ECLI:NL:RBMAA:2000:AA6739
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte van persoonlijke eigendommen en executie onderhoudsbijdrage na echtscheiding
De rechtbank Maastricht behandelde een kort geding tussen een zoon en zijn vader na de echtscheiding van de ouders. De zoon vorderde afgifte van diverse persoonlijke eigendommen die nog bij de vader aanwezig waren, waaronder antieke klokken. De vader betwistte het eigendom van de klokken en stelde dat sommige zaken toebehoren aan de broer van de zoon. De rechtbank oordeelde dat de antieke klokken niet toereikend als eigendom van de zoon waren aangetoond en wees die vordering af. Voor andere zaken werd een gedeeltelijke afgifte overeengekomen, maar een nader onderzoek was in kort geding niet mogelijk.
In reconventie vorderde de vader opheffing van een executoriaal derdenbeslag dat de zoon had gelegd op de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de vader wegens niet-betaling van onderhoudsbijdragen. De rechtbank onderscheidde de periode voor en na de meerderjarigheid van de zoon. Voor de periode tot meerderjarigheid was de moeder gerechtigd tot betaling en mocht de zoon niet executeren. Voor de periode na meerderjarigheid was de beschikking een executoriale titel ten behoeve van de zoon zelf, zodat hij die mocht uitvoeren. De rechtbank veroordeelde de zoon om het beslag op te heffen voor de periode tot meerderjarigheid binnen vijf werkdagen, met een dwangsom bij niet-naleving.
De kosten van beide procedures werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De rechtbank wees de vordering tot afgifte van de antieke klokken af en matigde het beslag op de uitkering van de vader.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van antieke klokken wordt afgewezen en het executoriaal beslag wordt deels opgeheven.