ECLI:NL:RBMAA:2001:AE0478
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot benoeming bijzondere curator en betrokkenheid juridische vader in familierechtelijke procedure
Verzoekers hebben zich tot de rechtbank gewend met een verzoek betreffende de familierechtelijke betrekkingen van het minderjarige kind [D.] [K.]. Het geschil betreft onder meer de ontkenning van het vaderschap van de voormalige echtgenoot van verzoekster en de erkenning door verzoeker [S.], alsmede de wijziging van de achternaam van het kind.
De rechtbank constateert dat de ambtenaar van de burgerlijke stand ten onrechte de akte van ontkenning vaderschap en erkenning niet als latere vermelding aan de geboorteakte heeft toegevoegd, mede vanwege de inmiddels vervallen eis van een opvolgend huwelijk. De rechtbank oordeelt dat verzoekers niet kunnen worden tegengeworpen dat de termijn voor het indienen van het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning is verstreken, gelet op de bijzondere omstandigheden en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De rechtbank stelt dat het beoogde resultaat van het verzoek, namelijk het erkennen van verzoeker [S.] als juridische vader en de wijziging van de achternaam, kan worden bereikt door eerst de ontkenning van het vaderschap van de voormalige echtgenoot te verklaren en vervolgens erkenning door verzoeker [S.]. Hierbij moet een bijzondere curator worden benoemd en moet de huidige juridische vader als belanghebbende worden betrokken volgens de wettelijke procedure.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat verzoekers een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator moeten indienen en moeten aangeven hoe de juridische vader kan worden betrokken. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat verzoekers een bijzondere curator moeten benoemen en de juridische vader als belanghebbende moeten betrekken.