ECLI:NL:RBMAA:2002:AE1045
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen asielzoeker wegens passende huisvesting
Verzoekster, een asielzoekster uit Iran met een verblijfsvergunning, kreeg op 14 december 2001 te horen dat haar verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva 1997) werden beëindigd omdat passende huisvesting buiten een opvangcentrum beschikbaar zou zijn. Verzoekster had echter bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit niet rechtsgeldig was bekendgemaakt, omdat het naar een oud adres was gestuurd en niet aan het huidige adres van verzoekster. Hierdoor was het besluit niet in werking getreden en kon het niet worden gehandhaafd bij bezwaar. Daarnaast was onvoldoende rekening gehouden met de medische indicaties van verzoekster, zoals haar astma en psychische problemen, en was de aangeboden woning op de vijfde verdieping zonder lift mogelijk niet passend.
Gelet op deze tekortkomingen werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het besluit werd geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht. Hiermee werd de voortzetting van de verstrekkingen aan verzoekster met terugwerkende kracht tot 14 december 2001 verzekerd.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van verstrekkingen wordt geschorst en verzoekster behoudt haar verstrekkingen tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.