ECLI:NL:RBMAA:2001:AF0399
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid regresvordering na toepassing schuldsaneringsregeling
De vrouw en de man zijn op 28 april 1980 gehuwd en bij beschikking van 26 oktober 1995 gescheiden. Partijen kwamen overeen dat de man de gemeenschapsschulden zou dragen, waardoor hij geen kinderalimentatie hoefde te betalen. De man werd op 16 september 1999 onder de schuldsaneringsregeling gesteld. Hij liet twee gemeenschapsschulden onbetaald, waarvoor de vrouw aan deze schuldeisers heeft betaald en finale kwijting ontving.
De vrouw vorderde van de man schadevergoeding ter hoogte van de door haar betaalde bedragen, stellende dat hij tekortgeschoten was in zijn verplichtingen. De rechtbank oordeelde echter dat deze vordering niet als schadevergoeding maar als regresvordering moet worden aangemerkt, gebaseerd op artikel 6:10 BW Pro en artikel 1:102 BW Pro, en dat deze regresvordering onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt.
Omdat de regresvordering is ontstaan na de toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar de onderliggende rechtsverhouding van vóór die toepassing dateert, geldt volgens artikel 299 lid 1 onder Pro e en lid 2 Fw dat de vordering alleen via aanmelding ter verificatie kan worden ingesteld. De rechtbank verklaarde de vordering daarom niet-ontvankelijk en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: De regresvordering van de vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze onder de schuldsaneringsregeling valt en alleen via verificatie kan worden ingesteld.