Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de brief met de producties 1 t/m 6 van de man,
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2026,
Rechtbank Limburg
Partijen zijn gescheiden en hebben in hun echtscheidingsconvenant afgesproken de echtelijke woning te verkopen en de netto-opbrengst te delen. De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, ontruiming van de woning en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming.
De man voert verweer en stelt dat hij inmiddels de verkoopopdracht aan de makelaar heeft bevestigd en meewerkt aan de verkoop. Hij vordert in reconventie vergoeding van zijn proceskosten wegens vermeend misbruik van procesrecht door de vrouw.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man inmiddels voldoende meewerkt aan de verkoop, dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen en dat geen sprake is van misbruik van procesrecht door de vrouw. De vorderingen van beide partijen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vorderingen van beide partijen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.