2026:806
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Verzoekster heeft een aanvraag gedaan voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), nadat zij en haar minderjarige kinderen per 31 januari 2026 niet meer bij haar tante konden verblijven vanwege een verhuizing van deze tante.
De gemeente heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is gebleken dat verzoekster door problemen bij het zich handhaven in de samenleving niet in staat is zelf voor onderdak te zorgen. De voorzieningenrechter volgt dit oordeel, mede omdat verzoekster vanuit het Verenigd Koninkrijk zelfstandig naar Nederland is gekomen, zelf zorg heeft gedragen voor onderdak en een bijstandsuitkering heeft aangevraagd.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de Wmo 2015 niet bedoeld is om huisvestingsproblemen op te lossen van personen die voldoende zelfredzaam zijn. Verder is geen medische problematiek vastgesteld die het zelfhandhaven belemmert. Ook is geen grond voor het oordeel dat de belangen van de minderjarige kinderen onvoldoende zijn meegewogen.
Verzoekster heeft tijdelijke verblijfsmogelijkheden bij familie en vrienden en een lopende urgentie-aanvraag voor een woning. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster voldoende zelfredzaam is.