ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2027
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende vrijstelling van verzekeringsplicht bij dubbele premieheffing
Eiser verzocht om vrijstelling van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen met ingang van 1 januari 1998 om dubbele premieheffing in Nederland en Duitsland te voorkomen. Verweerder verleende vrijstelling met ingang van 5 oktober 1999, de datum van het eerste verzoek.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke regeling (artikel 22 KB Pro 746) duidelijk voorschrijft dat vrijstelling niet met terugwerkende kracht kan worden verleend, tenzij sprake is van onbillijkheid van overwegende aard. Eiser heeft niet kunnen aantonen dat hij tijdig heeft geprobeerd duidelijkheid te verkrijgen over zijn verzekeringspositie, noch dat de late aanvraag het gevolg was van onjuiste voorlichting door een publiekrechtelijk orgaan.
Hoewel de financiële gevolgen voor eiser pijnlijk zijn, is er geen sprake van een situatie die bijzondere hardheid rechtvaardigt. De rechtbank benadrukt dat de Belastingdienst verantwoordelijk is voor de aanslagen en dat eiser zich daarover tot de Belastingdienst moet wenden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling van verzekeringsplicht gaat in op de datum van het verzoek, 5 oktober 1999.