ECLI:NL:RBMAA:2000:AA6879
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- H.J.O. Martens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake indicatiestelling opname verpleeghuis
Verzoekster, een dementiepatiënte, had een indicatie gekregen voor opname in een psycho-geriatrisch verpleeghuis met urgentie 'zeer urgent', wat opname binnen zes weken vereist. Na het verstrijken van deze termijn werd nog geen zorg geboden. Verzoekster vorderde een voorlopige voorziening om verweerder te gelasten de urgentie te verhogen naar 'niet-uitstelbaar'.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alleen bevoegd is tot het objectief en onafhankelijk vaststellen van de indicatie en geen invloed heeft op de daadwerkelijke uitvoering van de zorg. De zorginstelling is verantwoordelijk voor de effectuering van de zorg, maar is geen partij in deze procedure. Hierdoor ontbreekt een spoedeisend belang jegens verweerder.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster zich tot de zorginstelling moet wenden voor de daadwerkelijke zorgverlening en dat zij een beslissing in de hoofdzaak kan afwachten. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang jegens verweerder.