ECLI:NL:RBMAA:2002:AE0648
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.A. Eijck
- P.H.J. Frénay
- E.W.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding dagvaardingstermijn in meervoudige autodiefstalzaak
Verdachte werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het stelselmatig plegen van autodiefstallen, heling en valsheid in geschrift, met meerdere afzonderlijke diefstallen van voertuigen in Nederland, België en Duitsland in de periode juni tot oktober 1998.
De officier van justitie kreeg van de rekestenkamer een termijn van één maand om de dagvaarding aan verdachte te betekenen, maar voldeed hier niet aan. Hoewel een kennisgeving van verdere vervolging binnen die termijn werd verzonden, vond de dagvaarding pas ruim een jaar later plaats.
De verdediging stelde de niet-ontvankelijkheid van het OM wegens het overschrijden van deze termijn. De rechtbank oordeelde dat de beschikking van de rekestenkamer helder was en dat de officier van justitie zich aan deze termijn had moeten houden. Argumenten over zittingscapaciteit werden verworpen.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte, waarmee de zaak werd geseponeerd.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de dagvaardingstermijn.