ECLI:NL:RBMAA:2000:AA9422
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A.E. van Binnebeke
- H.J.O. Martens
- W.L.J. Voogt
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen weigering AOW-verzekering tijdens buitengewoon verlof bij VN-dienst
Eiser diende een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de AOW, waarbij hij aangaf van 1977 tot 1982 in Zwitserland te hebben gewoond en gewerkt voor de Verenigde Naties. Verweerder kende een AOW-pensioen toe met een korting omdat eiser in die periode niet verzekerd zou zijn geweest. Eiser voerde aan dat hij als ambtenaar met buitengewoon verlof vanuit Nederland verzekerd bleef en deed een beroep op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het middelpunt van het leven van eiser in de betreffende periode in Zwitserland lag, waardoor hij niet als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd. Echter, de rechtbank stelde vast dat eiser wel in dienstbetrekking stond tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en dat de uitzonderingsbepaling in artikel 3, vierde lid, van de AOW van toepassing is. Hierdoor moest eiser als verzekerd worden aangemerkt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard omdat de grondslag van het besluit onjuist was toegepast.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot korting op het AOW-pensioen wordt vernietigd.