ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2397
Rechtbank Maastricht
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij doodslag
Op 1 april 2000 heeft verdachte in de gemeente Sittard opzettelijk het slachtoffer doodgestoken. De rechtbank acht dit wettig en overtuigend bewezen en kwalificeert het feit als doodslag volgens artikel 287 Sr Pro.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek door drs. Zwegers en dr. Dams concludeert dat verdachte ten tijde van het delict leed aan een chronische psychotische stoornis (waanstoornis), een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis en misbruikte heroïne. Deze stoornissen beïnvloedden haar gedragskeuzes zodanig dat zij volledig ontoerekeningsvatbaar was. De rechtbank sluit zich aan bij deze conclusies.
Daarom wordt verdachte niet strafbaar geacht en ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank gelast haar plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar vanwege het gevaar dat zij vormt voor anderen. Verzoeken tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis worden afgewezen omdat het gevaar op herhaling nog aanwezig is.
Verder verklaart de rechtbank het gebruikte mes verbeurd en beveelt de teruggave van andere inbeslaggenomen persoonlijke documenten aan verdachte. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht op 29 juni 2001.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor een jaar.