De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap en een consument over de levering en montage van gordijnen. De consument vorderde ontbinding van de overeenkomst wegens non-conformiteit en gebreken aan de geleverde gordijnen, waaronder verkeerde verpakking, scheve plooien en een chemische geur.
De rechtbank oordeelt dat hoewel er sprake was van non-conformiteit, dit geen volledige ontbinding rechtvaardigt omdat de gebreken grotendeels zijn hersteld en de consument gecompenseerd is. Er was geen overeengekomen uiterste leverdatum, waardoor de vertraging geen grond voor ontbinding vormt.
De kantonrechter wijst de vordering van de consument af en veroordeelt haar tot betaling van het resterende bedrag, incassokosten, rente en proceskosten. Tevens wordt overwogen dat de consument na betaling nog recht heeft op herstel van eventuele gebreken.
De uitspraak benadrukt de wettelijke bepalingen omtrent non-conformiteit, ontbinding en het recht op herstel, en bevestigt dat volledige ontbinding niet automatisch volgt uit gebreken die zijn hersteld.