ECLI:NL:RBMAA:2001:AB0227
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet tijdig doorgeven wijziging inkomen nabestaandenuitkering
Eiseres kreeg een boete van ƒ 600 opgelegd wegens het niet tijdig doorgeven van een wijziging in haar inkomen, wat een mededelingsplicht is onder de Algemene nabestaandenwet (Anw). Zij stelde dat zij onvoldoende geïnformeerd was over haar verplichtingen en dat de boete disproportioneel was gezien het ontbreken van benadeling van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op de administratieve rechter tegen de boete voldoet aan de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro, omdat de rechter de proportionaliteit tussen gedraging en boete kan toetsen. De rechtbank vond het boetesysteem niet rigide en erkende dat de boetehoogte wordt afgestemd op ernst, verwijtbaarheid en omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres spontaan haar omissie had hersteld en verweerder had erkend dat een lagere boete van ƒ 300 passend was. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank wees ook af dat onvoldoende informatieverstrekking of het ontbreken van een waarschuwing het besluit onrechtmatig maakte.
Ten slotte veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd vanwege disproportionaliteit en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.