ECLI:NL:RBLIM:2026:94

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
11793540 \ CV EXPL 25-3138
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 4 BWArt. 7:17 BWArt. 7:22 lid 1 BWArt. 7:22 lid 2 BWArt. 7:22 lid 5 sub b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst tuinkamer wegens niet-nakoming en gebreken

Partijen sloten op 9 februari 2023 een overeenkomst voor levering en plaatsing van een tuinkamer. Na aanvang van de werkzaamheden ontstonden diverse gebreken aan de vloer, het dak, de schuifdeuren en andere onderdelen. Ondanks meerdere herstelpogingen door de aannemer en een deskundige, bleven de problemen bestaan en verergeren.

De eiseres ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 18 oktober 2024 wegens niet-nakoming. De gedaagde betwistte de ontbinding en wilde de gebreken herstellen, maar de rechtbank oordeelde dat de herstelpogingen onvoldoende waren en dat de tuinkamer niet aan de overeenkomst voldeed.

De rechtbank vernietigde ook onredelijke bedingen uit de algemene voorwaarden die de aansprakelijkheid beperkten. De ontbinding werd gegrond verklaard, waarbij de gedaagde werd veroordeeld tot terugbetaling van de koopsom, vergoeding van schade en kosten, en verwijdering van de tuinkamer binnen vier weken. Tevens werden proceskosten en wettelijke rente toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank ontbindt de koopovereenkomst en veroordeelt de gedaagde tot terugbetaling, schadevergoeding, verwijdering van de tuinkamer en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11793540 \ CV EXPL 25-3138
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R.C. Breuls,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOUTBEREIDING EN HANDESLSMAATSCHAPPIJ BEATRIX B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Vlodrop,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Beatrix Hout,
gemachtigde: mr.drs. C.M.J.E.P. Meerts.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 september 2025
- de descente en mondelinge behandeling van 20 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben op 9 februari 2023 een overeenkomst gesloten tot het leveren en plaatsen van een tuinkamer voor de prijs van € 51.000,00.
2.2.
Op 14 februari 2023 heeft [eiseres] een bedrag van € 25.000,00 aan Beatrix Hout betaald.
2.3.
Op 14 maart 2023 zijn de werkzaamheden aangevangen en is door de [firma 1] (hierna: [firma 1] ), in opdracht van Beatrix Hout, de betonvloer ten behoeve van de vloer gestort. [eiseres] heeft nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd geklaagd bij Beatrix Hout over vlekken, te weinig beton, en een ruwe egalisatie laag van de binnenvloer. [firma 1] heeft naar aanleiding van de klachten herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Op 25 maart 2023 heeft [eiseres] per e-mail aan Beatrix Hout laten weten niet tevreden te zijn met het door [firma 1] geleverde werk.
2.4.
Op 28 maart 2023 heeft [eiseres] € 12.750,00 aan Beatrix Hout betaald.
2.5.
Beatrix Hout is op 29 maart 2023 gestart met de opbouw van de tuinkamer. Bij deze werkzaamheden is een houten paal beschadigd. Deze paal is door Beatrix Hout opgeschuurd.
2.6.
Op 20 april 2023 heeft [eiseres] bij Beatrix Hout aangegeven niet tevreden te zijn over de vloer. Beatrix Hout heeft [firma 1] de vloer laten bijwerken.
2.7.
[eiseres] heeft op 1 mei 2023 per e-mail bij Beatrix Hout een lekkage aan de regenpijp gemeld aan de buitenzijde van de tuinkamer. De regenpijp is op 15 mei 2023 door Beatrix Hout gerepareerd.
2.8.
Op 7 mei 2023 heeft [eiseres] € 5.100,00 betaald aan Beatrix Hout.
2.9.
Op 16 mei 2023 heeft [eiseres] via Whatsapp geklaagd bij Beatrix Hout over het uitstellen van de schilderwerkzaamheden omdat de vloer nog niet gereed was.
2.10.
Op 22 mei 2023 heeft [eiseres] bij Beatrix Hout gemeld dat de plafondplanken van de oversteek aan de buitenzijde van de tuinkamer aan het uitzetten waren en het plafond daardoor golft. Ook heeft [eiseres] gemeld dat een de eikenhouten paal rechtsvoor beschadigd is. Twee dagen later heeft Beatrix Hout herstelwerkzaamheden aan het plafond verricht en gepoogd de beschadiging aan de paal weg te schaven. De beschadiging is na de werkzaamheden nog zichtbaar.
2.11.
Op 4 juni 2023 heeft [eiseres] de laatste termijn van € 7.650,00 aan Beatrix Hout voldaan.
2.12.
Op 15 augustus 2023 heeft [eiseres] bij Beatrix Hout per e-mail melding gemaakt van een probleem. Op 28 september 2023 meldt [eiseres] aan Beatrix Hout een extra natte plek in de vloer en een lekkage in het plafond. Op 6 oktober 2023 zijn er werkzaamheden uitgevoerd naar aanleiding van deze klachten. [eiseres] heeft vervolgens aan Beatrix Hout op 20 oktober 2023 laten weten dat het plafond droog lijkt maar de vloer weer verschillende vochtvlekken vertoont.
2.13.
Op 30 oktober 2023 heeft [eiseres] via Whatsapp aan Beatrix Hout laten weten dat de plafondplaten in het plafond aan de binnenzijde van de tuinkamer aan het uitzetten waren en plafond daardoor golft en kraakt.
2.14.
Op 15 november 2023 heeft [eiseres] aan Beatrix Hout via Whatsapp laten weten dat de vloer nog steeds nat is en het plafond golft.
2.15.
Op 27 november 2023 heeft Beatrix Hout samen met [firma 1] en de architect van [eiseres] de situatie ter plaatse bekeken. Naar aanleiding van dit bezoek zijn er L-profielen langs de kozijnranden geplaatst op 14 december 2023.
2.16.
Op 20 december 2023 is er opnieuw een lekkage aan het plafond op dezelfde plek als waar het eerder lekte. Naar aanleiding van deze lekkage is door Beatrix Hout het hele dak vervangen.
2.17.
Op 7 februari 2024 zijn Beatrix Hout, [firma 1] en [persoon 1] van de [firma 2] de situatie ter plaatse komen bekijken. Afgesproken werd de poeren te impregneren zodra de weersomstandigheden dit toelaten. Tijdens het bezoek blijken de glazen schuifdeuren niet meer te functioneren. Het niet functioneren van de schuifdeuren wordt op 11 maart 2024 door Beatrix Hout opgelost waarbij beschadigingen aan het kozijn ontstaan.
2.18.
Op 17 mei 2024 heeft de gemachtigde van [eiseres] een brief aan Beatrix Hout geschreven waarin wordt gemeld dat er nog steeds onopgeloste problemen zijn met betrekking tot de tuinkamer. [eiseres] stelt daarom voor de heer [persoon 2] van [bedrijf] (hierna: [persoon 2] ) in te schakelen om de situatie te beoordelen.
2.19.
Op 11 juni 2024 wordt de tuinkamer door [persoon 2] bij het bijzijn van [eiseres] en Beatrix Hout geïnspecteerd. [persoon 2] deelt zijn bevindingen met partijen per e-mail van 11 juni 2024.
2.20.
Op 17 juni 2024 heeft Beatrix Hout een oplossing toegezegd voor de door [persoon 2] geconstateerde punten.
2.21.
Op 22 juli 2024 heeft [eiseres] opnieuw een melding gemaakt van een vochtige vloer.
2.22.
Op 12 augustus 2024 worden er vervolgens herstelwerkzaamheden door Beatrix Hout uitgevoerd. Beatrix Hout bericht [eiseres] en [persoon 2] een dag later dat alles conform afspraak is verricht. [persoon 2] stelt hierop aan partijen voor de resultaten af te wachten en vraagt [eiseres] of de vloer naar tevredenheid hersteld is.
2.23.
[eiseres] laat [persoon 2] en op 15 augustus 2024 ook Beatrix Hout en [firma 1] weten dat de vloer niet is geschuurd, maar is geborsteld. Op 20 augustus 2024 laat [firma 1] aan [eiseres] weten op maandag 26 augustus 2024 alsnog de herstelwerkzaamheden aan de vloer uit te zullen voeren.
2.24.
[firma 1] verschijnt niet bij [eiseres] op 26 augustus 2024. Die dag is wel [persoon 2] bij [eiseres] aanwezig. [persoon 2] constateert die dag dat de schuifdeuren als gevolg van het doorbuigen van het dak niet functioneren. Op 3 september 2024 deelt [persoon 2] zijn bevindingen per e-mail met [eiseres] en Beatrix Hout.
2.25.
Op 7 oktober 2024 worden er wederom werkzaamheden aan de vloer verricht door [firma 1] in de aanwezigheid van [persoon 2] . Per e-mail laat [persoon 2] die dag aan Beatrix Hout weten dat de vloer geborsteld is en de witte uitbloei in de poriën van de vloer zichtbaar blijft en ditzelfde geldt voor de donkere vlekken. Ook deelt [persoon 2] het vermoeden dat er nog steeds water binnen komt.
2.26.
Op 10 oktober 2024 doet Beatrix een voorstel voor herstel van de doorbuiging van het dak. [persoon 2] laat per e-mail weten dat op basis van de door Beatrix Hout toegezonden stukken niet beoordeeld kan worden of dit een passende oplossing is. Een berekening van Beatrix Hout zou noodzakelijk zijn.
2.27.
In de periode daarna nemen de vochtproblemen verder toe. Bij regenval dringt water binnen en zijn er vochtplekken in de vloer.
2.28.
Op 18 oktober 2024 ontbindt [eiseres] de overeenkomst door middel van een aangetekende brief. In deze brief verzoekt [eiseres] het betaalde bedrag van € 51.000,00 te restitueren, het geleverde op te halen en schade te vergoeden.
2.29.
Beatrix Hout geeft geen gehoor aan de sommaties van [eiseres] .
2.30.
[eiseres] heeft [persoon 2] gevraagd zijn bevindingen op te nemen in een rapportage. Volgens [persoon 2] buigt het dak van het gebouw te ver door. De schuifwand is niet meer functioneel bruikbaar. De gevolgschades aan vloer, plinten, wanden, plafond en boeiboord/dak zijn niet, dan wel niet afdoende opgeheven. Het binnetreden van water en vocht vindt zijn oorzaak in het niet voldoende afschermen van de binnenzijde van de tuinkamer van het buitenmilieu. De cementdekvloer is niet vochttechnisch gescheiden van de van buiten naar binnen doorlopende constructieve vloer. De aansluitingen tussen poeren, kolommen, wanden en kozijnen zijn niet waterdicht. De oorzaak voor de grote doorbuiging van het dak moet in de te lichte constructie gezocht worden. De randbalk kent een te geringe nameting zodat de doorbuiging te groot kan worden. Het binnendringende lekwater veroorzaakte gevolgschade aan wanden, kolommen, plinten en vloer. De kolommen zijn door schuren redelijk hersteld, waarbij niet zeker is of de waterschade hernieuwd optreedt nu blijkt dat er nog lekkages optreden. De vloer is niet geschuurd maar geborsteld, waardoor uitbloei in de poriën van de vloer en vochtplekken zichtbaar blijven. Er treden lekkages en vochtdoorslag op. [persoon 2] raamt de herstelkosten op € 35.490,20.
2.31.
Op 10 mei 2025 is het eikenhoutenplafond (vrijwel) volledig naar beneden gekomen. In de raming van de herstelkosten door [persoon 2] is het herstel van het plafond niet meegenomen.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad –
Voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst d.d. 9 februari 2023 tussen [eiseres] en Beatrix Hout ter zake de tuinkamer met ingang van 18 oktober 2024 – althans op een in goede justitie te bepalen datum – is ontbonden;
Beatrix Hout te veroordelen aan [eiseres] te voldoen een bedrag in hoofdsom € 51.000,00, althans in goede justitie nader te bepalen bedrag;
Beatrix Hout te veroordelen aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 1.739.38 voor de kosten van het inschakelen van de heer [persoon 2] van [bedrijf] ;
Beatrix Hout te veroordelen aan [eiseres] te voldoen een bedrag van €1.782,00 voor de kosten van de in te schakelen schilder;
Beatrix Hout te veroordelen aan [eiseres] te voldoen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.326,37, althans een in goede justitie nader te bepalen bedrag;
De onder 2, 3 en 4 genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf het moment van de aankoopsom d.d. 4 juni 2023, althans vanaf de dag der eerste sommatie met betrekking tot het herstel zijnde d.d. 17 mei 2023, althans vanaf de dag van het buitengerechtelijk ontbinden van de overeenkomst, zijnde d.d. 18 oktober 2024, althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van algehele voldoening;
Alsmede Beatrix Hout te veroordelen om binnen 4 weken na het te dezen te wijzen vonnis over te gaan tot verwijdering van de geleverde tuinkamer met toebehoren inclusief de in opdracht van Beatrix Hout door [firma 1] gestorte vloer inclusief toebehoren en herstel van de tuin van [eiseres] in de oude situatie (voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden door [firma 1] en Beatrix Hout), zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dan wel gedeelte daarvan dat Beatrix Hout weigert uitvoering te geven aan het te dezen te wijzen vonnis;
Alsmede Beatrix Hout te veroordelen in de kosten van de procedure vermeerderd met wettelijke rente indien de kosten niet binnen 10 dagen na vonnis wijzen aan [eiseres] is voldaan.
3.2.
[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat de tuinkamer niet beantwoordt aan de overeenkomst. Ondanks de vele herstelpogingen die zij Beatrix Hout heeft geboden is de tuinkamer niet hersteld. [eiseres] heeft er ook geen vertrouwen meer in dat de tuinkamer nog hersteld kan worden. [eiseres] heeft de overeenkomst op 18 oktober 2024 buitengerechtelijk ontbonden. Uit hoofde van de ontbinding is Beatrix Hout gehouden de betaalde koopsom terug te betalen en de tuinkamer te verwijderen. Daarnaast moet Beatrix Hout de schade die door de ontbinding is ontstaan en de expertisekosten vergoeden.
3.3.
Beatrix voert verweer. Beatrix betwist niet dat de tuinkamer gebreken vertoont maar wil in de gelegenheid gesteld worden de gebreken te herstellen. Een ontbinding is buitenproportioneel en prematuur. Beatrix Hout concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente indien [eiseres] niet binnen 7 dagen na betekening aan het in dezen te wijzen vonnis voldoet.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Er is sprake van een gemengde overeenkomst
4.1.
Partijen hebben een gemengde overeenkomst gesloten, namelijk een koop wat betreft de tuinkamer een overeenkomst tot aanneming van werk voor wat betreft het plaatsen daarvan. Op grond van artikel 7:5 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wordt zo’n gemengde overeenkomst als een consumentenkoop gezien. Dat betekent dat daarop artikel 7:17 BW Pro van toepassing is. In dit artikel is bepaald dat wat geleverd is aan de overeenkomst moet beantwoorden en dat dat niet het geval is indien het niet de eigenschappen bezit die [eiseres] mocht verwachten.
De tuinkamer beantwoordt niet aan de overeenkomst
4.2.
[persoon 2] heeft diverse gebreken geconstateerd zoals weergegeven onder rechtsoverweging 2.30. Tijdens de descente heeft ook de kantonrechter gezien dat de schuifpui niet soepel opent, de vloer vlekken vertoont, de boeiboorden aan de buitenzijde van het tuinhuis los laten en scheef trekken en het dak iets scheef trekt/afloopt, de balk aan de voorzijde van de schuifpui doorhangt en het plafond naar beneden is gekomen.
4.3.
Beatrix Hout voert aan dat er nog geen sprake kan zijn van een wanprestatie omdat het werk nog niet is opgeleverd. Van non-conformiteit kan vanwege het feit dat het werk nog niet is opgeleverd geen sprake zijn. Beatrix Hout voert verder aan op basis van artikel 7.2 van haar algemene voorwaarden niet aansprakelijk te zijn voor een tekortkoming van [firma 1] .
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Het (rechts)gevolg van oplevering is dat het werk voor risico van de opdrachtgever komt en dat de aannemer ontslagen is voor gebreken die de opdrachtgever op het moment van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken (artikel 7:758 BW Pro). Nu er niet is opgeleverd, zijn de gebreken ontdekt voor oplevering zodat voor de beoordeling van de vraag of het werk voldoet aan de overeenkomst niet relevant is dat het werk nog niet is opgeleverd.
4.5.
Hoewel Beatrix Hout niet nadrukkelijk heeft gesteld dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, heeft Beatrix wel uitdrukkelijk een beroep op bepalingen uit de algemene voorwaarden gedaan. Door [eiseres] is niet weersproken dat de voorwaarden van toepassing zijn. Hoewel [eiseres] de vernietiging van deze bepaling niet heeft ingeroepen is de kantonrechter gehouden het beding ambtshalve te toetsen aan de hand van Richtlijn 91/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumenten overeenkomsten (hierna: de Richtlijn) . Volgens art. 3 lid 1 van Pro de Richtlijn wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter acht het artikel 7.2 van de algemene voorwaarden oneerlijk. De kantonrechter vernietigt het beding waardoor Beatrix Hout geen beroep meer kan doen op dit beding.
4.6.
In deze zaak staat echter vast dat, naast de gebreken aan de vloer, de tuinkamer diverse andere ernstige gebreken vertoont. Tijdens de descente hebben de aanwezigen de gebreken bekeken. Hoewel partijen het niet eens zijn over de mogelijke oorzaak van de gebreken en de juiste herstelmethodiek, staat tussen partijen wel vast dat de tuinkamer niet voldoet aan hetgeen [eiseres] op basis van de overeenkomst mocht verwachten. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de tuinkamer niet beantwoordt aan de overeenkomst.
[eiseres] mocht de overeenkomst ontbinden
4.7.
Artikel 7:22 lid 1 BW Pro bepaalt dat als het afgeleverde niet aan de overeenkomst voldoet, de koper de overeenkomst mag ontbinden, tenzij de afwijking van het overeengekomene de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Uit het tweede lid van dit artikel volgt dat deze bevoegdheid in beginsel pas ontstaat wanneer herstel en vervanging onmogelijk zijn of van de verkoper niet gevergd kunnen worden, dan wel wanneer de verkoper niet binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper tot herstel overgaat. Artikel 7:22 lid 5 sub b BW Pro bepaalt vervolgens dat de koper direct tot ontbinding mag overgaan indien de zaak niet beantwoordt aan de overeenkomst, ondanks de poging daartoe van de verkoper.
4.8.
[eiseres] stelt dat Beatrix Hout voldoende gelegenheid heeft gehad om de gebreken te herstellen en dat de pogingen van Beatrix Hout niet hebben geleid tot deugdelijk herstel. Van een consument kan niet verlangd worden dat er steeds weer opnieuw herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd.
4.9.
Beatrix Hout voert aan dat zij geen schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen en nooit een duidelijke termijn voor herstel heeft gekregen, terwijl dat op basis van de wet en ook op basis van artikel 16.1 van de algemene voorwaarden vereist is.
4.10.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Een consument heeft de mogelijkheid de overeenkomst te ontbinden indien de verkoper niet binnen redelijke termijn tot herstel overgaat. Een formele ingebrekestelling is op basis van de wet geen vereiste om de overeenkomst te kunnen ontbinden
4.11.
Ook artikel 11.5 van de algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat [eiseres] in geval van gebreken enkel vervangende schadevergoeding kan vorderen en geen ontbinding, is door de kantonrechter getoetst aan de Richtlijn en oneerlijk bevonden. Ook dit beding wordt daarom door de kantonrechter vernietigd.
4.12.
Vast staat dat [eiseres] vanaf de start van de werkzaamheden in maart 2023 gebreken heeft gemeld en Beatrix Hout heeft gepoogd deze gebreken te herstellen. Ook staat vast dat de pogingen van Beatrix Hout niet hebben geleid tot resultaat. Tussen maart 2023 en oktober 2024, in ruim 1,5 jaar, is Beatrix Hout er niet in geslaagd om de problemen deugdelijk op te lossen. De kantonrechter is van oordeel dat Beatrix Hout daarmee een meer dan redelijke termijn voor herstel heeft gekregen De vele herstelpogingen hebben echter niet geleid tot een tuinkamer die aan de overeenkomst beantwoord. Dit betekent dat is voldaan aan de vereisten van artikel 7:22 lid 5 sub b BW Pro, zodat [eiseres] tot ontbinding van de overeenkomst mocht overgaan.
4.13.
Het verweer van Beatrix Hout, dat ontbinding buitenproportioneel is, slaagt niet. Uit artikel 6:265 BW Pro volgt dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis aan de wederpartij de bevoegdheid tot ontbinding geeft, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Beatrix heeft de door haar aangevoerde buitenproportionaliteit van de ontbinding niet nader onderbouwd. Vast staat dat er vele gebreken zijn en dit bovendien geen geringe afwijkingen zijn. Door [persoon 2] zijn de kosten van herstel geraamd op € 35.490,20 en dit is exclusief de kosten van het herstel van het plafond. Met de kosten van herstel is dan ook vrijwel de gehele aanneemsom gemoeid. De kantonrechter is daarom van oordeel dat ontbinding gerechtvaardigd is.
Beatrix Hout moet € 51.000,00 aan [eiseres] betalen en de tuinkamer verwijderen
4.14.
Uit hoofde van de ontbinding ontstaan er verbintenissen tot ongedaanmaking. Dat betekent dat Beatrix Hout het door [eiseres] betaalde bedrag van € 51.000,00 moet terugbetalen en de tuinkamer moet verwijderen. De vorderingen van [eiseres] tot betaling van € 51.000,00 en het verwijderen van de tuinkamer en vloer wordt toegewezen. Ook op [eiseres] rust een ongedaanmakingsverbintenis, namelijk dat zij de teruggave van de tuinkamer moet toestaan. Met toewijzing van deze vorderingen is de gevraagde verklaring voor recht niet meer nodig. Deze vordering zal daarom worden afgewezen.
Beatrix Hout moet de kosten van de deskundige vergoeden
4.15.
[eiseres] heeft ter onderbouwing van zijn standpunten [persoon 2] ingeschakeld. [eiseres] vordert Beatrix Hout te veroordelen in de kosten van deze deskundige.
4.16.
De kantonrechter wijst deze vordering toe. De kantonrechter baseert zich daarbij op het volgende.
4.17.
De kantonrechter stelt voorop dat uit eerdere overwegingen in dit vonnis blijkt dat Beatrix Hout haar werkzaamheden met betrekking tot de tuinkamer niet goed heeft uitgevoerd. Hoewel [eiseres] Beatrix Hout op de gebreken heeft gewezen, slaagde Beatrix Hout er niet in de problemen op te lossen. In een dergelijke situatie stond het [eiseres] vrij om een deskundige te benaderen om te de oorzaak van de problemen te achterhalen, een deugdelijke oplossing te vinden en haar standpunt nader te onderbouwen. De kosten komen op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub b voor Pro vergoeding in aanmerking.
Beatrix Hout moet de kosten voor het schilderwerk betalen
4.18.
Artikel 6:277 BW Pro bepaalt dat een partij die tekortschiet en daardoor ontbinding van de overeenkomst veroorzaakt, verplicht is de schade te vergoeden die de andere partij hierdoor lijdt omdat wederzijdse nakoming uitblijft. [eiseres] stelt kosten te hebben gemaakt voor het schilderen van het tuinhuis. Nu de overeenkomst is ontbonden zijn deze kosten onnodig gemaakt. De kosten voor het schilderwerk bedragen € 1.782,00. Ook stelt [eiseres] onnodig verlichting te hebben aangeschaft. De kosten voor de verlichting bedragen € 615,99. Door Beatrix Hout is niet betwist dat [eiseres] deze schade lijdt door ontbinding van de overeenkomst. Ook de hoogte van de schade is niet door Beatrix Hout weersproken. De vordering van [eiseres] tot vergoeding van de kosten ligt voor toewijzing gereed. [eiseres] heeft echter in het petitum verzuimd de kosten van verlichting te vorderen. Omdat de kantonrechter niet meer kan toewijzen dan gevorderd wijst de kantonrechter enkel de kosten voor het schilderwerk toe.
4.19.
De kantonrechter wijst de vordering tot vergoeding van de schade toe tot een bedrag van € 1.782,00.
Beatrix Hout moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
4.20.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan.
4.21.
[eiseres] heeft een bedrag van € 1.326,37 aan incassokosten gevorderd. Dit bedrag is gebaseerd op een hoofdsom van € 55.137,00 (€ 51.000,00 + € 1.739,38 + € 1.782,00 + € 615,99). [eiseres] heeft echter verzuimd in het petitum van de dagvaarding de kosten van de verlichting, zijnde € 615,99, te vorderen. De gevorderde en toe te wijzen hoofdsom bedraagt daarom € 54.521,38. Daarom zal een bedrag van € 1.320,21 worden toegewezen.
Beatrix Hout moet wettelijke rente betalen
4.22.
De vordering tot betaling van de wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 2 november 2024.
Proceskosten
4.23.
Beatrix is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,42
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.630,00
(2 punten × € 815,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.644,42
4.24.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Beatrix om aan [eiseres] te betalen € 55.841,59 , te vermeerderen met wettelijke rente over een bedrag van € 54.521,38 vanaf 2 november 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Beatrix Hout om binnen 4 weken na betekening van dit vonnis over te gaan tot verwijdering van de geleverde tuinkamer met toebehoren inclusief de in opdracht van Beatrix Hout door [firma 1] gestorte vloer inclusief toebehoren en herstel van de tuin van [eiseres] in de oude situatie (voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden door [firma 1] en Beatrix Hout), zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dan wel gedeelte daarvan dat Beatrix Hout weigert uitvoering te geven aan het te dezen te wijzen vonnis met een maximum van € 100.000,00.,
5.3.
veroordeelt Beatrix in de proceskosten van € 2.644,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Beatrix niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Beatrix tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.