ECLI:NL:RBMAA:2002:AE0414
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-verlenging wapenvergunning wegens ontbreken lidmaatschap Nederlandse schietvereniging
Verzoeker, een actief sportschutter, had een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen categorie III dat niet werd verlengd door verweerder, de korpschef van de politieregio Limburg Zuid. Verzoeker stelde dat hij lid was van meerdere Nederlandse schietverenigingen en dat de eis van een minimaal lidmaatschap van één jaar alleen gold bij een eerste aanvraag, niet bij verlenging.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker in 2001 niet onafgebroken lid was van een Nederlandse schietvereniging, aangezien hij zijn lidmaatschap bij schietvereniging “V” in februari 2001 had beëindigd en pas in januari 2002 lid werd van schietvereniging “W”. De vermeende lidmaatschap van schietvereniging “Y” werd niet erkend omdat deze vereniging geen actief bestuur had en geen leden meer telde.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder, dat lidmaatschap van een Nederlandse schietvereniging vereist is voor verlenging van het verlof, niet onredelijk is. Ook het belang van verzoeker om met zijn wapen te kunnen trainen in het buitenland werd niet als voldoende reden gezien om van dit beleid af te wijken.
Gelet op het ontbreken van een redelijk belang en het feit dat verzoeker de schietsport nog kan beoefenen bij schietvereniging “W”, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het bestreden besluit wordt naar verwachting ook in de hoofdzaak standhouden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet verlengen van het wapenverlof wordt afgewezen.