ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8202
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na intrekking hoger beroep in snelheidsovertredingszaak
Verzoeker werd bij verstek veroordeeld tot een boete wegens snelheidsovertreding op de Rijksweg A76 te Heerlen. Ondanks dat verzoeker het transactiebedrag tijdig had voldaan, werd hij veroordeeld. Om deze onterechte veroordeling ongedaan te maken, stelde verzoeker hoger beroep in, dat later op verzoek van de officier van justitie werd ingetrokken nadat was bevestigd dat de betaling tijdig was ontvangen.
Verzoeker vroeg vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en het verzoekschrift, in totaal €1.100. De kantonrechter oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand niet onder artikel 591 Sv Pro vallen, maar dat artikel 591a lid 2 Rv deze vergoeding regelt. Ondanks dat het verzoek was ingediend op grond van artikel 591 Sv Pro, werd het geacht mede op artikel 591a lid 2 Sv te zijn gebaseerd.
De kantonrechter stelde vast dat het hoger beroep nutteloos was geweest en dat het verzoek tijdig was ingediend binnen de drie maanden na de intrekking van het hoger beroep. De kantonrechter was bevoegd de vergoeding toe te kennen en wees het bedrag van €1.100 toe, te betalen uit de Rijkskas.
Uitkomst: Verzoeker krijgt vergoeding van €1.100 toegekend voor kosten rechtsbijstand na intrekking hoger beroep.