ECLI:NL:RBLIM:2026:931

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
03/258562-23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk en vuurwapens met overschrijding van de redelijke termijn

Op 28 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk en vuurwapens. De verdachte, bijgestaan door zijn advocaat mr. F.A.G.M. Landerloo, werd op 4 oktober 2023 aangehouden na een afspraak met een pseudoverkoper voor de aankoop van een Glock 19. Tijdens de doorzoekingen in zijn woningen in Stein en Born werden aanzienlijke hoeveelheden drugs en professioneel vuurwerk aangetroffen. De rechtbank achtte de verdachte schuldig aan vijf feiten, waaronder het voorhanden hebben van 2400 stuks Cobra vuurwerk, MDMA, hennep en een alarmpistool. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat invloed had op de strafoplegging. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, en de rechtbank besloot geen geldboete op te leggen. De in beslag genomen goederen, waaronder drugs en wapens, werden onttrokken aan het verkeer, terwijl andere goederen aan de verdachte werden teruggegeven. De rechtbank concludeerde dat de verdachte strafbaar was en dat er geen feiten of omstandigheden waren die zijn strafbaarheid uitsloten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03/258562-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 28 januari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortegegevens] ,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat in Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 januari 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:heeft geprobeerd om een pistool van het merk Glock type 19 voorhanden te krijgen en/of te hebben;
Feit 2:professioneel vuurwerk, te weten 2.400 stuks Cobra, voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen in een woning;
Feit 3:opzettelijk ongeveer 551,7 gram hasjiesj en ongeveer 457,6 gram hennep aanwezig heeft gehad;
Feit 4:opzettelijk ongeveer 41,45 gram MDMA aanwezig heeft gehad;
Feit 5:een alarmpistool, (bijbehorend) patroonmagazijn en vijf knalpatronen voorhanden heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht alle feiten bewezen, mede gelet op de bekennende verklaring van de verdachte.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
De rechtbank volstaat ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, die hieronder zijn vermeld, nu de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw ten aanzien daarvan geen vrijspraak heeft bepleit.
Feit 1
- het proces-verbaal met bijbehorende berichten over de afname van het vuurwapen; [2]
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 2
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein; [3]
- de kennisgeving van inbeslagname van het vuurwerk; [4]
- het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk met bijgevoegd NFI-rapport; [5]
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 3
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein; [6]
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] in Born; [7]
- de kennisgevingen van inbeslagname; [8]
- het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen; [9]
- het proces-verbaal van bevindingen over de ambtshalve herkenning van de hennep en hasjiesj; [10]
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 4
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein; [11]
- de kennisgevingen van inbeslagname; [12]
- de processen-verbaal onderzoek verdovende middelen; [13]
- de NFiDENT-rapporten; [14]
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 5
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] in Born; [15]
- de kennisgevingen van inbeslagname; [16]
- het proces-verbaal over het onderzoek aan het wapen en de munitie; [17]
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 1
in de periode van 18 september 2023 tot en met 4 oktober 2023 te Geleen ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een wapen als bedoeld in categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool van het merk Glock, type 19 zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden te krijgen en/of te hebben,
- telegram en/of whatsapp berichten heeft gestuurd over de afname van het vuurwapen en
- met de verkoper een afspraak heeft gemaakt over de aankoop van een vuurwapen en
- met de verkoper per whatsapp een overeenkomst heeft gesloten om het vuurwapen voor 1860 euro te kopen en
- ter overdracht van het vuurwapen op 4 oktober 2023 is verschenen op een afspraak met de verkoper
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
op 4 oktober 2023 te Stein opzettelijk een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten 2400 stuks Cobra vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen in een woning;
feit 3
op 4 oktober 2023 te Born, gemeente Sittard-Geleen, en/of te Stein opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 551,7 (496+55,7) gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en ongeveer 457,6 (2,4 + 1,6 + 8,1 + 27,5 + 109,6 + 308,4) gram hennep, zijnde hasjiesj en hennep, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
feit 4
op 4 oktober 2023 te Stein opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 41,45 gram MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 5
op 4 oktober 2023 te Born, gemeente Sittard-Geleen, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een alarmpistool en een (bijbehorend) patroonmagazijn voorhanden heeft gehad en munitie van categorie III, te weten vijf knalpatronen van het kaliber 8mm knal voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 1
poging tot handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
feit 2
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
feit 3
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 4
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 5
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 3,5 jaar en tevens een geldboete van 20.000 euro.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging onder andere rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn, het goede verloop van de schorsing van de voorlopige hechtenis, de lage kans op herhaling en het ontbreken van relevante documentatie op het gebied van de Wet Wapens en munitie en de Opiumwet. De raadsvrouw heeft daarom verzocht om te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van gelijke duur als het reeds ondergane voorarrest. Daarbij kan per feit een onvoorwaardelijke taakstraf van 240 uren worden opgelegd. Desgewenst kan ook nog een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.
De raadsvrouw heeft verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bij vonnis op te heffen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft geprobeerd om een vuurwapen te kopen. Met een zogenoemde pseudoverkoper werd door de verdachte, als koper, een afspraak gemaakt om een Glock 19 aan te kopen voor 1860 euro (inclusief munitie). De verdachte verscheen op 4 oktober 2023 op de afgesproken plek voor de Gamma in Geleen en werd daar door een arrestatieteam aangehouden. Wat volgde was een doorzoeking in het ouderlijk huis van de verdachte in Stein en in zijn pas gekochte en in verbouwing zijnde woning in Born. Op beide locaties werden softdrugs aangetroffen met een totale hoeveelheid van ongeveer één kilo. In het ouderlijk huis werd nog eens ongeveer 41,45 gram MDMA aangetroffen en in de aan die woning grenzende garage 2400 stuks Super Cobra’s 6. In de woning in Born werden ook nog een alarmpistool met bijbehorend patroonmagazijn en vijf knalpatronen aangetroffen.
Tegenover de pseudoverkoper gaf de verdachte al een tipje van de sluier over het motief van zijn handelen. De verdachte verklaarde dat hij ‘vooral veel in andere dingen handelde maar inmiddels ook een afzetmarkt had voor vuurwapens’. De verdachte vroeg daarbij aan de pseudoverkoper of zij nog vaker samen zaken konden doen en of hij hem nog meer ‘ijzer’, oftewel vuurwapens, kon leveren. De verdachte had immers op dat moment ‘al 10 stuks die hij zo zou kunnen doorzetten’. De ‘andere dingen’ waarin de verdachte handelde werden aangetroffen in de genoemde woningen: drugs en heel veel illegaal professioneel vuurwerk. De inhoud van de telefoon van de verdachte, waarin vele honderden pagina’s aan gesprekken over de handel in drugs en professioneel vuurwerk werden aangetroffen, spreekt in dit kader boekdelen.
Drugs en de handel daarin leiden, direct of indirect, tot zeer ernstige vormen van geweld en criminaliteit en daarmee tot onveiligheid in de samenleving. Dit geldt ook voor het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Dat ook opslaan van vuurwerk gevaren voor de samenleving oplevert, is algemeen bekend. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat aan consumenten verkocht mag worden. Door 2400 stuks Super Cobra’s 6, welke een explosieve massa hebben van 41,8 gram per stuk, midden in een woonwijk en niet op de voorgeschreven wijze te bewaren heeft de verdachte een buitengewoon gevaarlijke situatie gecreëerd voor de omwonenden, zichzelf en zijn ouders. Bij een ontploffing, bijvoorbeeld in geval van een brand, waren de gevolgen niet te overzien geweest.
De ernst van de feiten rechtvaardigt de oplegging van een gevangenisstraf die in duur het reeds ondergane voorarrest van de verdachte van ongeveer 6 maanden ruimschoots overstijgt. De vraag is of de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding ziet om daar vanaf te wijken.
De reclassering heeft voor het laatst op 2 januari 2026 over de persoon van de verdachte gerapporteerd. Zij ziet iemand die verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen en de kans op herhaling wordt om die reden ingeschat als laag. De rechtbank ziet dit anders. De verdachte heeft weliswaar op enig moment in deze zaak een bekennende verklaring afgelegd, maar hij bekent per saldo alleen de zaken waarin ontkennen geen enkele zin heeft. De vele chats in het dossier duiden erop dat de verdachte al sinds 2020 bezig is met de handel in met name professioneel illegaal vuurwerk en drugs. De verdachte is daar tijdens de zitting kritisch over bevraagd en is telkens gekomen met wisselende verklaringen waarin hij zijn eigen rol bagatelliseert, wijst naar zijn slechte vriendengroep en zijn eigen chatberichten wegwuift als grootspraak. Uit het versluierd taalgebruik in de chats maakt de rechtbank op dat de verdachte heel goed wist dat wat hij deed niet door de beugel kon. De verdachte had ook beter moeten weten na de strafbeschikking die hij in juni 2019 heeft gekregen voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Daarbij geldt ook nog dat de factoren die door de reclassering als beschermend worden gezien, te weten: woning, werk en sociaal netwerk, ook al aanwezig waren voor de bewezenverklaarde feiten en hem niet van zijn criminele gedrag en handelen weerhouden hebben. De rechtbank acht het gevaar op herhaling nog immer hoog en zij ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen bijzonderheden die aanleiding zouden moeten geven om af te zien van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden is overschreden en dat deze overschrijding verdisconteerd moet worden in de strafoplegging. De Hoge Raad heeft in zijn uitleg van de redelijke termijn als uitgangspunt genomen dat de behandeling van een zaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De redelijke termijn is in dit geval aangevangen op het moment waarop de verdachte door de politie als verdachte is aangehouden, te weten 4 oktober 2023. Gelet hierop zou uiterlijk op 4 oktober 2025 vonnis gewezen moeten zijn. De rechtbank wijst dit vonnis op 28 januari 2026. De redelijke termijn is daarmee overschreden met bijna 4 maanden, terwijl van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen niet is gebleken.
De rechtbank heeft gekeken naar straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Indien de redelijke termijn niet was geschonden, had de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 26 maanden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de overschrijding van de redelijke termijn een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden is. De rechtbank acht geen redenen aanwezig om daarnaast een geldboete op te leggen.
De rechtbank heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis ter terechtzitting van 18 juni 2024 verlengd tot de einduitspraak. Uit de bewezenverklaring en de veroordeling volgt dat de rechtbank nog altijd ernstige bezwaren aanwezig acht voor de toepassing van voorlopige hechtenis voor de feiten waarop het bevel tot voorlopige hechtenis is gegrond. Ook de recidivegrond die aan het bevel ten grondslag ligt, is, gelet op hetgeen daarover zojuist is overwogen, nog steeds aanwezig. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, zoals door de raadsvrouw van de verdachte is verzocht. De voorlopige hechtenis zal dus herleven vanaf de datum van de einduitspraak, zijnde vandaag.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

De rechtbank beschouwt de verdovende middelen en de daarmee samenhangende aangetroffen stoffen als een gezamenlijkheid van voorwerpen. Aangezien met betrekking tot die voorwerpen de strafbare feiten onder 3 en 4 zijn begaan en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan is strijd is met de wet, zullen deze voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank zal de inbeslaggenomen verboden wapens eveneens onttrekken aan het verkeer. Deze behoorden toe aan de verdachte en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Daarbij is het bewezenverklaarde onder 5 gedeeltelijk met deze (onderdelen van) wapens en munitie begaan. Het voorhanden hebben van het Karambit mes en de BB gun is niet strafbaar en deze goederen worden daarom aan de verdachte teruggegeven.
Onder de verdachte is tot slot geld in beslag genomen: 2610 euro en 1860 euro. De 1860 euro was bestemd voor de aankoop van het vuurwapen, bewezenverklaard onder feit 1. De rechtbank zal dit geld daarom verbeurd verklaren. De 2610 euro wordt aan de verdachte teruggegeven, nu het strafvorderlijk belang zich hier niet (meer) tegen verzet.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:
  • 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 45 en 57 van het Wetboek van Strafrecht,
  • 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet,
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
  • 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
  • 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, en
  • 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

9.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Beslag
- verklaart verbeurd het in beslag genomen voorwerp:
1860 EUR (G1643744);
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • 1 STK Mes (G1643659);
  • 1 STK Vlindermes (G1643664);
  • 1 BUS Pepperspray (G1643651);
  • 1 GR Verdovende Middelen (G1644886);
  • 93 GR Poeder (G1644891);
  • 6 STK Verdovende middelen (G1644898);
  • 6 GR Poeder (G1644900);
  • 3 GR Poeder (G1644904);
  • ,1 GR Poeder (G1644905);
  • 5 STK Verdovende Middelen (G1644884);
  • 55 GR Verdovende Middelen (G1644889);
  • 1 GR Verdovende Middelen (G1644890);
  • 2 STK Verdovende Middelen (G1644892);
  • 1 STK Wapen (G1643654);
  • 1 STK Patroonhouder (G1643939);
  • 5 STK Munitie (G1643670);
  • 27,5 GR Verdovende Middelen (G1643656);
  • 109,6 GR Verdovende Middelen (G1643657);
  • 308,4 GR Verdovende Middelen (G1643658);
  • 496 GR Verdovende Middelen (G1643666);
  • 1,2 GR Verdovende Middelen (G1643662);
  • 2,2 GR Poeder (G1643663);
- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte:
  • 2610 EUR (G1643880);
  • 1 STK Mes (G1643665);
  • 1 STK Wapen (G1643652).
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J.E. Hamers-Aerts, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en mr. dr. W. Kieboom, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Micheels, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 januari 2026.
Buiten staat
Mr. dr. Kieboom is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
feit 1
hij in of omstreeks de periode van 18 september 2023 tot en met 4 oktober 2023 te Geleen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om wapens als bedoeld in categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool van het merk Glock, type 19 zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden te krijgen en/of te hebben,
- telegram en/of whatsapp berichten heeft gestuurd over de afname van het vuurwapen en/of
- met de verkoper een afspraak heeft gemaakt over de aankoop van een vuurwapen en/of
- met de verkoper per whatsapp een overeenkomst heeft gesloten om het vuurwapen voor 1860 euro te kopen en/of
- ter overdracht van het vuurwapen op 4 oktober 2023 is verschenen op een afspraak met de verkoper”
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Stein, in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten 2400 stuks Cobra vuurwerk, althans een grote hoeveelheid Cobra vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen in een woning;
feit 3
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Born, gemeente Sittard-Geleen en/of te Stein, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 551,7 (496+55,7) gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of ongeveer 457,6 (2,4 + 1,6 + 8,1 + 27,5 + 109,6 + 308,4) gram hennep,
zijnde hasjiesj en/of hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
feit 4
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Stein, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 41,45 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
feit 5
hij op of omstreeks 4 oktober 2023 te Born, gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland
een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een, alarmpistool en/of een (bijbehorend) patroonmagazijn voorhanden heeft gehad en/of
munitie van categorie III, te weten. vijf knalpatronen van het kaliber 8mm knal
voorhanden heeft gehad;

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB3R023107, gesloten op 1 december 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 783.
2.Pagina 24 t/m 32.
3.Pagina 33.
4.Pagina 133.
5.Pagina 44 t/m 58.
6.Pagina 33.
7.Pagina 98.
8.Pagina 140, 152, 153 en 165 t/m 167.
9.Pagina 81 en 82.
10.Pagina 116.
11.Pagina 33.
12.Pagina 140, 150 en 151.
13.Pagina 81 en 86 t/m 88.
14.Pagina 91 t/m 97.
15.Pagina 98.
16.Pagina 159, 161 en 163.
17.Pagina 120 en 121.