ECLI:NL:RBMAA:1999:AA3706
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- R.H.M.J. baron van Hövell tot Westerflier
- L.M.J.A. Dassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tippelzone en schorsing bouwvergunning Heerlen
De rechtbank Maastricht behandelde op 10 november 1999 verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen diverse besluiten van het College van B&W van Heerlen, waaronder de aanwijzing van een tippelzone, een verblijfsontzeggingsgebied, een vrijstellingsbesluit, een bouwvergunning en een kapvergunning.
Verzoeksters, twee actiecomités tegen de tippelzone, maakten bezwaar tegen deze besluiten en vroegen de president van de rechtbank om voorlopige voorzieningen. De rechtbank oordeelde dat de aanwijzing van de tippelzone en de vrijstelling niet onrechtmatig waren en dat de locatiekeuze niet onredelijk was, mede gelet op uitgebreid advies en beleidsvrijheid van het college.
Wel werd geoordeeld dat de bouwvergunning in strijd was met de aanhoudingsplicht van artikel 52 Woningwet Pro omdat de inrichting milieuvergunningplichtig is en die vergunning nog niet was verleend. Daarom werd de bouwvergunning geschorst totdat die aanhoudingsplicht vervalt. De schorsing van de kapvergunning werd opgeheven. Verzoeksters werden niet-ontvankelijk verklaard voor het verblijfsontzeggingsgebied omdat zij geen rechtstreeks belang hadden.
Tot slot werden de proceskosten deels aan verzoeksters toegekend. De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging en procedures adequaat waren gevolgd en dat de verzoeken om voorlopige voorzieningen grotendeels werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard, behalve de schorsing van de bouwvergunning en de opheffing van de schorsing van de kapvergunning.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen tippelzone en vrijstelling afgewezen, verzoek om schorsing bouwvergunning toegewezen en schorsing kapvergunning opgeheven.