3.3Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank volstaat ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, die hieronder zijn vermeld, nu de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw ten aanzien daarvan geen vrijspraak heeft bepleit.
- het proces-verbaal met bijbehorende berichten over de afname van het vuurwapen;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 2
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein;
- de kennisgeving van inbeslagname van het vuurwerk;
- het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk met bijgevoegd NFI-rapport;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 3
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein;
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] in Born;
- de kennisgevingen van inbeslagname;
- het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen;
- het proces-verbaal van bevindingen over de ambtshalve herkenning van de hennep en hasjiesj;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 4
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] in Stein;
- de kennisgevingen van inbeslagname;
- de processen-verbaal onderzoek verdovende middelen;
- de NFiDENT-rapporten;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026;
Feit 5
- het proces-verbaal van bevindingen over de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] in Born;
- de kennisgevingen van inbeslagname;
- het proces-verbaal over het onderzoek aan het wapen en de munitie;
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 januari 2026.