ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2026
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugvordering kinderbijslag wegens nalatigheid SVB en dringende redenen
Eiseres ontving kinderbijslag voor X, de zoon uit het eerste huwelijk van haar echtgenoot, die bij zijn moeder in Duitsland woont. Sinds 1 juli 1997 ontvangt de moeder Duitse kinderbijslag, waardoor de Nederlandse kinderbijslag voor X ten onrechte werd doorbetaald. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), vorderde het teveel betaalde bedrag van ƒ 3.597,- terug met terugwerkende kracht.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar verplichtingen steeds is nagekomen door jaarlijks vragenformulieren in te vullen en verweerder herhaaldelijk te verzoeken de gezinssituatie te onderzoeken. Verweerder heeft echter nagelaten tijdig actie te ondernemen en pas in 1999, na aandringen van eiseres, onderzoek verricht. Dit nalaten werd door de rechtbank als onzorgvuldig en nalatig beoordeeld.
Op grond van de beleidsregels van de SVB en de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kan bij dringende redenen worden afgezien van terugvordering met terugwerkende kracht. De rechtbank oordeelde dat deze dringende redenen aanwezig zijn, omdat eiseres in goed vertrouwen mocht vertrouwen op de kinderbijslagbetalingen en niet kon begrijpen dat zij onterecht werden toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept de eerdere besluiten tot terugvordering. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering van kinderbijslag met terugwerkende kracht wordt vernietigd wegens nalatigheid van de SVB.