ECLI:NL:RBMAA:2001:AD4567
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling verplichte verzekering met terugwerkende kracht bij onvolledige voorlichting Belastingdienst
Eiser heeft een verzoek ingediend om vrijstelling van de verplichte verzekering ingevolge de AOW, Anw en AKW met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 1999, de datum waarop hij recht kreeg op een Duits pensioen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, heeft dit verzoek afgewezen en de vrijstelling slechts vanaf 31 januari 2000 toegekend. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende initiatieven heeft genomen om duidelijkheid te verkrijgen over zijn verzekeringspositie, maar door onvolledige voorlichting door de Belastingdienst hierin niet is geslaagd.
De rechtbank verwijst naar het beleid van de SVB en de wettelijke bepalingen in artikel 22 van Pro KB 746, waarin terugwerkende kracht van vrijstelling mogelijk is bij onbillijkheden van overwegende aard. De rechtbank stelt vast dat toepassing van het tweede lid van artikel 22 in Pro dit geval tot onbillijkheden leidt en dat de SVB de vrijstelling met terugwerkende kracht had moeten verlenen vanaf 1 maart 1999.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de SVB tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de reiskosten van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan verweerder om een nieuw besluit te nemen in overeenstemming met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met terugwerkende vrijstelling vanaf 1 maart 1999.