ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8549
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.T.M. Bröcker
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreiging geestelijk welzijn en opvoedingsproblemen
De vader verzocht op 10 november 2000 om ondertoezichtstelling van zijn minderjarige zoon K, geboren in 1997. De moeder verzette zich tegen dit verzoek, maar bood een korte omgang aan in een spelkamer bij de Raad voor de Kinderbescherming. Diverse rapporten en procedures volgden, waaronder een proefcontact tussen vader en kind op 9 mei 2001. De moeder lijdt aan een ernstige ziekte die haar functioneren belemmert.
De kinderrechter overwoog dat de relatie tussen de ouders extreem slecht is en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende op gang komt. De moeder uitte zich heftig negatief over de vader in aanwezigheid van het kind, wat schadelijk is voor K’s geestelijke welzijn. De vader toonde zich kindvriendelijk tijdens het proefcontact, maar er zijn geen garanties voor de toekomst.
Gezien het belang van het kind op omgang met zijn vader en de ernstige bedreiging van zijn geestelijke belangen, achtte de kinderrechter een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De gezinsvoogd kan opvoedingsondersteuning bieden aan de moeder, de omgang met de vader reguleren en risico’s voor het kind wegnemen. De beschikking werd uitgesproken op 13 december 2001 en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De minderjarige K wordt voor één jaar onder toezicht gesteld met benoeming van een gezinsvoogd ter bescherming van zijn geestelijk welzijn en regulering van omgang.