ECLI:NL:RBMAA:1999:AA3461
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M.J. baron van Hövell tot Westerflier
- R.C.A.M. Philippart
- G.J. Haack
- Rechtspraak.nl
Herroeping tippelverbodbesluit Heerlen wegens strijd met Grondwet en verdragsrechten
De zaak betreft het besluit van 12 februari 1998 van de gemeente Heerlen waarin het eerdere besluit van 27 mei 1997 werd herroepen, dat een algeheel tippelverbod instelde. Eisers, waaronder omwonenden en wijkverenigingen, stelden beroep in tegen dit herroepingsbesluit. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van de beroepen en oordeelde dat een van de eisers geen rechtstreeks belang had en daarom niet ontvankelijk was.
De rechtbank overwoog dat het primaire besluit van 27 mei 1997, dat een algeheel tippelverbod inhield, in strijd was met artikel 3.1.5 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), artikel 19 lid 3 van Pro de Grondwet en diverse internationale verdragsbepalingen die het recht op vrije keuze van arbeid beschermen. De rechtbank stelde vast dat straatprostitutie als arbeid moet worden beschouwd en dat beperkingen daarop alleen bij of krachtens formele wet kunnen worden gesteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het gemeentelijke besluit geen onrechtmatige aanvulling van het Wetboek van Strafrecht vormde, omdat het gemeentelijke beleid zich richtte op openbare orde en neveneffecten van prostitutie, terwijl het Wetboek van Strafrecht een ander motief heeft. De beroepen van de omwonenden en wijkverenigingen werden ongegrond verklaard, behalve het beroep van de omwonende die geen rechtstreeks belang had, dat gegrond werd verklaard en waarvoor de gemeente Heerlen werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak bevestigt dat gemeentelijke regelgeving die een algeheel tippelverbod instelt zonder wettelijke grondslag in strijd is met grondwettelijke en internationale arbeidsrechten, en dat de rechter slechts een marginale toetsing toepast op het discretionaire bestuursbesluit.
Uitkomst: Het besluit tot herroeping van het tippelverbod is terecht wegens strijd met grondwettelijke en internationale arbeidsrechten, maar een eiser werd niet-ontvankelijk verklaard.