3.2Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair:
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde partij 2] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.15 uur, stopte ik bij het tankstation
genaamd [tankstation] te Echt. Terwijl ik aan het tanken was, viel mij een voertuig op welke links van mij stil stond ter hoogte van de buitenste pomp, aan de binnenzijde.
Ik zag dat dit voertuig een personenauto was, merk Chrysler, type Voyager voorzien
van een Frans kentekenplaat.
Na het afrekenen liep ik het tankstation uit. Terwijl ik naar buiten liep, zag ik dat de
bestuurder van de Chrysler zijn voertuig schuin naar de parkeerplaatsen voor het
tankstation stuurde. Hij had daarvoor twee parkeerplekken nodig. Vervolgens zag ik
dat de bestuurder zijn Chrysler achteruit zette en terug reed in de richting van waar
hij eerder vandaan kwam. Hij sloeg rechtsaf de toe rit richting de A2 op. Ik zag dat
de bestuurder bij het insturen van deze toe rit met de rechterachterwielen over het
trottoir van het tankstation reed.
Door voornoemd (rij)gedrag werd mijn interesse in dit voertuig en de inzittenden
getriggerd. Ik wilde dit voertuig volgen om te zien hoe het rijgedrag van de
bestuurder was.
Ik stapte in mijn dienstvoertuig en volgde genoemde Chrysler via de toe rit van het
tankstation de A2 op in Noordelijke richting. Terwijl ik de toe rit opreed, zag ik
dat de voornoemde Chrysler, ongeveer 100 meter voor mij reed, met zijn verlichting
uit.
Het viel me op dat de Chrysler het ene moment met 140 kilometer per uur over de A2 reed, en het andere moment weer terugzakte naar 80 kilometer per uur. Ik paste mijn snelheid hierop aan en bleef het voertuig op veilige afstand volgen. Ik zag dat het voertuig soms verlichting voerde en soms niet. Ik zag dat het voertuig soms gevarenlichten voerde en soms niet. Ik zag dat het voertuig diverse keren slingerend over de A2 reed, half over rijstrook 1 en dan weer terug naar rijstrook 2, terwijl er geen overig verkeer reed om in te halen.
Ik was voornemens om de Chrysler een stopteken te geven. Ik belde mijn collega's van
het bureau Echt om aan te sluiten. Zij gaven aan dat zij nog op het politiebureau van Echt waren en dat het even zou duren voordat zij konden aansluiten. Gezien het
vorenstaande gaf ik mijn bevindingen aan het Operationeel Centrum door en hoorde dat er meerdere voertuigen aangestuurd werden, maar van [naam 10] moesten komen. Ik las het kenteken van het voertuig, zijnde [kenteken] .
Ter hoogte van afrit Ittervoort, nam de Chrysler de afrit. Bovenaan de afrit reed de
Chrysler door het rode verkeerslicht. Ik zag dat de bestuurder rechtdoor reed,
vervolgens naar rechts stuurde en uiteindelijk naar links stuurde de N273 op in de
richting van Maaseik.
Op het moment dat de bestuurder door het rode verkeerslicht reed, zette ik mijn
stoptransparant aan de voorzijde van mijn dienstvoertuig aan. Ik zette het optische blauwe licht van mijn dienstvoertuig aan om de bestuurder extra erop te attenderen dat hij moest stoppen en dat de politie achter hem reed.
Op de Concordialaan te Ittervoort, zag ik dat de bestuurder zijn lichten doofde. Ik zag dat de snelheid van het voertuig wisselde van 30-, 40 kilometer per uur naar 60- a 70 kilometer per uur.
De Chrysler reed linksaf via de Maubroekstraat de bebouwde kom van Neeritter in. Hij bleef rijden met gedoofde lichten, met snelheden van ongeveer 50 kilometer per uur. Hij reed via de Maubroekstraat, de Driessenstraat, Ringstraat, De Wal, Op den Heuvel het Zilleveld in.
Ik zag aan het einde van het Zilleveld blauwe lichten afkomstig van een politievoertuig. Ik zag dat de Chrysler geen kant op kon en tussen het andere
politievoertuig en mijn politievoertuig in kwam te staan. Ik zag dat de Chrysler probeerde te keren op de weg. Ik zag dat het achterste politievoertuig in de richting van de Chrysler reed. Ik reed dichter naar de Chrysler toe, ten einde hem de weg te versperren. De Chrysler stond dwars over de rijbaan en ik stond met de voorzijde van mijn politievoertuig ongeveer een meter van deze Chrysler vandaan. Ik opende mijn
bestuurdersportier, ten einde de bestuurder aan te houden. Op het moment dat ik mijn
bestuurdersportier opende en mijn linkerbeen buiten de auto bracht om uit te kunnen
stappen, zag ik dat de bestuurder van de Chrysler naar links stuurde en zijn Chrysler
tegen de linker voorzijde van mijn politievoertuig zette. Ik zette mijn linkerbeen
tegen het linker portier van mijn dienstvoertuig aan ten einde het portier open te
kunnen houden. Ik hoorde dat de bestuurder van de Chrysler meer gas gaf en zag dat de Chrysler steeds verder tegen mijn portier aan reed. Ik voelde de druk van de Chrysler tegen het portier en tegen mijn linkerbeen oplopen. Ik hoorde via de portofoon mijn collega [naam 3] , bestuurder van het andere politievoertuig zeggen, " [benadeelde partij 2] niet uitstappen". Ik voelde dat de druk van de Chrysler tegen mijn portier zo groot werd dat ik voelde dat ik mijn been in moest trekken om zo mogelijk letsel bij mezelf te voorkomen. Net toen ik mijn been introk, gaf de bestuurder van de Chrysler gas bij en reed mijn portier dicht waardoor hij zijn vluchtweg vrij maakte en zijn weg verder kon vervolgen.
Ik realiseer me nu dat indien mijn collega [naam 3] niet tegen mij geroepen had: " [benadeelde partij 2]
niet uitstappen." en ik de keuze had gemaakt om toch uit te stappen, dit mij mijn
been of nog erger had kunnen kosten. Ik wil niet nadenken over wat er allemaal nog meer had kunnen gebeuren. Terwijl de bestuurder gas bij gaf en mijn portier dichtreed keek hij mij zeer intens en doordringend aan. Het leek alsof hij geen boodschap aan mij had, maar enkel oog had voor zichzelf en zijn vluchtweg. Ik voel mij hierdoor bedreigd en krijg rillingen als ik hier aan terug denk.
Via de portofoon hoorde ik dat de achtervolging verder ging via Thorn. Ik ben zelf
niet meer aangesloten bij deze achtervolging.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 3] en [naam 4] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 03.20 uur, hoorden wij dat collega [benadeelde partij 2] ,
achter een Frans voertuig aanreed op de A2 in Noordelijke richting.
Toen wij bij waren getrokken werden wij door de dienstdoende centralist van het
operationeel centrum gepositioneerd op de kruising Ringstraat/Zilleveld. Wij zagen
een voertuig met gedoofde lichten op ons af komen waarna ik, verbalisant [naam 3] , ons
voertuig midden op Zilleveld neerzette ter hoogte van perceelnummer 2 om de weg te
blokkeren. Wij zagen dat het voertuig met gedoofde verlichting probeerde te keren en
dwars op de weg kwam te staan. Ik, verbalisant [naam 3] , reed het dienstvoertuig met zeer
langzame snelheid tegen de bijrijderszijde van het voertuig. Ik, verbalisant [naam 4] ,
stapte uit en trok mijn stroomstootwapen in de richting van de bijrijder. Ik, verbalisant [naam 4] , zag dat er twee personen in het voertuig zaten. Ik, verbalisant [naam 4] , zag dat de bijrijder zijn middelvinger naar mij opstak.
Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , zagen dat het voertuig zich langs het voertuig
van collega [benadeelde partij 2] probeerde te manoeuvreren. Wij hoorden dat de banden van het
voertuig met de gedoofde lichten hard piepten en zagen rook van de achterwielen
afkomen. Wij hoorden dat de bestuurder van het genoemde voertuig hard het gaspedaal intrapte. Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , riepen met luide stem en over onze portofoons naar collega [benadeelde partij 2] dat zij niet moest uitstappen omdat zij anders
overreden zou kunnen worden door het genoemde voertuig.
Wij, verbalisanten [naam 3] en [naam 4] , zagen dat het voertuig langs het dienstvoertuig
van collega [benadeelde partij 2] was en wegreed.
Wij zette de achtervolging voort en waren op dat moment het eerst volgende voertuig. Wij zette de stoptransparant aan de voorzijde van ons dienstvoertuig en de optische en geluidssignalen aan. Wij zagen dat het voertuig nog steeds geen verlichting voerde.
Wij zagen dat het voertuig rakelings langs geparkeerde auto's afreed. Wij zagen dat het voertuig linksaf de Driessenstraat in reed in de richting van Ittervoort. Het voertuig bleef rechtdoor zijn weg vervolgen over de Margarethastraat richting Thorn. Wij zagen dat het voertuig bij de kruising met de N273 al spookrijdend de kruising opreed en licht boog naar links. Wij zagen dat het voertuig vervolgens rechtdoor de Thornerstraat inreed. Ons voertuig werd op de kruising ingehaald door een ander dienstvoertuig waarna wij als tweede voertuig aansloten.
Wij zagen dat het voertuig rechtdoor Meers opreed en ter hoogte van het woonwagenkamp abrupt remde. Terwijl het voertuig abrupt remde, reed het voertuig over een deel van de groenstrook naar het fietspad gelegen aan de kant van het woonwagenkamp. Vervolgens stuurde het voertuig naar links waardoor het voertuig met de voorkant in de tegengestelde richting kwam te staan. Hierna reed het voertuig het fietspad op aan de andere kant van de weg. Wij zagen het voertuig frontaal op het dienstvoertuig van de landelijke eenheid gebotst was. Ik, verbalisant [naam 4] , rende uit ons dienstvoertuig en zag dat er rook onder beide motorkappen van de gebotste voertuigen vandaan kwam.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [benadeelde partij 1] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.20 uur, hoorde ik via het Operationeel
Centrum van Limburg dat er een achtervolging gaande was in Ittervoort. Ik bevond mij op dat moment in Venlo, maar gezien ik in een Snel Interventie Voertuig (SIV) reed besloot ik richting Ittervoort te rijden om te assisteren bij de achtervolging. Ik
ben een gecertificeerde SIV bestuurder. Ik ben getraind om in te boxen. Dit is een
aangeleerde methode om voertuigen tot stoppen te dwingen. Ik heb veel ervaring met
betrekking tot achtervolgingen. Ik hoorde de collega's via het Operationeel Centrum
zeggen dat ze achter een zwart voertuig aan zaten, met een Frans kenteken [kenteken] .
Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.35 uur, reed ik op de Eind in Thorn. Ik zag de collega's en het vluchtende voertuig op de Meers in Thorn rijden, in de richting
van Wessem. Ik sloot achter de achtervolgende collega's aan. Ik gaf via mijn portofoon door aan de rest van de collega's dat ik hen in kwam halen omdat ik in de
SIV reed. Ik haalde meerdere achtervolgende collega's in op de Meers in Thorn. Ik zag dat het vluchtende voertuig, een zwarte Chrysler, besloot te keren. Ik zag dat de
bestuurder van de Chrysler het fietspad op reed en terugreed in de richting van Thorn. Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler over het fietspad bleef rijden.
Ik reed met mijn dienstvoertuig het fietspad op om de Chrysler te blokken, hier met de
gedachte dat de bestuurder van de Chrysler nu wel zou stoppen. Ik besloot deze actie in te zetten, omdat ik niet meer wilde dat het verder zou escaleren en dat er geen collega's gewond zouden raken. Ik remde en minderde snelheid op het fietspad. Ik zag
dat de bestuurder van de Chrysler door bleef rijden en recht op mij af kwam. Ik zag
en voelde dat ik op dit moment geen kant meer op kon. Ik zag het gezicht van de
bestuurder van de Chrysler. Ik zag dat hij met een staal gezicht door bleef rijden. Ik zag dat de verdachte ontzettend grote ogen had.
Ik zette mij schrap omdat ik wist dat de bestuurder van de Chrysler door bleef rijden en ik niet weg kon komen. Ik zag geen mogelijkheid meer om een botsing te voorkomen of om te vluchten. Ik zag en voelde dat de Chrysler enorm hard op mijn dienstvoertuig klapte. Ik voelde een harde klap en klapte met mijn gezicht tegen de airbag van mijn
dienstvoertuig aan. Ik voelde op dat moment direct pijn aan mijn neus. Ik voelde mij
na de klap een beetje draaierig. Ik zat enkele seconden in shock in mijn voertuig.
Ik kan me herinneren dat ik veel snelheid minderde voor de klap. Ik stond voor mijn gevoel bijna stil voor de klap.
Ik stapte uit het voertuig en ik zag dat de overige collega's de verdachten hadden aangehouden. Ik zag dat mijn dienstvoertuig en de Chevrolet begonnen te branden.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [naam 5] en [naam 6] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 03.20 uur, hoorden wij via de Operationele
meldkamer dat collega [benadeelde partij 2] een voertuig trachtte te controleren, maar dit voertuig negeerde het gegeven stopteken. Wij hoorden dat er vervolgens een achtervolging ontstond met dit Franse voertuig met kenteken [kenteken] in de omgeving van Ittervoort en Neeritter. Er werden meerdere eenheden gekoppeld. Wij, 1503 werden
tevens gekoppeld aan dit incident.
Hierop reden wij in de richting van Neeritter. In Neeritter ter hoogte van de Luciastraat hoorden en zagen wij [naam 6] en [naam 5] , een drietal politieauto's met het Franse voertuig rijden in de richting van Margarethastraat te Ittervoort. De opvallende politieauto's inclusief wijzelf reden met optische en geluidsignalen.
Wij zagen dat het Franse voertuig reed met gedimde lichten.
Wij sloten hierop aan en achtervolgde het Franse voertuig samen met de andere
opvallende politieauto's. Wij reden als laatste auto in de rij. Onze snelheid en dus de snelheid van de andere voertuigen bleef tijdens de achtervolging rond de 70 kilometer per uur.
Wij zagen dat het Franse voertuig ons probeerde te ontkomen door op de tegengestelde rijbaan te gaan rijden. In Thorn reden wij nog een rondje door Thorn via Trippaardstraat, Casino, en vervolgens naar Meers in de richting van Wessem. Wij zagen dat het Franse voertuig ter hoogte van het huisnummer 24 het voertuig via de rechterzijde van de rijbaan over het fietspad aan de rechterzijde van de weg reed. Kort daarop zagen wij dat dit voertuig ineens overstak naar de linker rijbaan en het voertuig keerde weer terug in de richting van Thorn. Ondanks dat het voertuig deze manoeuvre maakte was de snelheid van het Franse voertuig ongeveer 40 a 50 kilometer per uur.
Ik [naam 5] , stuurde onze politieauto in de richting van de Franse auto. Ik zag dat het Franse voertuig aan ons probeerde te ontkomen. Wij zagen dat het voertuig van ons vandaan probeerde te rijden weer terug in de richting van Thorn. Hierop reed ik, [naam 5] met onze politieauto tegen de linkerzijkant van de Franse auto aan. Dit deed ik met de bedoeling om het Franse voertuig te doen laten stoppen. Wij zagen dat het voertuig vervolgens verder reed.
Ik , [naam 6] zag dat het voertuig met de voorzijde tegen het voertuig van de
Landelijke Eenheid aanreed. Ik, [naam 6] zag dat door deze aanrijding beide voertuigen tot stilstand kwamen. Ik, [naam 6] , zag dat het voertuig van de landelijke eenheid bijna stil stond ten tijde van de aanrijding met het Franse voertuig.
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 8] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 14.00 uur, was ik, verbalisant [naam 8] ,
belast met het onderzoek in een in beslag genomen voertuig, naar aanleiding van een
poging doodslag.
Ik zag dat aan de linkerkant van de kentekenplaat de landcode F stond. Ik zag dat er iets handmatig aan het kenteken was aangepast. Ik zag dat er een zwart horizontaal plakkertje in de '0' van het kenteken zat. Hierdoor leek het alsof het kenteken [kenteken] betrof. Dit kenteken was afgegeven voor een Renault Clio. Zonder het horizontale plakkertje betrof het kenteken [kenteken] . Ik bevroeg dit kenteken in het politiesysteem en zag dat dit kenteken voor een Chrysler, type Grand Voyager, was afgegeven.
In het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse (VOA) staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
Voertuig 1
Merk: Chrysler
Type: Grand Voyager
Kenteken: [kenteken] (Frans)
In verband met het onderzoek heb ik, op 13 november 2023, veiliggesteld uit de in beslag genomen Chrysler:
een Airbag Controle Module nrT12JF25970074Fa
Ik beoordeel het event geregistreerd door de ACM als passend bij de voertuigbewegingen en de schade aan de voorzijde van de Chrysler. Bij een indicatieve berekening van de afstand die werd afgelegd in de laatste 5 seconden voor de botsing waarbij een gemiddelde snelheid van 18 kilometer per uur werd aangenomen, zijnde 5 meter per seconde werd er in totaal ongeveer 25 meter afgelegd.
Toedracht oorzaak en gevolg:
De bestuurder van de Chrysler remde af op het fietspad rechts van de Meers en stuurde naar links om de rijbaan over te steken en via het fietspad links van de Meers in de richting van Thorn te gaan. Hierbij gaf de bestuurder van de Chrysler merendeels vol gas, waarbij de ESP gezien de krappe bochtstraal en de beperkte grip van de banden in de berm ingreep. De Chrysler reed op het moment van de botsing met ongeveer 18 kilometer per uur.
Namens [tankstation] heeft [naam 9] aangifte gedaan en zakelijk weergegeven het volgende verklaard:
Ik doe aangifte van tanken zonder te betalen (diefstal) gepleegd bij de [tankstation] gelegen aan de A2 in Echt. Dit heeft plaats gevonden op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 03:14 uur.
Op zaterdag 4 november 2023 omstreeks 15:00 uur werd een medewerkster van het
tankstation gebeld door de politie met de mededeling dat zij bezig waren met een
onderzoek en dat er in de loop van die nacht mogelijk getankt zou zijn zonder te
betalen. Het voertuig zou een Frans kenteken voeren welke vermoedelijk vervalst zou
zijn. Dit bleek na controle ook te kloppen. Die nacht, zaterdag 4 november 2023, is er één voertuig geweest welke om 03:14 uur voor een bedrag aan 148,49 euro aan diesel heeft getankt en vervolgens het tankstation heeft verlaten zonder te betalen. Dit betrof een zwarte personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] . Het tanken vond plaats bij pomp 2.
Op de [naam 11] getuigenverklaring doorrijder (bijlage 1 bij aangifte [naam 9] ) staat zakelijk weergegeven het volgende vermeld:
Kenteken: [kenteken]
Is de persoon aan de kassa geweest? Nee
Heeft de klant gemeld aan de kassa dat hij/zij getankt heeft? Nee
Bedrag incl. BTW €148,49
Datum 04-11-2023
Tijdstip 03:20
Brandstof Diesel
Liters 72,47
In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 10] staat zakelijk weergegeven het volgende gerelateerd:
De verdachte [verdachte] werd na een achtervolging, waarin hij optrad als bestuurder van een Chrysler Voyager, voorzien van het vervalste Franse kenteken [kenteken] , aangehouden nadat er een opzettelijke aanrijding had plaats gevonden met een dienstvoertuig van de politie.
Tijdens het verhoor verklaarde [verdachte] dat hij bij tankstation [tankstation] aan de A2 in Echt getankt had, maar op dat moment geen middelen had om te betalen.
Naar aanleiding van voorstaande bevindingen nam ik, verbalisant [naam 10] , op zaterdag 4 november 2023, omstreeks 15:00 uur, telefonisch contact op met de [tankstation] . Desgevraagd deelde een medewerkster mij mede dat er die afgelopen nacht, omstreeks 03:14 uur, een voertuig had getankt zonder te betalen. Dit betrof een zwarte personenauto voorzien van het kenteken [kenteken] welke voor een bedrag van 148,49 euro aan diesel had getankt. Hierop vorderde ik mondeling de
betreffende camerabeelden van het tankstation ten behoeve van het onderzoek.
Op zondag 5 november 2023, omstreeks 15:30 uur, ben ik gestart met het uitkijken en het beschrijven van de gevorderde camerabeelden. Ik zag dat er van één camera beelden waren verstrekt beginnend op 04-11-2023 te 03.06 uur en eindigend op 04-11-2023 te 03:29 uur welke daadwerkelijke (lokale) tijd betrof.Ik zag dat op 04-11-2023 omstreeks 03:08 uur de eerder in dit proces-verbaal genoemde Chrysler aan kwam rijden en stopte bij een bezinepomp van het tankstation. Ik zag dat de bestuurdersportier geopend werd en dat een persoon enige meters van zijn voertuig wegliep. Ik zag dat hij naar de rechterachterzijde van de personenauto liep en ging tanken.Ik zag dat de bestuurder van de Chrysler vervolgens in zijn auto stapte.Ik zag dat de Chrysler vervolgens wegreed.Ik zag dat de Chrysler doorreed waarbij deze rechts uit beeld verdween van de camera.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, waarop het, gelet op zijn inhoud, betrekking heeft.
De bewijsmotivering ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair
Aan de hand van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte in de nacht van 4 november 2023 gedrag vertoonde bij het tankstation in Echt wat de aandacht trok van verbalisant [benadeelde partij 2] , die op dat moment daar aan het tanken was. Zij reed achter hem aan en zag dat hij afwisselend (te) hard en langzaam reed, wisselende verlichting voerde en slingerde. Zij alarmeerde collega’s en probeerde de auto te laten stoppen via blauwe lichten en het stoptransparant. De verdachte ging er toen vandoor, waarbij hij wederom gevaarlijk rijgedrag vertoonde. Hij slingerde over de weg, reed door rood, doofde zijn lichten en wisselde steeds tussen snelheden. Op het Zilleveld kwam de verdachte klem te staan tussen de politieauto van [naam 4] en [naam 3] . Verbalisant [benadeelde partij 2] stapt gedeeltelijk uit haar auto om de verdachte aan te houden. De verdachte gaf toen gas en probeerde om langs het voertuig van [benadeelde partij 2] te rijden. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte verbalisant [benadeelde partij 2] gezien moet hebben en haar moet hebben herkend als zijnde verbalisant. Hij werd immers al een hele tijd daarvoor achtervolgd door [benadeelde partij 2] met een stopteken en de optische blauwe lichten aan. De verdachte koos ervoor toch door te rijden en daarbij tegen het portier van het dienstvoertuig te rijden waar [benadeelde partij 2] zich bevond. [benadeelde partij 2] is net op tijd terug in haar auto gestapt. Als zij dit niet had gedaan, had zij (zeer) ernstig letsel kunnen hebben opgelopen door het handelen van de verdachte, omdat de verdachte dan – door met zijn voertuig tegen de deur van haar voertuig te rijden – [benadeelde partij 2] klemgereden zou hebben tussen haar deur en de rest van haar voertuig. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor sprake is van een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel
De achtervolging heeft zich vervolgens voortgezet, waarbij verbalisant [benadeelde partij 1] is aangesloten in zijn SIV. Hij haalde de andere dienstvoertuigen in die achter de verdachte aanreden. De verdachte draaide op een gegeven moment zijn voertuig om over het gras naar het nabijgelegen fietspad en reed daarbij terug, in tegengestelde richting van de verbalisanten. [benadeelde partij 1] besloot het fietspad op te rijden om de verdachte zo tegemoet te komen en hem tot stoppen te dwingen. De verdachte gaf echter gas en bleef doorrijden recht op [benadeelde partij 1] af. De verdachte botste met het voertuig van [benadeelde partij 1] wat resulteerde in een flinke klap waarbij beide voertuigen in brand vlogen. Ondanks dat de verdachte blijkens de VOA op het moment van de daadwerkelijke botsing met de SIV ongeveer 18 kilometer per uur reed, is de rechtbank van oordeel dat er een aanmerkelijke kans bestond dat door de botsing aan [benadeelde partij 1] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht. De rechtbank betrekt hierbij dat een botsing ook bij een dusdanige snelheid een grote impact kan hebben. Zeker in deze situatie, waarbij de verdachte kort voor de botsing aanzienlijk harder gereden heeft, zo blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [naam 5] en [naam 6] .
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte in beide situaties ook de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijke letsel aan [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] bewust heeft aanvaard. Uit het hele rijgedrag van de verdachte, vanaf het moment dat [benadeelde partij 2] hem wilde laten stoppen, blijkt dat hij slechts één doel had: vluchten en uit handen blijven van de politie. Tijdens de gehele achtervolging heeft de verdachte verkeersovertredingen begaan, om maar weg te kunnen komen, waarbij hij op geen enkel moment rekening heeft gehouden met eventueel gevaar voor andere weggebruikers.
Tenslotte merkt de rechtbank nog op dat beide verbalisanten [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] ten tijde van de incidenten werkzaam waren als agenten en in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.
De rechtbank acht gelet op bovenstaande feit 1 primair en feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen.
De bewijsoverweging ten aanzien van feit 3 primair
Uit de aangifte en de camerabeelden blijkt dat de verdachte bij het tankstation in Echt heeft getankt en de getankte diesel niet heeft betaald. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wel heeft geprobeerd te betalen, maar dat zijn pas geblokkeerd was. De verdachte zou zijn broer hebben gebeld en zou bij hem cash-geld gaan halen om daarna terug te komen om te betalen.
Evenals de officier van justitie acht de rechtbank verdachtes verklaring dat hij geld wilde gaan halen bij zijn broer en dan terug zou komen om te betalen ongeloofwaardig, omdat hij dit voornemen in de bewuste nacht op geen enkele manier kenbaar heeft gemaakt, noch dit anderszins later aannemelijk heeft gemaakt.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat wel kan worden vastgesteld dat de verdachte geen enkele poging heeft gedaan om te betalen. De rechtbank betrekt hierbij dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij een tankstation met een winkel/betaalruimte erbij (zoals hier aan de orde) op twee manieren kan betalen. De eerste manier is via een betaalpaal bij de pomp. Daarbij dient vóór het tanken een (werkende) bankpas in de paal te worden ingevoerd. Alleen als die werkt en er voldoende saldo op staat, kan worden getankt. Nu de verdachte niet heeft betaald, kan hij deze manier niet hebben gebruikt. Dan blijkt alleen de tweede manier over. Dat is eerst tanken en daarna binnen afrekenen. Dit betekent dat de verdachte dus heeft getankt en daarna zonder naar binnen te gaan (en zonder te betalen) is weggereden. De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte het oogmerk had de diesel zich wederrechtelijk toe te eigenen en acht feit 3 primair wettig en overtuigend bewezen is.