ECLI:NL:RBMAA:2002:AE0328
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bergmans
- Otto
- Deurvorst
- Rechtspraak.nl
Merkrechtelijke geschil over inbreuk op vormmerk van parfumfles Jean Paul Gaultier Le Male
BPI vordert een verbod op het gebruik van een parfumflesvorm die volgens haar inbreuk maakt op haar merk- en modelrechten. Gedaagde heeft een vergelijkbare flesvorm als merk gedeponeerd en brengt deze in licentie op de markt. De rechtbank stelt vast dat de vorm van de fles van BPI een sterk merk is en dat er sprake is van overeenstemming met de fles van gedaagde, ondanks enkele ondergeschikte verschillen.
Gedaagde voert verweer met onder meer het ontbreken van kwade trouw, het ontbreken van onderscheidende kracht van de torso-vorm en het feit dat hij slechts licentiegever is. De rechtbank verwerpt deze verweren en oordeelt dat gedaagde bekend moet zijn geweest met de rechten van BPI en dat de torso-vorm niet beschrijvend is voor parfumproducten.
De rechtbank wijst de vorderingen van BPI toe voor zover zij ziet op het staken van inbreuk, de nietigheid van het depot van gedaagde en de vergoeding van schade, die nader bij staat dient te worden vastgesteld. Andere vorderingen, zoals dwangsommen en opgaveverplichtingen, worden afgewezen omdat de productie en verkoop door derden plaatsvinden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot staken van inbreuk, nietigverklaring van zijn merkdepot en betaling van schadevergoeding aan BPI.