ECLI:NL:RBMAA:1999:AA4892
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- L.M.J.A. Dassen
- R. van Hövell tot Westerflier
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kapvergunning gemeente Heerlen
De gemeente Heerlen verzocht de president van de rechtbank Maastricht om een voorlopige voorziening ex artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Heerlen, waarbij een kapvergunning werd verleend voor circa 400 bomen ten behoeve van de aanleg van een Tippelzone.
Verzoeker stelde dat de schorsende werking van het bezwaar ex lege opgeheven moest worden om direct gebruik te kunnen maken van de vergunning. De president oordeelde eerst over de ontvankelijkheid van het verzoek en concludeerde dat de gemeente als partij kon optreden en het verzoek kon indienen.
De inhoudelijke beoordeling leidde tot de conclusie dat geen spoedeisend belang bestond omdat de bouwplannen nog niet konden worden uitgevoerd vanwege het vigerende bestemmingsplan en lopende procedures. De schorsende werking van het bezwaar bleef daarom van kracht.
De president wees het verzoek af en benadrukte dat de belangenafweging zorgvuldig moet plaatsvinden zodra de toekomstige ontwikkelingen voldoende concreet zijn. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de kapvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.