ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8220
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst wegens nietig proeftijdbeding
Eiseres trad per 12 februari 2000 in dienst bij gedaagden voor bepaalde tijd met een proeftijd van één maand. De arbeidsovereenkomst werd op 11 maart 2000 schriftelijk vastgelegd, maar het proeftijdbeding werd pas op die datum schriftelijk opgenomen, nadat de uitvoering al was begonnen. De opzegging op 11 maart 2000 vond plaats zonder dringende reden en zonder tussentijdse opzeggingsmogelijkheid.
De kantonrechter stelt vast dat het proeftijdbeding volgens artikel 7:652 lid 2 BW Pro schriftelijk bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst moet zijn vastgelegd om rechtsgeldig te zijn. Omdat dit niet het geval was, is het beding nietig en kon de opzegging niet op de proeftijd worden gebaseerd. Hierdoor was de opzegging onregelmatig in de zin van artikel 7:677 BW Pro.
Eiseres vordert een gefixeerde schadeloosstelling gelijk aan het loon over de resterende looptijd van de overeenkomst, een vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen en incassokosten. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe, behalve de vordering voor achterstallig salaris en vakantietoeslag, die onvoldoende is onderbouwd.
Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en incassokosten, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en nietig proeftijdbeding.