ECLI:NL:RBMAA:2001:AD3847
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- A.G.M. Jansberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-behandeling bijstandsaanvraag wegens ontbreken vertaling
Verzoeker heeft op 1 november 2000 een bijstandsuitkering aangevraagd bij de gemeente Brunssum en daarbij documenten overgelegd die betrekking hadden op eigendom en erfenis in het buitenland. Verweerder besloot op 18 december 2000 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat verzoeker niet binnen de gestelde termijn de gevraagde vertaalde documenten had aangeleverd. Verzoeker stelde dat het besluit onbevoegd was genomen en dat financiële omstandigheden het onmogelijk maakten om de vertaling tijdig te verzorgen.
Namens verzoeker werd een bezwaarschrift ingediend en tevens een verzoek om voorlopige voorziening bij de rechtbank Maastricht. De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd was het besluit te nemen op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad om de aanvraag aan te vullen met vertalingen. De financiële situatie van verzoeker vormde geen grond om het besluit te herzien.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht buiten behandeling was gelaten en zag geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aanvraag bijstand blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig overleggen van vertaalde documenten.