ECLI:NL:RBLIM:2026:813

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11837499\CV EXPL 25-3463
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 6:265 BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen volledige ontbinding bij non-conformiteit gordijnen na herstel gebreken

De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap en een consument over de levering en montage van gordijnen. De consument vorderde ontbinding van de overeenkomst wegens non-conformiteit en gebreken aan de geleverde gordijnen, waaronder verkeerde verpakking, scheve plooien en een chemische geur.

De rechtbank oordeelt dat hoewel er sprake was van non-conformiteit, dit geen volledige ontbinding rechtvaardigt omdat de gebreken grotendeels zijn hersteld en de consument gecompenseerd is. Er was geen overeengekomen uiterste leverdatum, waardoor de vertraging geen grond voor ontbinding vormt.

De kantonrechter wijst de vordering van de consument af en veroordeelt haar tot betaling van het resterende bedrag, incassokosten, rente en proceskosten. Tevens wordt overwogen dat de consument na betaling nog recht heeft op herstel van eventuele gebreken.

De uitspraak benadrukt de wettelijke bepalingen omtrent non-conformiteit, ontbinding en het recht op herstel, en bevestigt dat volledige ontbinding niet automatisch volgt uit gebreken die zijn hersteld.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling toe en wijst het beroep op volledige ontbinding af wegens herstel van gebreken.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11837499 \ CV EXPL 25-3463
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap [eiseres] B.V. handelend onder de naam
[handelsnaam],
gevestigd te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] B.V.,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders.
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] B.V. en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten voor de aankoop en montage van gordijnen en accessoires. Zij hebben daarover een prijs afgesproken voor een bedrag van € 7.337,39 (waarvan € 337,39 voor een plooigordijn
in de hal).
2.2.
[gedaagde] heeft een bedrag van € 1.750,00 aanbetaald. Daardoor resteert een bedrag van € 5.587,39.
2.3.
[eiseres] B.V. heeft als compensatie voor de gebrekkige levering een bedrag van € 674,60 in mindering gebracht op het bedrag van € 5.587,39. Daardoor blijft er een bedrag van € 4.912,79 over.
2.4.
[gedaagde] heeft dit bedrag van € 4.912,79 niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] B.V. vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.076,42, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van
€ 4.912,79, incassokosten voor een bedrag van € 616,28 en rente voor een bedrag van
€ 547,35.
3.2.
[eiseres] B.V. legt kort samengevat aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] twee facturen onbetaald heeft gelaten. Zij stelt dat er een overeenkomst is gesloten tussen [eiseres] B.V. en [gedaagde] voor de aankoop en montage van gordijnen en toebehoren. [eiseres] B.V. heeft de overeenkomst uitgevoerd en facturen gestuurd. Ondanks diverse herinneringen en aanmaningen heeft [gedaagde] deze facturen niet betaald. De klachten die [gedaagde] had, zijn door [eiseres] B.V. inmiddels verholpen. Er is daarom geen reden waarom het openstaande bedrag door [gedaagde] niet betaald hoeft te worden, aldus [eiseres] B.V.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Zij beroept zich op ontbinding van de gehele overeenkomst (en niet slechts op een deel van de overeenkomst) vanwege non-conformiteit. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] B.V. met veroordeling van [eiseres] B.V. in de kosten van deze procedure. Aan het beroep op ontbinding legt [gedaagde] ten grondslag dat de geleverde gordijnen niet volgens afspraak zijn geleverd vóór haar 80ste verjaardag. Bovendien is er sprake is van een ondeugdelijke levering en zijn er voortdurende gebreken. Doordat de gordijnen onjuist verpakt waren en niet voorzien van maten of beschrijvingen, moesten ze bij de eerste levering terug naar het atelier. Daarnaast vertoonden de gordijnen de volgende gebreken: te veel stof, scheve plooien en een zichtbare voering van de binnenkant. Bij een tweede levering hadden de gordijnen een sterke, vieze en chemische geur. Ondanks diverse herstelwerkzaamheden is het [eiseres] B.V. niet gelukt om deugdelijke gordijnen te leveren. Dit alles maakt dat [gedaagde] van mening is dat zij het recht heeft om de overeenkomst te ontbinden op grond van non-conformiteit.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] B.V. toe. Hij overweegt hiertoe het volgende.
Als sprake was van non-conformiteit, rechtvaardigt dit geen (volledige) ontbinding
4.2.
De wet bepaalt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden (artikel 7:17 lid 1 BW Pro). Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien (artikel 7:17 lid 2 BW Pro).
4.3.
Daarnaast bepaalt de wet dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 BW Pro).
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat door [gedaagde] gestelde gebreken geen volledige ontbinding van de overeenkomst kunnen rechtvaardigen. Daarbij weegt mee dat als al sprake was van non-conformiteit, [eiseres] B.V. de gebreken inmiddels (in ieder geval voor een groot deel) heeft hersteld en [gedaagde] heeft gecompenseerd voor de ondeugdelijke levering. Daardoor is er geen tekortkoming in de nakoming (meer) welke een volledige ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.
4.5.
Verder begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] zich verheugd had om de gordijnen vóór haar 80e verjaardag te hebben. Uit de door partijen overgelegde stukken is echter op te maken dat geen uiterste leverdatum is afgesproken. In plaats daarvan is een
verwachteleverdatum afgesproken. Op de orderbevestiging staat bijvoorbeeld ‘Verwachte leverweek 2023 – Week 52’. Dat andere toezeggingen zijn gedaan, kan de kantonrechter niet vaststellen.
4.6.
De kantonrechter is dus van mening dat het verweer van [gedaagde] niet slaagt en dat het beroep op ontbinding moet worden afgewezen.
Recht op herstel na betaling
4.7.
Geheel ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. [gedaagde] kan ook na betaling van de restant koopsom nog herstel kan vragen op grond van artikel 7:21 lid 1 sub b BW Pro als nog sprake zou zijn van gebreken. Dit recht van de koper bestaat naast alle andere rechten en vorderingen (artikel 7:22 lid 4 BW Pro). [eiseres] B.V. heeft bij haar conclusie van repliek ook aangeboden om gebreken die door bijvoorbeeld tijdsverloop zouden zijn ontstaan voor [gedaagde] te willen oplossen. De kantonrechter gaat ervan uit dat [eiseres] B.V. nog steeds achter die woorden staat en dat zij eventuele gebreken zal beoordelen en zo nodig herstellen als [gedaagde] die meldt.
Buitengerechtelijke kosten
4.8.
[eiseres] B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] B.V. heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 616,28 worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten en wettelijke rente betalen
4.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] B.V. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.476,78
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] B.V. te betalen een bedrag van € 6.076,42 (inclusief een bedrag van € 616,28 aan buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over
€ 4.912,79, met ingang van 4 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.476,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.