De burgemeester van Heerlen legde op 10 december 2025 een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden wegens exploitatie van een illegale seksinrichting. Dit volgde op een proces-verbaal van 7 november 2025 waarin medewerkers van de Afdeling Vreemdelingen, Identiteit en Mensenhandel constateerden dat twee vrouwen seksuele diensten aanboden vanuit de woning.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 januari 2026 en oordeelde dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker niet in de woning woont. De woning behoort tot de persoonlijke levenssfeer en sluiting vereist een wettelijke grondslag die hier niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter gaf verzoeker het voordeel van de twijfel en schorstte het besluit tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en staat geen hoger beroep toe.